Sport

Sociale G-korfballers: zelfs de tegenstander applaudisseert

Anne Boersma geniet met volle teugen als ze haar spelers en speelsters van Oerterp vol enthousiasme en fanatisme ziet korfballen in de kleine sporthal van De Wier in Ureterp. “Mooier dan dit is er niet. Op zo’n ochtend ben ik helemaal gelukkig.”

Afbeelding
Waarom alleen blij zijn bij doelpunten van jezelf of van je eigen team? Bij het lentetoernooi van de G-korfballers van Oerterp werd zaterdag bij een aantal fraaie treffers door iedereen gejuicht. “Zo sociaal als deze mensen met elkaar zijn, daar kan iedereen wat van leren.”

Zeven jaar geleden begon ze bij Oerterp met een G-korfbalgroep. Of groep? Het was eigenlijk een groepje, want meer dan drie spelers waren er niet. Inmiddels is dat wel anders; bij iedere training zijn er nu achttien korfballers. Een geweldig aantal, maar op wedstrijddagen ook wel eens nadeeltje. “De meeste andere clubs hebben minder spelers. We spelen dus nooit acht tegen acht, de normale samenstelling van een korfbalteam, maar vier tegen vier. Bij Oerterp maken we daarom vaak drie teams, maar dan nog moeten we veel doorwisselen.” Tegen clubgenoten spelen doen ze ook wel eens, al schrapte Boersma die duels zaterdag uit het schema. “Dat vinden ze toch minder leuk.”

In het Noorden heeft Oerterp met afstand de grootste G-korfbalafdeling. Sommige clubs komen niet verder dan drie of vier spelers. Andere verenigingen trokken de stekker al weer uit het G-team. “Bij Mid-Fryslân, uit Grou en Reduzum, zetten ze nu ook een ploeg op”, weet Boersma. “Ik hoop dat het een succes wordt.” De schaarste in Friesland, Groningen en Drenthe maakt dat in wedstrijden – van september tot en met mei is er elke maand een toernooidag – de spelregels verschillen van de landelijke richtlijnen. “Het zuiden en midden van het land heeft een reguliere G-competitie. Daarin spelen ze volgens de regels met twee heren en twee dames. Maar sommige teams hier in het Noorden hebben maar één heer of één dame.” Dat zou betekenen dat teams óf niet kunnen meespelen óf telkens een speler van een andere ploeg moeten lenen. Daar wint niemand iets mee, vinden de noordelijke clubs en dus hanteren ze hun eigen systeem. “Het gaat erom dat ze allemaal lekker kunnen korfballen.”

Tijdens het toernooi van zaterdag besloten Boersma en de trainers van ROG (Groningen), SIOS (Wolvega) en Emmeloord bijvoorbeeld om aan het einde van de ochtend toch een wedstrijd acht tegen acht te spelen. Oerterp vormde een team, terwijl de andere clubs samen ook een achttal vormde. Het was een groot succes, zag Boersma. “Zo’n idee ontstaat spontaan, maar ik denk wel dat het iets is wat we er vanaf nu in gaan houden. Ze vonden het prachtig. En wij ook.”

Zo konden de fanatiekste korfballers ook even vol gas geven. Het niveauverschil tussen de spelers is namelijk af en toe wel groot. De een is al tevreden met het vangen van een van ver gegooide bal. Anderen schieten al geoefend uit beweging op één been. “Een aantal van deze korfballers zijn er ook altijd bij thuiswedstrijden van het eerste team van Oerterp. Dan zien ze natuurlijk dingen in het veld, die ze vervolgens zelf ook willen leren.” Juichen met een gestrekte arm en een vingertje omhoog, vreugdedansjes; het passeert allemaal de revue na een doelpunt.

De spelers vinden het ook prachtig als spelers van de selectie een keer de training verzorgen. “Ik ben maar een oud mens natuurlijk. Dus ik snap het wel als ze genieten van  een training van Jildou Slagmann en Jisse van der Schaaf”, lacht Boersma. Ondanks de verschillen in capaciteiten accepteren de spelers elkaar allemaal. “Zo sociaal als deze mensen met elkaar zijn, daar kan iedereen wat van leren. Zit er een veter los bij iemand die niet kan strikken, dan helpen ze direct. Zonder daar ook maar over na te denken. Vangt iemand een bal niet, jammer. Een volgende keer gaat het beter.” Schiet iemand die zelden scoort raak? Dan klapt iedereen, zelfs de spelers van de ploeg die de treffer incasseert. Boersma: “Iedereen geniet en dan geniet ik ook. Al die gelukkige gezichten. Daar gaat het om.”