Bij Biljartclub Gorredijk ketsen de ballen bijna iedere avond
GORREDIJK Biljarten zit de laatste jaren enigszins in zwaar weer, jonge aanwas blijft uit. Maar de circa 75 leden van Biljartclub Gorredijk gaan onverstoorbaar door in hun eigen clubgebouw op het industrieterrein. In alle rust laten ze de keu hun werk doen. Bijna iedere avond wordt er gespeeld.

Het is donderdagavond en zoals altijd biljarten trouwe leden van Biljartclub Gorredijk in hun eigen clubgebouw op de Leitswei. Buiten op het industrieterrein is het muisstil. Een paar auto’s staan in het donker keurig geparkeerd. Een enkele lantaarnpaal geeft schaars licht. Een tiental fietsen staat ordelijk onder een afdak en bij de ingang hangen de jassen kameraadschappelijk naast elkaar. Het is duidelijk. Hier heerst orde en rust.
Binnen staan en zitten ongeveer twintig mannen rond vier grote, groene tafels. Ze kijken geconcentreerd naar de drie ballen op de tafel. Het geluid van een keu die een bal stoot en de doffe ploffen van de bal tegen de randen zijn de enige geluiden. De mannen kijken even naar elkaar, knikken goedkeurend, waarna de ene speler rustig naar zijn stoel loopt en zijn tegenspeler opstaat om de keu ter hand te nemen. Biljarten is voor deze heren een serieuze zaak. Noem het maar gerust zeer serieus.
Geen vrouwen
Arie van der Schoot (69) uit Jonkerslân is al twaalf jaar lid en is de kassier van de club. Hij houdt bij wat er op een avond besteld en betaald wordt aan drankjes, maar speelt zelf ook mee in de clubcompetitie. “Wy ha ûngefear 75 leden. Allegear mânlju. Der sit gjin frou by helaas, mar se binne altyd wolkom.” De jongste leden zijn om en nabij 45 jaar en Jan Tabak is met zijn 87 lentes de oudste. Wedstrijdleider Kees Peetam (83) vult aan: “Elk jaar raken we wel twee leden kwijt omdat ze te oud zijn, maar we krijgen er geen nieuwe leden voor terug.” Arie kijkt eens rond naar de achttien aanwezigen: “Der wurkje der noch sân fan.”
BC Gorredijk heeft een eigen clubhuis en speelzaal. Volgens Kees hebben de Gordijkster biljarters de mooiste plek van heel Friesland. “We hebben hier nooit parkeerproblemen en niemand heeft last van ons.” Bijna elke avond is er wel wat te doen in het clubhuis. Op maandag spelen de beste spelers van de club hun eigen onderlinge competitie. “Die zijn wel tien keer zo goed als wij.”
Donderdags spelen Arie, Kees en hun biljartmaten en op vrijdagavond is het de beurt aan de driebanders van de vereniging. In feite kan er elke dag en op elk tijdstip worden gespeeld. Arie: “Elkenien hat in eigen sleutel. Se kinne der altyd yn. Mar de ljochten gean wol automatysk út om âlve oere jûns.”
De club heeft de ruimte in eigen beheer en de leden zorgen zelf voor het schoonhouden en het onderhoud. Kees: “Andere clubs hebben uitbaters. Wij doen hier alles zelf en hebben daarom lage kosten. Daardoor kost bijvoorbeeld een kop koffie hier slechts 1,50 euro.” Naast de contributies en de sponsoring vormt de bar in het clubhuis de grootste bron van inkomsten. “Daar kun je een leuke tafel van kopen.”
![]()
‘Gjin gedonder’
Cor van der Hoef (80) pauzeert even tussen twee partijen door en laat zijn keu rusten. Hij omschrijft de sfeer als gemoedelijk. “Der is hjir gjin gedonder. Gjin geouwehoer.” Ook al biljart hij al twintig jaar, toch werkt hij nog aan verbeterpunten. “Ik moat wat rêstiger wurde oan de tafel. Ik bin te hastich en nim te min tiid om goed oan te lizzen.”
De heren bespreken ondertussen wat een goede biljarter typeert. Waarom is de één een betere biljarter dan de ander? De biljartgeleerden uit Gorredijk komen tot de conclusie dat biljarten de kunst is van het bijelkaar houden van de ballen. Kees vult nog aan: “De ballen bij elkaar krijgen, maar ook bij elkaar houden.” Arie verwoordt het wat anders: “Do moatst goed rekkenje kinne en de patroanen sjen.”
Aan een tafel verderop spelen twee relatieve jongeren tegen elkaar. Zij gedragen zich precies zoals hun oudere companen: rustig, beschaafd en observerend. Jan Klaas Gillebaard (49) komt uit Heerenveen, maar speelt toch het liefst in Gorredijk. “It materiaal is hjir goed. De minsken binne goed en it is hjir moai rêstich. Der is hielendal gjin ôflieding ast spilest.”
In Gorredijk kun je ook in De Skâns biljarten; daar is ook redelijk veel belangstelling voor. Daar wordt echter ‘vrij’ gebiljart, dus niet in competitievorm. Bovendien gaan de deuren van De Skâns alleen overdag open voor de biljartliefhebbers. ’s Avonds biljarten in Gorredijk wordt steeds moeilijker.
Kees: “Vroeger had je drie kroegen in Gorredijk waar je terechtkon. Nu is er nog maar één over.” Met het wegvallen van het kroegblijarten wordt het aantrekken van nieuwe, vooral jongere leden, een stuk lastiger. Jongeren hebben tegenwoordig andere hobby’s. Sjoerd Jonker (53) spreekt uit ervaring: “Ik ha sels twa jonges mar dy krij ik net mei hjirhinne. Se fine der neat oan.”
![]()
Minder aandacht
De biljartsport zit de laatste jaren in zwaar weer, omdat de aandacht voor biljarten op televisie aanzienlijk verminderd is. De publieke belangstelling bij wedstrijden en toernooien neemt hierdoor ook sterk af. Wedstrijden tussen de legendarische Belgen Ceulemans, Dielis en de Nederlanders Vultink, Van Bracht en Bessems werden vroeger zondagsmiddags live uitgezonden. Kees: “Vroeger was er veel meer animo om te komen kijken. Nu is er geen kop. Er is waarschijnlijk veel te veel op tv.”
De vier tafels blijven ondertussen voortdurend bezet. De mannen gebruiken elke minuut, elke gelegenheid om een stoot te plaatsen. De stand wordt bijgehouden op elektronische scoreborden die tegen de wand hangen. Dat zijn niet zomaar scorebordjes. Kees: “Dat zijn professionele scoreborden. Die hebben wij als enige in Friesland.” Over de toekomst van de club maakt Kees zich helemaal geen zorgen. “Over vijf jaar is het nog steeds hetzelfde. We zijn en blijven een gezonde club, maar als we uit dit pand moeten, wordt het lastig.”
Op het einde van de avond zit Jan Tabak, het oudste lid van 87, tevreden aan de stamtafel. Er wordt nog gezellig nagebabbeld onder het genot van een glaasje. Jan kijkt tevreden terug op deze avond: “Ik ha my jûn wol fermakke.” Hij geeft zijn buurman een triomfantelijke tik op de schouder. “Ik ha fan him wûn.”









