
Twintig jaar geleden kocht Ruud zijn eerste stabij: Famke. “We verhuisden dertig jaar geleden naar Friesland. Toen hadden we Russische herdershonden. Ik heb toen gezegd: als deze honden er niet meer zijn, gaan we een stabij kopen. Want wat is er nou mooier dan een Friese hond als je in Friesland woont en daarbij bewaar je ook nog eens het Friese erfgoed.” Het was het begin van de kennel Fan Bûten Ut.
Ruud is actief betrokken bij een van de slechts twee Friese hondenrassen. Het andere ras is de welbekende wetterhoun. De rassen vallen samen onder de Nederlandse Vereniging van Stabij- en Wetterhounen (NVSW) waar Ruud al voor de aanschaf van zijn stabij lid van werd. Terug naar Famke, zijn eerste stabij. “Ik was meteen al van plan om ermee te gaan fokken, daarom vroeg ik puppybemiddeling bij de NVSW.” Als fokker heb je een grote verantwoordelijkheid, vindt Ruud. “Stel de pup die jij hebt gefokt, krijgt wat. Dan zitten de eigenaren flink in de sores, die willen dat hondje voor geen miljoen meer kwijt.” Daarom zijn de fokregels bij NVSW streng. “Ik kan bijvoorbeeld niet zomaar een reu kiezen om een teef te laten dekken. Hiervoor moet je eerst advies vragen van de fokadviescommissie. Zij zoeken alles uit met betrekking tot inteelt, ziektes en dergelijke. Als een match niet goed is, leggen ze ook uit waarom dat is.”
Op het ruime erf rond de boerderij hebben de zeven stabijhounen alle ruimte. “Ik beleef vooral veel lol aan m’n honden.” Het zijn allemaal teefjes, vijf zwart-wit en twee bruin-wit. De oudste is Semke met haar dertien jaar en de jongste is een pup van een half jaar. Ruud fokt maar één nestje per jaar, in december worden mogelijk de volgende pups verwacht. “Elke hond krijgt bij mij maximaal drie nestjes; officieel mag dat vijf nesten zijn maar na drie mogen ze bij mij met pensioen. Gewoon lekker oud worden hier.” Fenneke, wijst hij, is Nederlands kampioen en Inke internationaal kampioen.
Fokcombinaties en genetica
Ruud, gepensioneerd bioloog, houdt zich graag bezig met fokcombinaties en genetica. Vijf jaar lang zat hij in de fokadviescommissie van de NVSW. “Op dit moment ben ik met Universiteit Utrecht bezig met Fit2Breed, een database en programma met daarin alles wat met de stabijhoun te maken heeft: onder andere DNA, afstamming, ziektes en fokwaardenschatting. In het programma koppelen we veel gegevens om een hond te kunnen fokken die zo gezond mogelijk is.” Naar verwachting is Fit2Breed over een jaar klaar. Fokkers kunnen in Fit2Breed de gegevens van hun teefje invullen en krijgen dan de best mogelijke kandidaat-reu te zien. Dierenartsen kunnen nu al beschikken over een app, waarin ze alle data van de stabijhounen die bij hen onder behandeling zijn, kunnen registreren: PETscan. Alle medische data worden dan rechtstreeks doorgegeven aan de Universiteit Utrecht en worden gebruikt in het fokprogramma Fit2Breed.Pups van Ruud Wubbolts gaan de hele wereld over. “De stabij wordt steeds populairder in het buitenland. Vaak zijn het oudere ‘Friezen om utens’ die de stabij willen hebben. Het is een prachtig ras, je kunt er van alles mee. In Scandinavië zijn ze populair om hun goede neus; er wordt bijvoorbeeld een gebruikt voor de jacht op elanden en een andere om aangereden wild op te sporen. Dertig pups van zijn kennel emigreerden naar onder andere Amerika, Canada, Scandinavië, Denemarken, België, Duitsland, Engeland en Tsjechië.
Ruud geeft zijn pups niet zomaar aan Jan en alleman mee. “Een hond aankopen mag geen impuls zijn. Je moet er tijd voor hebben. Je kunt een stabij niet voor de kachel leggen en denken dat je met een paar wandelingen klaar bent. Ik vind dat je met een stabij wel wat moet doen. Cursus, speurwerk, mollenvangen, doggydance; het maakt niet uit, als je er maar wat mee doet.” Ruud helpt de kopers van zijn pups bij het kiezen. “Ze mogen zeggen wat ze graag willen qua karakter. Ik zoek vervolgens uit welk hondje bij welke eigenaren past. Bij een gezin met jonge kinderen past bijvoorbeeld een pup die weerstand heeft, die wel wat kan hebben.” En het allerleukste? “Ik houd contact met de eigenaren, soms jarenlang.”






