
Dierenarts Jan van der Zee is nog van de oude stempel: hij behandelt niet alleen vee maar ook gezelschapsdieren. “Ik zie alle patiënten en eigenaren zelf. Ik groei als het ware met de dieren mee, vanaf de geboorte tot aan het einde. Dat geeft mij voldoening.”
Met zijn dorpspraktijk in Beetsterzwaag beantwoordt Van der Zee helemaal aan het romantische beeld dat diergeneeskundestudenten nog hebben als ze aan de opleiding beginnen. Maar gaandeweg zullen ze zich moeten schikken, aldus de dierenarts. “Ik ben zo langzamerhand een van de laatsten der Mohikanen; studenten van tegenwoordig worden niet meer zo breed opgeleid. Net als bij huisartsen verdwijnen de eenmanspraktijken en is de trend schaalvergroting en specialisme.”
Bij de huisdieren is er de afgelopen jaren ook veel veranderd. Een groot verschil is bijvoorbeeld de voeding. “Er is veel meer aandacht voor de gezondheid. Voorheen kregen veel dieren eten uit blik of aten ze met de pot mee, dat is nu volstrekt anders.” Verbeterde diagnostiek heeft ervoor gezorgd dat honden en katten een passend dieet krijgen voorgeschoteld. En bij eigenaren heeft Van der Zee in de jaren ook het besef van morele plicht zien toenemen om goed voor hun dier te zorgen. “Door de combinatie van die twee factoren leven gezelschapsdieren langer en gezonder. Het is zelfs zo dat je inmiddels kan spreken van een zekere vergrijzing onder huisdieren.”
Want ook de diagnostiek in de diergeneeskunde heeft een vlucht gemaakt. “Via bloedonderzoek kunnen we tegenwoordig veel meer aandoeningen vaststellen. Zo kreeg ik laatst een kat in de spreekkamer die op het eerste oog leed aan nierfalen. Om zeker te zijn hebben we toch een bloedtestje gedaan en daaruit bleek dat het probleem bij de schildklier lag. Voorheen had de patiënt een spuitje gekregen, nu heeft de kat nog een paar jaar te gaan. Zo belanden we langzamerhand wel bij de huisdierengeriatrie.”
De preventieve check betaalt zich terug, is zijn ervaring. Boeren doen er vrijwillig aan mee. “Een enkele boer niet. Die vindt dan dat mijn bemoeienis te veel inbreuk maakt op zijn zelfstandigheid.” In het zogeheten Koekompas licht hij tweemaal per jaar een bedrijf door. “Dat neem ik ook voor mijn rekening, maar dan gaat het meer om het benoemen van de risicofactoren.” De rol van vertrouwenspersoon is hem liever. “Niet iedere collega zit daar op te wachten, maar ik wel. Vergeet niet dat boeren ook een individueel beroep uitoefenen, dan is het af en toe prettig als je iemand hebt om tegenaan te praten.”
“Ik ben zelf ook erfbetreder, als dierenarts word ik ingehuurd om de veestapel zo gezond mogelijk te houden, gezond betekent immers productie.” Maar wat is gezond? Koeien krijgen eenzijdig gras en krachtvoer om maximaal te kunnen presteren, maar in het dieet ontbreekt het aan structuur, de mineralen en vitaminen die in vroegere mengsels van grassoorten en kruiden zaten. De erfbegeleiders komen dan weer met melkstuwende voeding, want iedereen wil wel aan de boer verdienen.
Zo ziet de val eruit, maar Van der Zee wil niet alleen somberen. “Ik zie de huidige stikstofcrisis als een overlevingskans voor de boer en de biodiversiteit. Het is tijd om de boel om te gooien: als we de kosten reduceren gaat de uitstoot vanzelf mee naar beneden. En met minder kosten valt er uit een familiebedrijf met tachtig tot honderd koeien een goed bestaan te halen. Maar goed, de knop moeten we wel met zijn allen willen omzetten, de overheid voorop.”
Met zijn dorpspraktijk in Beetsterzwaag beantwoordt Van der Zee helemaal aan het romantische beeld dat diergeneeskundestudenten nog hebben als ze aan de opleiding beginnen. Maar gaandeweg zullen ze zich moeten schikken, aldus de dierenarts. “Ik ben zo langzamerhand een van de laatsten der Mohikanen; studenten van tegenwoordig worden niet meer zo breed opgeleid. Net als bij huisartsen verdwijnen de eenmanspraktijken en is de trend schaalvergroting en specialisme.”
Bij de huisdieren is er de afgelopen jaren ook veel veranderd. Een groot verschil is bijvoorbeeld de voeding. “Er is veel meer aandacht voor de gezondheid. Voorheen kregen veel dieren eten uit blik of aten ze met de pot mee, dat is nu volstrekt anders.” Verbeterde diagnostiek heeft ervoor gezorgd dat honden en katten een passend dieet krijgen voorgeschoteld. En bij eigenaren heeft Van der Zee in de jaren ook het besef van morele plicht zien toenemen om goed voor hun dier te zorgen. “Door de combinatie van die twee factoren leven gezelschapsdieren langer en gezonder. Het is zelfs zo dat je inmiddels kan spreken van een zekere vergrijzing onder huisdieren.”
Want ook de diagnostiek in de diergeneeskunde heeft een vlucht gemaakt. “Via bloedonderzoek kunnen we tegenwoordig veel meer aandoeningen vaststellen. Zo kreeg ik laatst een kat in de spreekkamer die op het eerste oog leed aan nierfalen. Om zeker te zijn hebben we toch een bloedtestje gedaan en daaruit bleek dat het probleem bij de schildklier lag. Voorheen had de patiënt een spuitje gekregen, nu heeft de kat nog een paar jaar te gaan. Zo belanden we langzamerhand wel bij de huisdierengeriatrie.”
Niet onnodig rekken
Van der Zee waakt er evenwel voor dat dieren een lijdensweg ondergaan, al kost het soms enige overredingskracht om de eigenaar te overtuigen. “Het dier heeft zelf geen toekomstverwachting, zeg ik dan. We kunnen zijn leven nog twee maanden rekken, maar daar heeft het zelf niets aan. Dat is vaak voldoende, als het eropaan komt, zijn de mensen hier toch redelijk nuchter.”Maandelijks bedrijfsbezoek
De landbouwhuisdieren vormen de andere kant van zijn praktijk. Voor de boer is Van der Zee arts en bedrijfsbegeleider. En als bedrijfsbegeleider probeert hij de arts buiten de deur te houden. “Mijn belang is het belang van de boer. Gezond vee betekent productie en de productie bepaalt de winstgevendheid. Ziekte verstoort het bedrijfsproces en moet je dus zien te voorkomen, daar komt het in de kern op neer.” Dat gebeurt onder andere met maandelijkse bedrijfsbezoeken waarbij hij per doelgroep de koeien cijfers geeft aan de hand van een lijst met beoordelingscriteria. Hij kijkt naar de vacht, naar de pensvulling, en analyseert de samenstelling van de mest. De individuele staatjes met gegevens vergelijkt hij met de melkproductie. Komen de liters overeen met wat je van de koe mag verwachten, dan is de voeding in orde. “Blijft een groep achter, dan is er wat aan de hand.”De preventieve check betaalt zich terug, is zijn ervaring. Boeren doen er vrijwillig aan mee. “Een enkele boer niet. Die vindt dan dat mijn bemoeienis te veel inbreuk maakt op zijn zelfstandigheid.” In het zogeheten Koekompas licht hij tweemaal per jaar een bedrijf door. “Dat neem ik ook voor mijn rekening, maar dan gaat het meer om het benoemen van de risicofactoren.” De rol van vertrouwenspersoon is hem liever. “Niet iedere collega zit daar op te wachten, maar ik wel. Vergeet niet dat boeren ook een individueel beroep uitoefenen, dan is het af en toe prettig als je iemand hebt om tegenaan te praten.”
De val
Toen Van der Zee in 1985 als dierenarts begon, telde Nederland nog 90.000 boerenbedrijven. “Tegenwoordig zijn het er 16.000 en dat aantal loopt nog altijd verontrustend snel terug.” De oorzaak noemt de dierenarts de val van de landbouw: de ratrace van hogere productie, meer kosten, en weer meer produceren om de kosten het hoofd te bieden. “Die inspanningen gaan ten koste van de natuur en de biodiversiteit, de signalen kunnen we niet ontkennen. Ik worstel daarmee, want ook ik ben onderdeel van het systeem.” Dat systeem wordt volgens Van der Zee aangestuurd door de landbouwpolitiek die zwaar inzet op agri-business, vooral dienstbaar aan grote bedrijven. Met de komst van de ‘erfbetreders’ - voerproducenten, subsidieadviseurs, bankvertegenwoordigers - hebben de familiebedrijven hun vrijheid en autonomie verloren.“Ik ben zelf ook erfbetreder, als dierenarts word ik ingehuurd om de veestapel zo gezond mogelijk te houden, gezond betekent immers productie.” Maar wat is gezond? Koeien krijgen eenzijdig gras en krachtvoer om maximaal te kunnen presteren, maar in het dieet ontbreekt het aan structuur, de mineralen en vitaminen die in vroegere mengsels van grassoorten en kruiden zaten. De erfbegeleiders komen dan weer met melkstuwende voeding, want iedereen wil wel aan de boer verdienen.
Zo ziet de val eruit, maar Van der Zee wil niet alleen somberen. “Ik zie de huidige stikstofcrisis als een overlevingskans voor de boer en de biodiversiteit. Het is tijd om de boel om te gooien: als we de kosten reduceren gaat de uitstoot vanzelf mee naar beneden. En met minder kosten valt er uit een familiebedrijf met tachtig tot honderd koeien een goed bestaan te halen. Maar goed, de knop moeten we wel met zijn allen willen omzetten, de overheid voorop.”









