
Zuivelwanden in supermarkten beslaan gauw tientallen meters, koemelk vormt de basis van een schier oneindige hoeveelheid aan consumentenproducten. Maar wat vreet de koe zelf eigenlijk? Het melkvee van René Nies uit Lippenhuizen krijgt dagelijks een uitgekiend dieet voorgeschoteld. Loonwerker Jos Roskammer uit Terwispel dient het menu op.
Vanuit de verte komt gestaag de dreun van een grote landbouwmachine naderbij. “Daar zal je hem hebben”, zegt melkveehouder René Nies. Met een boog draait de Verti-Mix-voermengwagen het erf aan de Tjalling Harkeswei op; Jos Roskammer is wat later dan gewoonlijk. “Ik hie in probleemke mei de koeling fan de wein”, schreeuwt hij door het open raampje. “Fuortendaliks mar fuorje?” René knikt, zijn koeien staan erop te wachten. Als gevolg van de aanhoudende nattigheid is hij al finaal door zijn voorraad kuilgras van vorig jaar heen. “We hebben inmiddels alweer een enorme bult kuil binnengehaald, maar daar hikken de koeien nog wat tegenaan: het is de dames te vers en te lauw. Maar gemengd met de andere voerbestanddelen vreten ze het zo weg.” René laat zijn tachtig melkkoeien voeren door het loonbedrijf. Hij zou het ook zelf kunnen doen, maar niet met de nauwkeurigheid en efficiëntie die de mengvoederwagen van Jos aan de dag legt. En bij het voerdieet komt het op precisie aan. De bevestiging daarvan vormt de melkgift per koe per dag, het gemiddelde steeg de afgelopen jaren van 27 liter naar boven de 30 liter. Nies: “Voornaamste doelstellingen van het voerdieet zijn diergezondheid en melkproductie, daarin wil je het meest optimale bereiken. En dat gaat aan de hand van meetbare gehaltes, onder andere de opname van eiwitten, mineralen, zetmeel en vezels. Die gehaltes moeten weer met elkaar in balans zijn. Voer je bijvoorbeeld te veel eiwit, dan schijt de koe dat uit. Dat is niet alleen verspilling van duur eiwit, maar verhoogt ook onnodig de stikstofuitstoot.”
Het dieet voor zijn koeien stelt René samen in overleg met zijn leverancier. “De meetgegevens voeren we in op de computer en daar rollen dan de optimale verhoudingen van de voerbestanddelen uit.” Die uitkomst is niet in beton gegoten, al naar gelang omstandigheden gaat René af op zijn boerenverstand om zo nodig aanpassingen te doen. “Als de koeien buiten lopen, heb je bijvoorbeeld de grasopname niet volledig in de hand. En nu de eerste snee zo laat van het land kwam, is de kuil vezeliger, dat zie je terug in de mest.” Beetje minder van het een, beetje meer van het ander: René houdt zelf de regie. Elke dag mailt hij zo de kilo’s voeringrediënten door naar Jos.
Voor de bult met snijmais heeft René in het vooruit twee kruiwagens uitgestort met mineralen, een mix van raap- en sojaschroot, en nog wat andere toevoegingen. “Zo bespaar ik weer op krachtvoer.” De machine van Jos slokt de twee hoopjes op voordat de 1250 kilo snijmais naar binnen gaat. “Alle yngrediïnten sitte der no yn”, maakt Jos duidelijk boven het geraas van de menger uit. “Ik gean de stal yn om it mingsel út te riden.” Via de korte transportband aan de zijkant doseert de machine al husselend in twee keer het dieetmengsel over de lengte van de voergang voor de neuzen van de gulzige koeien. De hele voederoperatie heeft al met al nog geen kwartier geduurd.
Voor Jos zit de dag erop, René is zijn laatste boer in het dagelijkse ritje langs zevenentwintig adressen. Nee, hij bedient niet alle melkveehouders van Terwispel tot hier. “It leit oan de aard fan it bedriuw. René is in typyske koweboer, mar je ha fansels ek trekkerboeren dy’t leaver sels fuorje.”
Vanuit de verte komt gestaag de dreun van een grote landbouwmachine naderbij. “Daar zal je hem hebben”, zegt melkveehouder René Nies. Met een boog draait de Verti-Mix-voermengwagen het erf aan de Tjalling Harkeswei op; Jos Roskammer is wat later dan gewoonlijk. “Ik hie in probleemke mei de koeling fan de wein”, schreeuwt hij door het open raampje. “Fuortendaliks mar fuorje?” René knikt, zijn koeien staan erop te wachten. Als gevolg van de aanhoudende nattigheid is hij al finaal door zijn voorraad kuilgras van vorig jaar heen. “We hebben inmiddels alweer een enorme bult kuil binnengehaald, maar daar hikken de koeien nog wat tegenaan: het is de dames te vers en te lauw. Maar gemengd met de andere voerbestanddelen vreten ze het zo weg.” René laat zijn tachtig melkkoeien voeren door het loonbedrijf. Hij zou het ook zelf kunnen doen, maar niet met de nauwkeurigheid en efficiëntie die de mengvoederwagen van Jos aan de dag legt. En bij het voerdieet komt het op precisie aan. De bevestiging daarvan vormt de melkgift per koe per dag, het gemiddelde steeg de afgelopen jaren van 27 liter naar boven de 30 liter. Nies: “Voornaamste doelstellingen van het voerdieet zijn diergezondheid en melkproductie, daarin wil je het meest optimale bereiken. En dat gaat aan de hand van meetbare gehaltes, onder andere de opname van eiwitten, mineralen, zetmeel en vezels. Die gehaltes moeten weer met elkaar in balans zijn. Voer je bijvoorbeeld te veel eiwit, dan schijt de koe dat uit. Dat is niet alleen verspilling van duur eiwit, maar verhoogt ook onnodig de stikstofuitstoot.”
Het dieet voor zijn koeien stelt René samen in overleg met zijn leverancier. “De meetgegevens voeren we in op de computer en daar rollen dan de optimale verhoudingen van de voerbestanddelen uit.” Die uitkomst is niet in beton gegoten, al naar gelang omstandigheden gaat René af op zijn boerenverstand om zo nodig aanpassingen te doen. “Als de koeien buiten lopen, heb je bijvoorbeeld de grasopname niet volledig in de hand. En nu de eerste snee zo laat van het land kwam, is de kuil vezeliger, dat zie je terug in de mest.” Beetje minder van het een, beetje meer van het ander: René houdt zelf de regie. Elke dag mailt hij zo de kilo’s voeringrediënten door naar Jos.
Eiwitrijke restproducten
Op zijn tablet in de cabine laat Jos de gewenste hoeveelheden oplichten. “Sjoch, 1.350 kilo kuil, dêr begjinne we mei.” Hij toetst het gewicht in op de boordcomputer en met gierend geraas graaft de mengvoederwagen zich de kuilbult in, de snel roterende trommel voorop schraapt verticaal de massieve kuilbult laag voor laag af. Het weegplateau onder in de machine geeft aan wanneer het gewicht is bereikt en transporteert de uitgeplozen kuil daarna door naar het menggedeelte. Het gaat snel en netjes, ook de restplukken worden keurig opgeveegd. Op naar de volgende bult achter de stal: bierbostel, een eiwitrijk restproduct dat overblijft bij het bierbrouwen. De mengvoedermachine werkt in no time vierhonderd kilo naar binnen.Voor de bult met snijmais heeft René in het vooruit twee kruiwagens uitgestort met mineralen, een mix van raap- en sojaschroot, en nog wat andere toevoegingen. “Zo bespaar ik weer op krachtvoer.” De machine van Jos slokt de twee hoopjes op voordat de 1250 kilo snijmais naar binnen gaat. “Alle yngrediïnten sitte der no yn”, maakt Jos duidelijk boven het geraas van de menger uit. “Ik gean de stal yn om it mingsel út te riden.” Via de korte transportband aan de zijkant doseert de machine al husselend in twee keer het dieetmengsel over de lengte van de voergang voor de neuzen van de gulzige koeien. De hele voederoperatie heeft al met al nog geen kwartier geduurd.
Eerlijk delen
Daar kan hij als boer niet tegenop werken, aldus René, maar tijdbesparing is een bijkomend voordeel. “Ik krijg het voer nooit zo gemengd als Jos dat met zijn machine kan. Omdat alle bestanddelen zo evenwichtig zijn verdeeld, komen de jonge koeien beter tot hun recht. Voorheen met het voeren in blokken wilden de ouderen hun ‘ellebogen’ nogal eens gebruiken om de mais weg te vreten.”Voor Jos zit de dag erop, René is zijn laatste boer in het dagelijkse ritje langs zevenentwintig adressen. Nee, hij bedient niet alle melkveehouders van Terwispel tot hier. “It leit oan de aard fan it bedriuw. René is in typyske koweboer, mar je ha fansels ek trekkerboeren dy’t leaver sels fuorje.”






