
Als junior maakte de nu twintigjarige Tygo al de nodige minuten in het eerste elftal van RWF uit Frieschepalen, maar in de zomer van 2018 schoof hij definitief door naar de seniorenselectie. Hij genoot ervan, maar langer dan een half jaar kwam hij niet in actie voor de zaterdagvierdeklasser. Iets zei hem dat het tijd was om eens elders op de wereld een kijkje te gaan nemen.
“Niet dat ik direct wilde gaan backpacken in Azië hoor, maar het leek me leuk om een tijdje ergens anders dan in Nederland te zijn. Het liefst in Europa.” Terwijl die gedachte door zijn hoofd speelde, kwam Tygo toevallig een vacature op het Spaanse vakantie-eiland Gran Canaria tegen. “Animatiewerk in een hotel. Het leek me een ideale kans.”
In december vertrok hij naar Gran Canaria. Zelf veel voetballen deed hij er niet, wel nam hij regelmatig een kijkje bij een lokale club met het trainingsveld naast het hotel. “Waar mogelijk heb ik met activiteiten wel tegen een balletje getrapt om nog een beetje het balgevoel te houden, maar ik moest zeker wel weer wennen toen ik thuis was.”
RWF voetbalde ondertussen uiteraard door en dat volgde Tygo van een afstandje op de voet. “Je wilt toch weten hoe het is gegaan. Want ondanks dat ik het fantastisch had op Gran Canaria, was het soms ook lastig. Voetbal en RWF betekenen namelijk heel veel voor me.”
Dit seizoen wil hij dan ook flink bijdragen aan goede prestaties van de club. “In de eerste weken was het echt een kwestie van ritme opdoen door minuten te maken en in de bekercompetitie ook voor het eerste een hele wedstrijd te spelen. Van daaruit wil ik verder groeien. Ik speel als linksbuiten. Met Wieger Baron hebben we een spits met een neusje voor de goal. Hij was vorig jaar goed bezig in de zes maanden dat ik weg was. Dit jaar gaan we dat nog weer een beetje beter doen.”
En dat geldt volgens Tygo voor heel RWF. “Iedereen was aan het einde van de competitie tevreden over de ontwikkeling van onze ploeg, vooral dankzij onze trainer Jan de Haan. Hij is een fijne vent, een voetballende trainer ook. Het was al met al een productief jaar. Maar iedereen had aan het einde ook wel het gevoel dat er nog meer in had gezeten. Dat moet er dan nu maar uit komen.”












