Jippe Witteveen gaat voor het avontuur: op de fiets naar Iran
Jippe Witteveen (26) uit Beetsterzwaag stapte op 25 mei dit jaar op de fiets. Niet voor een tochtje in de omgeving, maar voor een reis over de wereld. Inmiddels is hij bijna zevenduizend kilometer en vijftien landen verder. Jippe doet bericht vanuit Turkije.

“Eerst de gemeente uit, toen al snel de provincie Fryslân achter mij gelaten om daarna de Duitse grens te passeren. Zeven landen en zes open grenzen verder stond ik aan de buitengrens van de Europese Unie. Op mijn verjaardag, begin september, kwam ik aan in Azië. Nu ben ik in Turkije, onderweg naar Iran.
Het idee om naar Iran te fietsen kwam een jaar of drie voor het eerst in me op. Ik herinner me de keer dat ik dit idee voor het eerst uitsprak. Het was bij mijn ouders thuis, onder het genot van aardappelen met jus, een gehaktbal en zachtgekookte broccoli. Dit voornemen op tafel leggen was voor mijzelf vooral een stok achter de deur. Zodra het plan was uitgesproken, wilde ik ook bewijzen dat ik het kon.
Meer uitdaging
Na de middelbare school ben ik een jaar gaan backpacken. Dat was een hele bijzondere ervaring. Ik wist ook meteen dit ik op een dag weer eens iets groots wilde ondernemen. Het gevoel ontstond dat ik het de volgende keer een avontuur wilde noemen: minder bewandelde paden, meer uitdaging. Ik raakte er ook steeds meer van overtuigd dat ik milieuvriendelijk wilde reizen. De wereld rondvliegen mag dan goed zijn voor je zelfontwikkeling; goed voor de wereld die je ontdekt is het uiteindelijk niet.
Boeken van Kader Abdolah en reportages van Thomas Erdbrink hadden intussen mijn interesse voor Iran gewekt. Dit leek mij een mooie bestemming, omdat je gaandeweg in een totaal andere beschaving belandt. Bovendien is Iran vanuit Nederland over land bereikbaar. Er was nog iets: veel Nederlanders hebben een bepaald beeld over landen die voor ons minder bekend zijn. Een mening die vaak is gebaseerd op de dingen die we in het nieuws horen. Het Midden-Oosten staat voor veel mensen bijna synoniem aan oorlog, chaos, extremisme en dictators. Bij de kleine landjes op de Balkan hebben mensen misschien minder een idee; we horen er ook niet zo vaak over. Maar wellicht denkt men aan begrippen als oorlogsmisdadigers, Srebrenica en corruptie.
Het probleem is alleen dat het nieuws vaak politiek getint is. Politieke gebeurtenissen in non-democratische of corrupte landen komen hier zelden positief in het nieuws. Over gewone mensen hoor je veel minder. Hoe zij leven, wat hun kijk op de wereld is, en wat hun normen en waarden zijn, dat wilde ik graag ontdekken.
Pieken en dalen
Tijdens een reis als deze maak je uiteraard van alles mee. Soms slaap ik onder de sterrenhemel op de mooiste plekjes in de natuur. Maar ik heb ook tussen het afval gekampeerd. Onderweg moet ik soms door bergketens fietsen, maar woestijnachtige gebieden lagen op de route. Soms zijn er mooie fietspaden of rustige wegen, maar soms ontkom je ook niet aan de snelweg.
Op persoonlijk vlak zijn er op zo’n reis veel pieken, maar af en toe ook dalen. Er zijn problemen geweest met de fiets en de telefoon. Ik heb me weleens eenzaam gevoeld, mijn nieuwe telefoon werd gestolen en ik kneusde tijdens een val mijn voet. Maar die moeilijke momenten horen erbij. Ik wist vooraf ook dat deze momenten zouden komen. Van die momenten groei je, je wordt er sterker van. Daarnaast laten de dalen je ook extra genieten van de mooie momenten.
De grens
Wat ik nooit zal vergeten is de oversteek van Montenegro naar Kosovo. Dat was een avontuur. Ik fietste samen met Niels, een Duitser. We namen niet de hoofdweg, volgens onze navigatie was er een andere route die je kon fietsen. Tussen Montenegro en Kosovo liggen bergen, dus we wisten dat het een aardige klim ging worden. Wat we niet wisten, was dat de gekozen route met de fiets eigenlijk onbegaanbaar was. Een asfaltweggetje werd al snel grind en vervolgens zó steil dat we de fiets moesten duwen. Op een gegeven moment begon het ook nog eens hard te regenen en te onweren. Het betekende een paar uur schuilen onder de tarp van Niels.
Toen het donker begon te worden moesten we wel iets ondernemen. We besloten om een stukje naar beneden te fietsen, naar de plek waar we de laatste huisjes hadden gezien. Uiteindelijk belandden we bij een familie. Ze woonden met meerdere generaties, zo’n twaalf mensen, in een klein zelfgebouwd zomerhuisje. We werden ontvangen met koffie en rakija, een zelfgebrouwen sterke drank, en kregen avondeten. We communiceerden vooral met handen en voeten, aangevuld met Google translate. Het was een Servische familie. In hun ogen waren we dan ook niet in Montenegro, maar in Servië. Die nacht sliepen we op de veranda.
De volgende dag namen we een andere weg naar Kosovo. Volgens sommige mensen konden we daar niet langs, de weg was in 1999 tijdens de Kosovo-oorlog officieel gesloten. Anderen vertelden echter dat we er wel met de fiets langs konden. Eenmaal op het hoogste punt begon het hard te regenen. Gelukkig stond er een verlaten huisje waar we konden schuilen. De Montenegrijnse grenspolitie passeerde en checkte onze paspoorten. Ze zeiden eerst dat we niet verder konden, maar gebaarden uiteindelijk dat ze zouden doen alsof ze ons niet hadden gezien. Na een spectaculaire rit bergafwaarts bleek de grens inderdaad met betonblokken afgesloten. Er was geen grenscontrole, technisch gezien passeerden we de grens illegaal.
Samen verantwoordelijkheid nemen
Tijdens de bijzondere reis heb ik al een aantal lessen getrokken. De belangrijkste? Dat mensen in de basis overal hetzelfde zijn. Aan de oppervlakte zijn er zeker verschillen, maa uiteindelijk zijn overal dezelfde uitgangspunten belangrijk: vrienden en familie, voldoende inkomen en een onderkomen. Onderweg vallen natuurlijk ook de grote problemen op waar de wereld mee kampt. Er is enorme ongelijkheid in materiële welvaart en in kansen. En de negatieve effecten van de klimaatverandering zijn steeds meer voelbaar. Ook zie je dat de democratie op steeds meer plekken onder druk komt te staan. Wat mij betreft is de conclusie duidelijk: we moeten samen de verantwoordelijkheid nemen. Niet met z’n allen wegkijken, maar de armen uit de mouwen steken. Dan kunnen de toekomst beter maken.”














