Algemeen

Hoe een idee uitgroeit tot een grote theaterproductie: Scrooge daagt Beetsterzwaag uit

Bij de start van het theatrale project ‘Scrooge’ in Beetsterzwaag vroegen de initiatiefnemers zich af of er zich wel voldoende vrijwilligers zouden melden. Dit voorjaar ging de organisatie in Beetsterzwaag uit van circa honderd medewerkers; het worden er drie keer zoveel. En dat zorgt voor volop uitdagingen.

Afbeelding
Marian Klein Ikkink

Het bekende verhaal van Charles Dickens’ Christmas Carol, met Scrooge en Marley en de kerstgeesten van het verleden, het heden en de toekomst, is al jaren over de hele wereld een bron van inspiratie voor bijzondere evenementen aan het einde van het jaar. Beetsterzwaag voegt daar dit jaar haar eigen versie aan toe. ‘Srooge - A Christmas Carol in Beetsterzwaag’ wordt een theatrale productie op tien verschillende locaties, verspreid over het dorp. Aanvankelijk gepland voor drie bijzondere avonden, maar inmiddels is het aantal voorstellingen al uitgebreid naar vijf: van 11 tot en met 19 december.

Tien locaties, tien ‘theatertjes’

Een productie waar regisseur Jan Smit bij betrokken is, begint altijd met grote ideeën. “En dan zien we wel wat mogelijk is en wat niet.” Inmiddels weet hij dat er in Beetsterzwaag veel mogelijk is. Het ene idee leidt tot een andere creatieve gedachte. En voor de uitvoering zijn er vaak ook tal van verrassende oplossingen. En eigenlijk wist Jan Smit dat ook wel. In het verleden was hij al een van de drijvende krachten achter de succesvolle Sweachster festivals. De productie van Scrooge dijt steeds verder uit. Wat kom je als organisatie dan zoal tegen?

Scrooge in Beetsterzwaag telt dertien scènes op tien locaties. Een leuk uitgangsprincipe, maar het betekent wel dat iedere locatie eigenlijk een theatertje op zich is. Met decor, techniek, kleding, spel, muziek en dans. “Iedere locatie heeft een eigen regisseur”, vertelt bestuurslid Berend Vis. “De vrijwilligers leveren per scène hun eigen eigen input. Zoveel mensen, zoveel ideeën. Voor ieder onderdeel van de totale productie is er een centrale verantwoordelijke die zorgt voor de doorgaande lijn in de productie. Denk daarbij aan kleding, muziek, zang en dans. Het publiek moet straks wel één samenhangende voorstelling zien.”

De centrale regie is daarvoor verantwoordelijk. “We blijven wel vanuit één format denken”, aldus Smit. “Het publiek moet in iedere scène wel herkenningspunten hebben.” Op 23 november spelen de acteurs de scènes op één locatie voor elkaar, zodat de verschillende eilandjes worden samengebracht.


Foto: Marian Klein Ikkink

Communicatie

Aanvankelijk ging de organisatie uit van circa honderd bij de productie betrokken vrijwilligers. Inmiddels is de verwachting dat het richting de driehonderd gaat. Dan is het een uitdaging om iedereen op de hoogte te houden van de vorderingen, zonder dat de betrokkenen ‘ondergesneeuwd’ raken door alle informatie. Bestuurslid Remmelt Looijen heeft een uitgebreid systeem met Excel sheets met contactgegevens samengesteld waarmee met de achterban wordt gecommuniceerd. “We kunnen dan steeds kiezen welke groep welke informatie krijgt. Zo kun je ook goed met deelgroepen communiceren.”

Daarnaast zijn er nog diverse appgroepen.” Algemeen regisseur Jan Smit wist op een gegeven moment niet meer waar hij eerst en laatst moest zijn. “Overal gebeurt wel iets. Het vergt een strakke planning.” Daarnaast stond zijn telefoon niet stil, hij zat in een bonte verzameling app-groepen. “Daarin hebben we inmiddels opruiming gehouden.”

Publiek

Een productie met meerdere locaties betekent een logistieke operatie. Per avond is er plaats voor 300 toeschouwers, verdeeld over tien groepen van dertig. In strakke tijdslots trekt het publiek van scène naar scène. Er is in de praktijk al geoefend hoe je een groep bij elkaar houdt en zorgt dat ze op tijd weer verder gaan. Vis: “Dat betekent dat iedere groep vanuit de figuratie ‘slavendrijvers’ heeft die de gang er in houden. Het tijdschema is heilig. Het spel per scène kan niet wachten tot iedereen er is.” De groepen starten allemaal in de Ontmoetingskerk. Ook hier is al een hele interne logistiek uitgedacht. De groepsgrootte van dertig personen is maximaal, zo is vastgesteld. Vanwege het grote aantal betrokkenen is het aantal voorstellingen al uitgebreid. “Iedere vrijwilliger heeft een eigen aanhang, die moeten wel de kans hebben om de productie te zien. Bovendien zorgen we er ook voor dat mensen met een kleine portemonnee de voorstelling kunnen bezoeken.”


Foto: Marian Klein Ikkink

Op- en afbouw

De dorpskern van Beetsterzwaag kan niet een week lang als theater worden ingericht. Er is rond iedere voorstelling een zekere op- en afbouw van decor en afzetting nodig. Ook daar zijn mensen voor nodig. De organisatie koos er voor om hier de scouting bij te betrekken, zoals ook het vrijwillige brandweerkorps al bij de productie is betrokken. “Op die manier boor je weer een nieuwe groep betrokkenen aan. Dat is ook nodig. Op een gegeven moment levert een mailtje naar de al betrokken vrijwilligers ook te weinig nieuwe namen op.”

Oefenlocaties

Om alle scènes goed te laten verlopen, zijn er vanzelfsprekend repetities nodig. De organisatie schat in dat er al met al enkele honderden repetities en bijeenkomsten zijn. Beetsterzwaag beschikt over een aantal grotere instellingen met veel ruimte, zoals Alliade en Revalidatie Friesland. “Ruimtes die ons gratis ter beschikking worden gesteld”, zegt Berend Vis, die de financiën in de gaten houdt. De medewerkers van Scrooge repeteren bijvoorbeeld veel in de gebouwen van Alliade. “Daar zijn veel kleinere ruimtes, waardoor de centrale regie ook snel van de ene naar de andere scène kan. Dat is handig en scheelt veel tijd.”

Vergunningen

Een productie op meerdere locaties met per locatie een kleine groep toeschouwers heeft naast uitdagingen ook een groot voordeel: er gelden per locatie minder regels dan op een grote centrale locatie. Waar menig organisator van een evenement klaagt over de regeldruk, valt dat bij Scrooge mee. Alle vergunningen zijn aangevraagd en er worden geen problemen verwacht.

Begroting

Een uitdijende productie zoals Scrooge inmiddels is geworden, betekent ook een groeiende begroting. De startbegroting was helemaal gedekt met subsidies, inmiddels nemen de uitdagingen toe. De kosten blijven in het begin vaag, aldus de penningmeester. “Iedereen is druk bezig, de kosten worden pas later duidelijk.” Zo ontstond bij de decorploeg het idee om een vuurtoren van negen meter hoog te plaatsen op een ponton in de vijver van de Overtuin van Lyndenstein. “Een leuk idee, maar hoe krijg je die vuurtoren daar? Ook daar komen we met steun van enthousiaste partners dan weer uit.”

Verbinding met Alliade: Alliade, het vroegere Borneroord, is een van de organisaties in Beetsterzwaag die graag meewerkt aan Scrooge. “Wij zoeken al geruime tijd verbinding met het dorp”, vertelt Sonja Franken. “Dat is lastiger dan het lijkt. Via ons Wensenfonds bestaat bovendien al langer de wens voor meer theater. Ook om zelf mee te doen. Zes cliënten spelen nu ook daadwerkelijk mee in Scrooge. Heel bijzonder.” Dat betekent ook veel voor de organisatie vanuit Alliade. De cliënten hebben vaak een-op-een begeleiding. Andere cliënten van Alliade helpen mee met het productie van decorstukken die aan de lantaarns in het dorp worden gemonteerd. Het mes snijdt volgens Sonja aan twee kanten. “Vrijwilligers uit het dorp komen nu op plekken in eigen dorp waar ze nog nooit geweest waren. En vanuit de groep rond Scrooge heeft de eerste vrijwilliger zich ook al gemeld die mee wil helpen in ons eetcafé. Daar zijn we heel blij mee.”

Tekst Arend Waninge
Foto’s Marian Klein Ikkink