Algemeen

Daniël Temmingh beweegt dagelijks met peuters: “Kinderen zijn kleine na-apers; ze kopiëren wat ouders doen”

Door: Redactie

De beweeglessen van meester Daniël voor kinderen tot vier jaar zijn speels, maar hebben een belangrijk doel. “De eerste jaren zijn cruciaal voor de fysieke ontwikkeling van kinderen”, doceert Daniël Temmingh. “En wie op jonge leeftijd het plezier van bewegen ontdekt, blijft een leven lang bewegen.”

Afbeelding
Foto: Martijn van der Vaart

De kleine Jace mag even voordoen wat meester Daniël in gedachten heeft. Vanachter een lijn gooit hij keurig een blauw pittenzakje in de blauwe cirkel. Bij het circuitje door het groepslokaal kiest hij vervolgens zijn eigen weg. Hij kruipt niet onder de elastieken door, maar klimt er eigenwijs overheen. Klimmen over de bank laat Jace vervolgens graag aan de andere kinderen van de groep over. Dan ontdekt hij een open hoekje tussen twee kasten, vanwaar hij zijn pittenzakje ook in de hoepel kan gooien. Kortom: Jace kiest lekker zijn eigen weg. “En dat is helemaal goed”, zegt Daniël Temmingh, beweegcoach bij Kinderwoud Kinderopvang. “Het is juist de bedoeling dat de kinderen tijdens de beweeglessen nieuwe dingen proberen.”

Improviseren

Daniël Temmingh (31) heeft in een groepslokaal van Kinderwoud in School Loevestein in Gorredijk een leuk parcours uitgezet voor de negen kinderen van 2 tot en met 4 jaar die er vandaag zijn. Het is improviseren in de beschikbare ruimte, tussen de aanwezige meubels. Daniël heeft hiervoor een shopper vol spullen meegenomen. “In een speellokaal heb je nog meer mogelijkheden, maar gezien het grote aantal kinderen wordt het speellokaal nu anders gebruikt.”

Tussen een kast vol puzzels en de eettafel spant Daniël een woud aan elastieken. Even verderop maakt hij op de vloer een slinger van stoffen cirkels. Om op te stappen of van cirkel naar cirkel te springen. Dan volgt een bank waar de kinderen overheen klauteren en als laatste zijn er de kleurrijke stepping stones in allerlei vrolijke kleuren. Terug bij de start liggen er gekleurde hoepels. Hier begint Daniël zijn beweegles met muziek. Een speelse warming-up, waarin de boomlange meester alle leuke bewegingen voordoet. De kinderen zijn direct enthousiast. Tussendoor is er nog ruimte om een snottebel af te vegen.


Kleurrijke stepping stones in allerlei vrolijke kleuren - Martijn van der Vaart

Blok van vijf lessen

Een week eerder was Daniël ook op School Loevestein, de kinderen weten wie hij is. Dit is de tweede beweegles in een blok van vijf. Daarna is het weer aan de vaste pedagogische professionals op de locatie om beweging in het programma te integreren. “Ik probeer de lessen zo op te zetten dat ze de collega’s inspireren”, legt Daniël uit.

Daniël Temmingh geeft les op negentien locaties van Kinderwoud. In Opsterland, maar ook in bijvoorbeeld Jubbega, Nieuwehorne en Drachten. “In de ochtend vaak bij de peuters, ’s middags bij de buitenschoolse opvang zijn ook de oudere kinderen erbij.” Daniël geeft op iedere locatie zestien tot twintig lessen per jaar, vaak in blokken van vijf weken. “De planning is een hele puzzel, maar het brengt wel met zich mee dat geen dag hetzelfde is.” De lessen duren dertig tot veertig minuten, veel langer is de spanningsboog van de kinderen meestal niet.

Vakleerkrachten

Er verschijnen in de media regelmatig berichten dat kinderen minder buiten spelen, dat de motorische ontwikkeling van kinderen achterblijft ten opzichte van vroeger. Daniël herkent dat wel, hij ziet in de praktijk ook de verschillen tussen kinderen. “Kinderen die weinig buiten spelen, durven vaak wat minder, zijn wat stijfjes. En dat is ook logisch.” Kinderwoud volgt de ontwikkeling van de kinderen in een kindvolgsysteem. Hierin is ook aandacht voor de motorische ontwikkeling.

Kinderwoud startte in april 2023 met structurele beweeglessen, verzorgd door vakleerkrachten. Daniël heeft inmiddels zeven collega’s. “Voor de motorische ontwikkeling van de kinderen is de fase van twee tot vijf jaar heel belangrijk”, vertelt hij. “Daarvoor is instructie en herhaling nodig. Als ze nu al het plezier in bewegen ontdekken, werkt dat door in de rest van hun leven. De kans dat ze dan blijven bewegen is veel groter.” Maar er is meer. De beweeglessen nodigen de kinderen ook uit om samen te werken. “Er zit een duidelijk sociaal aspect aan de lessen. Bovendien geef ik ze uitdagingen, stimuleer de creativiteit om dingen te proberen. Als dat dan lukt, dan is dat heel goed voor de ontwikkeling van hun zelfvertrouwen. Je ziet sommige kinderen echt per week groeien in dat zelfvertrouwen.” Daniël integreert ook nog andere aspecten in de lessen, zoals tellen en kleuren.

Kinderen dagen alle dagen uit

Daniël volgde de CIOS-opleiding en daarna nog de specialisatie sport, gezondheid en management aan de Hanze hogeschool in Groningen. Hij is dus een geschoolde vakleerkracht en vindt het werken met kinderen in deze leeftijd een prachtige uitdaging. “Kinderen dagen alle dagen uit. Ze zetten mij ook regelmatig aan het denken. Dan heb ik wat uitgedacht en komt er zo’n wijsneus die een makkelijkere weg ontdekt of andere regels bedenkt. Geweldig, daarmee dagen ze mij ook weer uit.”

Hij heeft bij Kinderwoud vooral vrouwelijke collega’s, de kinderopvang is geen sector waar veel mannen werken. “Bij de laatste kerstborrel, van twee clusters samen, waren we met vijf mannen te midden van tientallen vrouwen.” Hij zou graag meer mannelijke collega’s hebben. Niet omdat de vrouwelijke collega’s niet leuk zijn; wel omdat de aanpak tussen mannen en vrouwen vaak verschilt. “Dat kinderen mannen én vrouwen als voorbeeld hebben, dat is het beste voor hun ontwikkeling. Voor mij is het eenvoudig: wanneer de kinderen niet durven, dan doen ze het niet. Dat voelen ze intuïtief heel goed aan. En bovendien, leren gaat soms met vallen en opstaan.”

De aanpak werkt. Daniël ziet het aan de ontwikkeling van de kinderen. “In een lesblok van vijf weken maken ze soms al hele stappen. De ouders reageren ook positief. Kinderen kunnen soms in de les stil zijn, maar dan hoor je later van de ouders dat ze thuis juist heel veel vertellen over wat ze gedaan hebben.”


Beweeglessen van meester Daniël - Martijn van der Vaart

Ouders uitdagen

Daniël ziet graag dat ouders de voorbeelden van beweging ook overnemen en zelf met hun kinderen aan de slag gaan. “Dat vraagt echt niet om grote uitgaven. Met pittenzakjes en ballen kun je al hele leuke dingen doen. En er zijn voor een paar euro ook al hele leuke klimrekjes en andere klauterspeeltoestellen te krijgen. Maar nog belangrijker is het om veel naar speeltuinen te gaan.”

Hij weet inmiddels uit ervaring dat de grootste uitdaging niet bij de kinderen zit, maar bij de ouders. “De kinderen willen wel, maar je merkt aan ouders dat zij het moeilijk vinden om met hun kinderen mee te spelen. Terwijl dat juist zo belangrijk is. Kinderen zijn kleine na-apers; ze kopiëren wat ouders doen. Dat is juist leuk voor hen. Lekker meedoen. Dat geldt ook in de speeltuin. Niet op een bankje gaan zitten, maar meedoen. Samen spelen. Dat stimuleert de kinderen enorm.”

De les in Gorredijk is voorbij, afgesloten met een applaus voor jezelf. De kinderen helpen met opruimen. Daniël Temmingh pakt zijn spulletjes weer in de grote Kinderwoudtas en vertrekt. Op een andere locatie wacht een nieuwe groep enthousiaste kinderen om te bewegen.

Vijf tips van meester Daniël 

Daniël Temmingh stimuleert ouders graag om actief met hun peuters in beweging te komen. Vijf tips van meester Daniël: 

  1. Geef voorbeeld. Peuters vinden het leuk om na te doen. Bijvoorbeeld lopen als een olifant of uitrekken als een giraf.
  2. Doe mee. Peuters vinden het heel leuk om samen met ouders te bewegen. Thuis, in de speeltuin, maar bijvoorbeeld ook op peuterzwemmen of peutergym bij een vereniging.
  3. Geef ruimte. Bij peuters is ontdekken belangrijk bij het bewegen. Geef ruimte om zelf alternatieve invulling aan een spel te geven. Het bevordert de creativiteit.
  4. Niet te bang. Veiligheid is belangrijk, maar een peuter leert ook van een keer vallen. Of wanneer het anders loopt dan gedacht. Geef aanwijzingen, zoals ‘zet je voet goed neer’ of ‘hou de paal goed vast’ in plaats van ‘voorzichtig, hoor’.
  5. Wees creatief. Bewegen kan op veel manieren. Dus ook in de woonkamer door over meubels te klimmen of onder de tafel door te kruipen. Of door in de slaapkamer een mooi parcours uit te zetten.

Beweegthema’s 2-4 jaar 

  • Balanceren en vallen
  • Lopen en rennen
  • Kruipen en springen
  • Stoeien en vechten
  • Klimmen en klauteren
  • Springen
  • Rollen en draaien
  • Schommelen, zwaaien en slingeren
  • Gooien en vangen
  • Slaan en mikken
  • Trappen en schieten
  • Bewegen op- en/of maken van muziek

Tekst: Arend Waninge
Foto:
Martijn van der Vaart

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding