Column

Prof worden

Door: Redactie

Het was maar goed dat de klinkers zondag goed vastlagen. De amateurwielrenners die meededen aan de Ronde van Gorredijk hadden in hun criterium een strak tempo te pakken. Met duizelingwekkende snelheid kwamen ze op de scherpe bochten af. Daar had ik mij vooraf al op verheugd. Er hadden zich 114 renners aangemeld, veel en veel meer dan bij eerdere edities. Hoe zou dat hele peloton die bochten nemen? 

arend column 2
arend column 2 Nel Wierenga

Vanzelfsprekend hoopte ik niet op ongelukken, maar het leek me wel een spectaculaire proef voor hun stuurmanskunst. Zover kwam het niet. Tientallen wielrenners hadden zich wel ingeschreven, maar kwamen niet opdagen. Dat schijnt bij het wielrennen heel gebruikelijk te zijn. Een insider vertelde dat een dag eerder in Bedum maar ruim veertig van de meer dan honderd inschrijvers daadwerkelijk aan de koers deelnamen. En dan te bedenken dat er tegenwoordig in de hele zomer maar een handjevol van dit soort wedstrijden zijn. Terwijl de agenda in het verleden wel volstond met vaak twee criteriums per week. 

Dan zou je dus zeggen dat de heren wielrenners heel blij zijn met de organisatiecomités die nog wel een koers organiseren. Vrijwilligers die handenvol werk verrichten om een wielerronde mogelijk te maken, die alle rompslomp voor de vergunningen voor lief nemen en die hun best doen om voldoende sponsors en vrijwilligers te vinden. Een steeds lastiger klus. Voor wie doe je dat dan? 

Het antwoord op die vraag kwam al voordat de eliterenners begonnen. Dik twintig jongens van 15-16 jaar fietsten toen de longen uit hun lijf tijdens de Nieuwelingenkoers. Al snel viel het pelotonnetje in brokken uiteen. Uiteindelijk won Danijel uit Terwispel. Blij en supertrots, dicht bij huis de koers winnen. En zijn droom stak hij ook niet onder stoelen of banken: uiteindelijk prof worden. En dat lukt niet zonder dit soort rondes. Daarvoor doe je het dus. 

Arend Waninge