Keatsen yn ‘e Wylde Wâlden
GERSLOOT Het voetbalveld in Gersloot-Polder doet ook dienst als kaatsveld. Prachtig gelegen tussen de boerderijen en onafzienbare weilanden. Een plek die doet denken aan de Friese klei, de bakermat van het kaatsen. Maar we zijn hier nog net in de Friese Wouden waar veel minder gekaatst wordt.

Dennis Waringa (30) uit Tjalleberd is voorzitter van kaatsvereniging Foarút uit Gersloot, met twintig betalende leden. De jongste is 24 jaar. “Wy ha helaas gjin jeugdleden. De jeugd fuotballet leaver.” Zaterdag hebben zich 27 kaatsers ingeschreven, zodat er negen parturen van drie spelers gevormd kunnen worden. Dennis noemt de namen van de spelers die samen een partuur vormen. “Sietse komt hjoed net, hy moat kuile.”
De spelers zijn lid van kaatsverenigingen uit de omgeving: Drachten, Lippenhuizen, Hoornsterzwaag/Jubbega, Grou, Akkrum en Mildam. Deze verenigingen hebben zich verenigd onder de naam ‘De Wylde Wâlden’. Ze zijn geen lid van de kaatsbond, maar spelen onderlinge toernooien. Loting bepaalt wie bij wie in het partuur zit, een ‘wilde’ partij. Het voetbalveld is opgedeeld in vier naast elkaar liggende kaatsvelden. Dus is iedere ronde één partuur vrij. In de stralende zon zijn dat eerst Anton Meekma (62) uit Wier, Louwrens Tolman (24) uit Lippenhuizen en Alex Klaren (53) uit Heerenveen. Anton legt in het kort uit wat kaatsen eigenlijk is: “Keatsen is itselde as tennis sûnder net en do slachst mei de hân.” Ondertussen is het toernooi begonnen, de eerste krachttermen schallen over de weilanden. Deze mannen en een paar vrouwen vatten het allemaal erg serieus op. Dit is meer dan een hobby. Dit is een passie.
‘Kop der foar’
Louwrens bekijkt de wedstrijd vanachter zijn zonnebril: “Keatsen is de âldste sport fan ‘e wrâld. Tennis is ûntstean ?t it keatsen.” De toekomst van het kaatsen ziet er echter minder rooskleurig uit. De jeugd toont weinig belangstelling. Zelfs op de klei waar Anton woont. “At wy traine yn it doarp, komme der twa as trije opdaagjen.” Hij schudt weemoedig zijn hoofd en rolt een shagje ter voorbereiding op de partij. “Hjir yn ‘e wâlden bin se noch nijsgjirrich nei it keatsen.” Nog even en dan zijn de vier wedstrijden op het veld afgelopen en mogen Anton, Alex en Louwrens het veld op. Louwrens: “By it ynslaan bepale wy ûnderling de posysjes. Ien is opslagger en de oare twa binne perkspilers.” De mannen hebben er zin in en betreden vol goede moed het strijdperk. “De kop der foar!”
‘It giet striemin’
Aan de achterkant van het veld zit Hiltsje de Groot (55) bij de telegraaf, het scorebord. “As myn man keatst, hâld ik de stân by.” Ze woont al jarenlang in Drachten, maar is geboren in Arum, op de klei. Ze heeft dus kaats-DNA in haar genen. “At wy froeger op skoalle gymles hienen, krigen wy altyd keatsen.” Op het veld ernaast wordt de stand bijgehouden door Lorenzo (8) uit Grou. Hij zit op voetbal, maar kaatst zelf ook en heeft één krans gewonnen als prijs. Over de vraag wie vandaag de beste kaatser is, hoeft hij niet lang na te denken: “Us heit is de bêste keatser. Hy hat al 29 krânsen wûn,” geeft hij met trots in zijn stem aan. Het partuur van Anton Meekma heeft inmiddels zijn eerste partij gespeeld. Anton staart met holle ogen naar de weidse verten. Op zoek naar iets dat hij vandaag niet kan vinden. “It giet striemin. Ik reitsje gjin bal. Ik snap der neat fan.” Hij neemt nog een laatste trek van zijn sjekkie en stapt dan gedecideerd het veld op. “Ik ha krekt in bierke hân en no gean ik der wer tsjin oan.”












