Complimenten
De scheidsrechter heeft altijd gelijk; in sommige sporten is dat een gouden regel. Wie op televisie voetbalwedstrijden bekijkt of zelf aan het veld staat bij een potje voetbal of korfbal, weet dat het vaak anders is. Bijna iedere beslissing wordt door een van de partijen betwist. Waarbij ook pubers soms al de meest afschuwelijke dingen roepen, geïnspireerd door mensen aan de zijlijn.

Hoe jong de scheidsrechter van dienst soms ook is, hij of zij krijgt van alles naar het hoofd geslingerd. Frustraties van vaders en moeders en andere supporters komen soms vanuit de tenen.
Als scheidsrechter heb je het allemaal maar te accepteren. Omstanders staan er vaak bij en kijken toe. Ik loop zelf ook liever een eindje verder dan de over de schreef gaande ouder of supporter aan te spreken. Maar als je het bewust bekijkt, laat je daar eigenlijk de scheidsrechter mee in de steek. Zo gek is het dus niet dat het in veel sporten steeds lastiger wordt om voldoende scheidsrechters te vinden.
Zaterdag stond ik langs het veld bij een jeugdwedstrijd. Het ging ergens om, er stond een plekje in de finale om een Nederlandse titel op het spel. De scheids was begin twintig, maar hij straalde een natuurlijk gezag uit. Eén brok positiviteit. Hij lichtte al zijn beslissingen duidelijk toe. De spelers wisten waar ze aan toe waren en gingen zelden in discussie.
Tussendoor was hij ook vriendelijk richting de ouders. Ving hij bijvoorbeeld een vraag op over hoelang de wedstrijd nog duurde, dan riep hij in het voorbijgaan: ‘nog acht minuten.’ Een verademing en het had effect. Spelers en ouders waren milder dan anders. Gedurende de wedstrijd ging ik steeds meer op de scheids letten. Zo kan het dus ook. Ik genoot van zijn optreden.
Na het laatste fluitsignaal besloot ik op hem toe te stappen, ook al hoorde ik bij de verliezende partij. Ik complimenteerde hem met de wedstrijd. Hij reageerde enthousiast. Het gaf ons allebei een goed gevoel.
Arend Waninge












