Toneelverenging Op Nij Foriene speelt ‘Blau Bloed’ in Ureterp“Jimme bewege tefolle!”
URETERP - Veel toneelverenigingen hebben aan het begin van het jaar hun jaarlijkse uitvoering. Zo zet toneelvereniging Op Nij Foriene in Ureterp begin februari enkele keren de klucht ‘Blau Bloed’ op de planken. We namen alvast een kijkje bij een repetitieavond. “Jimme beweegje tefolle. It moat stiver!”

Bijna alle spelers zijn deze avond aanwezig; alleen hoofdrolspeelster Ida Visser, die beppe Beppie speelt, is er dit keer niet bij. Twee keer per week komt de groep bij elkaar, in De Wier in Ureterp, of in De Lijte. De sessie begint steevast met koffie of wat fris. Regisseuse Mariena Boonstra legt uit waarom Ureterp voor de klucht ‘Blau Bloed’ koos. “Wy ha as feriening fjouwer âldere manlju en fjouwer jongere froulju as spilers. Dat makket it muoilik om in goed stik te finen. Wy moatte in stik ha wêr gjin steltsjes yn sitte.”
“It publyk yn Oerterp wol graach laitsje”
De samenstelling van het toneelgezelschap bepaalt dus het repertoire. Een oudere mannelijke acteur kan niet een veel jongere vrouw op het toneel hebben. Dat is verwarrend voor het publiek. Niet elk stuk is dus geschikt. “Wy ha wol tsien stikken trochlêzen. We kamen út by dit stik. It publyk yn Oerterp wol graach laitsje, it moat dêrom net te dreech wêze.”
![]()
‘Blau Bloed’ is een Friestalige voorstelling over een slonzige, slordige boerenfamilie. Pake en beppe houden niet zo van opruimen en vinden alles wel prima. De afwas staat al dagenlang te wachten, de post ligt ongeopend op de deurmat. Dochter Bianca is een bazige moeder die haar eigen kinderen met grote moeite in het gareel weet te houden. Onderling is er volop bekvechterij en ruzie. Opeens wordt deze asociale familie verheven in de adelstand als beppe de enige nog levende familierelatie blijkt te zijn van een gestorven koning uit Klompenstein, een dwergstaatje hoog in de Alpen. “Bestiet dat wol? Ik ha der noch nea fan heard.” Ze pakken hun koffers en verhuizen van hun kleine oude boerderij naar een groot statig paleis in het onbekende Klompenstein. Beppe heeft echter alleen recht op de troon als zij en haar familie slagen voor een soort inburgeringscursus. Verder is kennis van het volkslied nodig en moet de familie kunnen zingen, lopen en praten als een koninklijke familie. Dagenlang is het hofpersoneel wanhopig bezig de familie wat fatsoen bij te brengen. Tot zover de korte inhoud van het stuk.
Aanwijzingen van de regisseur
Voorafgaand aan de repetitie toont speelster Ryanne de Roos de acteurs de gehuurde toneelkleding. Het passen van de kostuums gaat gepaard met de nodige opmerkingen: “Doch mar in maatsje grutter; dit sit my fierste strak.” “Ik wol ek noch wat op ‘e holle ha; hast ek noch in hoed of sa?”
It moat net te dreech wêze
Bij de oefensessie let regisseur Mariena vooral op het beheersen van de tekst. De souffleurs lezen regel voor regel mee en vullen de tekst aan wanneer de acteurs hun tekst even kwijt zijn. Ook is er aandacht voor de plek op het toneel. “Ik wit eins net wêrom ik hjir stean. Dat kloppet net. Erik moat hjir stean. Ik net.” De regisseur heeft ook aandacht voor de gezichtsuitdrukkingen en het accent. De boerenfamilie mompelt en murmelt Fries met een zwaar accent, terwijl in Klompenstein algemeen beschaafd en bekakt Fries wordt gesproken. De hofhouding krijgt nog wat extra aanwijzingen. “Jimme stimmen lykje tefolle op dy fan de famylje, jimme moatte jimme stiver gedrage. Jimme beweegje tefolle. It is sterker ast stil stiest.”
![]()
Bij een koningin hoort een kroon én een troon. De troon is echter nog niet klaar. Het moet in elk geval pompeus zijn en de troon moet hoog staan, zodat koningin Beppie autoriteit uitstraalt. De troon is voor de koningin en niet voor pake Karel, hij is ‘slechts’ prins. Pake kent zijn plek nog niet, hij doet zijn middagdutjes op de koninklijke troon. “It sit wol noflik, ik kin hjir lekker efkes sliepe.”
Waslijst aan rekwisieten
Na twee uur flink oefenen, waarbij sommige scènes drie keer herhaald worden, is het mooi geweest voor vanavond. Er wordt nagetafeld onder het genot van een biertje en een cola. Mariena haalt haar notitieboek tevoorschijn en somt op wat er nog geregeld moet worden aan rekwisieten. Het is een waslijst van dingen die opgeduikeld kunnen worden bij de kringloopwinkels. Kopjes en schoteltjes voor de grote afwas van de familie. Volle, vieze asbakken. Een pijp voor pake en een vale, lange onderbroek. “Dy keapje ik sels wol en liz him efkes yn ‘e modder. Dêrnei waskje ik him wol.”
Alsjeblieft, lear jimme tekst goed út de holle
Er is ook behoefte aan een oud bankstel voor de rommelige woonkamer van pake en beppe. Snel googlenen levert een smoezelig bankje in Drachtster Compagnie op. Beter en vooral lelijker kan niet. “Sis mar, dat ik him moarn ophelje. Dan is dat ek wer regele.”
Nog hard werken
Op het eind van een lange avond kijkt Mariena de spelers nog eens nadrukkelijk aan. “Alsjeblieft, lear jimme tekst goed út de holle. Dêr hinget alles fan ôf.” De spelers knikken, het wordt de komende weken nog hard werken en studeren.
‘Blau bloed’ is te zien in MFC De Wier op donderdag 5 februari (14.00 uur) en op vrijdag 6 en zaterdag 7 februari (beide avonden om 20.00 uur).
Tekst en foto’s Remco Hofman







