
De fiets zelf dateert van net voor de laatste eeuwwisseling. “Destijds had je in het onderwijs het fietsplan. Je mocht de aankoopsom van een nieuwe fiets aftrekken van de belasting. Zo kwam ik aan een hartstikke luxe Gazelle.” Wieger gebruikt de fiets om van huis in Boornbergum naar het vmbo in Drachten te gaan, totdat de hernia er in 2011 een eind aan maakt. Stoppen met fietsen verordonneert de dokter, ook zijn racefiets kan Wieger opbergen. Maar niet fietsen is geen optie. “Als je stil staat, val je om. Ik heb die oude schoolfiets door Durk van De Singel in Jubbega laten elektrificeren en zelf kasten om de accu en de aandrijving gefabriceerd. Die heb ik vervolgens beplakt met kopieën van mijn schilderijen. Mijn manier om de wereld te laten weten: ik ben er nog.” De kunstfiets zit onder dikke lagen vernis en boekbinderslijm. Door de inwerking van het weer en het zonlicht verandert het patina voortdurend, stelt Wieger tevreden vast. Zo zingt de collage van afbeeldingen zich los van de samenstellende delen en is het nu een kunstwerk op zich. Hij wil enkel laten zien, onderweg erover praten hoeft niet zo nodig. “Ik ontleen mijn eigenwaarde als kunstenaar aan wat ik verwerkelijk. Maar toch, op zeker moment stapelt het werk zich almaar op en wil je publiek. Dat zal wel een narcistisch trekje zijn. Zo moest ik na een leven lang lesgeven er ook aan wennen dat eenmaal gepensioneerd geen hond meer naar je luistert.”
In zijn leerlingen herkende Wieger het dromerige optimisme dat hij vroeger als kind ook bezat. In die kinderlijke onbevangenheid bleef hij schik houden. Zijn affiniteit met het onderwijs zelf bekoelde met de jaren. Uit onvrede pakte hij vanaf 1992 het schilderen op, volgde lessen fijnschildertechniek bij Alice Buis in Jardinga en modeltekenen bij Jannes Kleiker in Drachten. Net zolang totdat hij vond dat hij zich kunstenaar kon noemen. “Als klein jongetje zocht ik om mijn emoties te uiten al mijn toevlucht in het tekenen. Dat heb ik van mijn moeder, die kon weer niet zonder droge ogen zingen. In het kerkkoor had ze altijd een zakdoek in de hand.”












