
Aflossingsvrij betekent niet een leven lang aflossingsvrij. Een hypotheek heeft een einddatum, meestal dertig jaar. Daarna moet je aflossen. Schipper: “Een bank kan dan in principe het geld opeisen. Ik denk niet dat ze het massaal gaan doen, maar de onzekerheid hangt wel boven de markt.” Aflossen kan door het huis te verkopen, uit eigen reserves of door een nieuwe hypotheek af te sluiten.
Een nieuwe volledige aflossingsvrije hypotheek is echter wettelijk niet meer mogelijk. Gedurende de looptijd van de hypotheek een aanpassing van de rentevaste periode of de hypotheekvorm kan wel. Voor wie al een aflossingsvrije hypotheek heeft is bij wijziging de maximale aflossingsvrije hypotheek beperkt tot 50% van de verkoopwaarde van de woning. Een woningeigenaar moet in een nieuwe situatie dus altijd aflossen. “Dat brengt extra hypotheeklasten met zich mee. Bovendien verdwijnt na 2031 een groot deel van de hypotheekrenteaftrek. Dus ook daardoor stijgen de lasten. Ten derde loopt bij veel mensen de hypotheek af rond het moment waarop ze met pensioen gaan. En dat is een moment waarop het inkomen fors kan dalen.” Dat is ook de reden dat bij aanvragers vanaf 57 jaar het pensioeninkomen bepalend is of een nieuwe hypotheek wel of niet mogelijk is.
Schipper wil mensen niet onnodig bang maken, niet iedereen heeft een probleem. “Maar het is wel goed dat mensen met een aflossingsvrije hypotheek eens goed naar hun eigen situatie laten kijken. Veel mensen zijn bijvoorbeeld niet goed op de hoogte van hun eigen pensioensituatie. Het is daarom vooral een kwestie van bewustwording. Wacht niet tot het moment dat de bank de keuze maakt.”










