Ondernemen

Mismatch lusten en lasten

Sinds twee jaar zoekt de vereniging Groene Parels van Beetsterzwaag naar nieuwe wegen van beheer voor hun landgoederen. Heikel punt zijn de voor het publiek opengestelde bossen. Het onderhoud en de zorgplicht voor allerhande paden, boslanen en bijbehorende bruggetjes komen voor rekening van de eigenaren, maar daar staan hoegenaamd geen inkomsten tegenover. In een onlangs verschenen rapport zet de vakgroep Landschap van de RUG voor het eerst de recreatiekosten op een rijtje. Die lopen bij serieus onderhoud op tot 80.000 euro per jaar. Daarbovenop adviseert de vakgroep de aanstelling van een fulltime boswachter (BOA), want het ontbreekt in de bossen aan broodnodig toezicht.

Afbeelding
Particulier grondbezit en publieke toegankelijkheid gaan sinds jaar en dag samen in de bossen van Beetsterzwaag. Maar daartussen zit een ongerijmdheid. De bezoekers genieten de lusten, de boseigenaren dragen de lasten van de recreatie. Dat moet anders, vinden ze.

Quitte spelen
Uit de toegekende bossubsidies van de overheid zijn de recreatiekosten niet op te brengen, aldus graaf Freddy d’Ansembourg donderdag tijdens de drukbezochte infoavond in Lauswolt over de toekomst van de bossen. De graaf gaf een zeldzaam inkijkje in het huishoudboekje van het landgoed Van Harinxma. Het familielandgoed van 750 hectare behoort met dat van de Cornelia-Stichting, Staatbosbeheer en verzekeringsmaatschappij a.s.r. tot de grote vier van de Groene Parels; gezamenlijk beslaan de landgoederen vrijwel het hele gebied rond Beetsterzwaag. Anders dan bij de buren is het landgoed Van Harinxma een louter particuliere aangelegenheid. De familie maakt daarbij onderscheid in exploitatie tussen ‘De Massaliteit’ (ruwweg de Liphústerheide) en ‘De Menthenberg’, de bossen en landerijen noordelijk van het Koningsdiep.  Voor beide domeinen geldt volgens  d’Ansembourg dezelfde doelstelling: quitte spelen. “Het gaat ons niet om inkomen of de waarde van het bezit, maar om instandhouding en doorgeven. Wij hoeven er niet van te leven, daarvoor heb ik mijn pensioen.” 

Sinds particuliere landgoederen dezelfde fiscale status genieten als de terreinen van de natuurbeschermingsorganisaties kan het beheer beter uit, zo maakte  d’Ansembourg duidelijk aan de hand van een boekhoudkundig overzicht (zie kader).  De verschillende typen natuur- en monumentensubsidies zijn weliswaar niet toereikend, maar met de pachtinkomsten van de landbouwgronden - ‘de economische backbone’ - en de opbrengsten uit houtverkoop kan het landgoed zichzelf bedruipen. “De extra kosten voor recreatieve voorzieningen vallen echter buiten dit bestek. Daar moeten we iets op verzinnen.”

Nieuwe landschapseconomie
Volgens Age Fennema hebben de hedendaagse landgoederen daarom nieuwe economische dragers nodig. Fennema is door de Groene Parels aangetrokken om die bronnen aan te boren. “Ook in de bloeiperiode dekten de inkomsten uit bos- en landbouw de kosten niet. Er is altijd geld van buiten nodig geweest om de landgoederen in stand te houden. Verschil met vroeger is dat we tegenwoordig de bossen als van ons allemaal beschouwen en daar ligt dan ook het begin van een gemeenschappelijke oplossing.” Met behulp van het door de Wageningse Universiteit opgestelde actieprogramma denkt Fennema onder andere aan verdere uitbreiding van het vrijwilligersnetwerk en het optuigen van een vorm van recreatiesubsidie. Meer toegesneden op De 7 Bossen van Beetsterzwaag bestaan er ideeën voor een zorglandgoed, voor een club van ‘landgoedvrienden’ en voor de optie om net als vroeger het bosonderhoud weer in te zetten als sociale werkvoorziening.