
Als er één toeristische attractie in Zuidoost-Fryslân al decennialang media-aandacht krijgt, dan is het wel de Turfroute. Lokaal amateurhistoricus Gosse van den Bos heeft inmiddels tien dikke ordners vol verzameld. Hij volgt de Sa! Turftour dan ook met meer dan gemiddelde belangstelling.
Voor iedereen die aan het Opsterlandse deel van de Turfroute woont, is Gosse een bekende verschijning. Op zijn Zündapp-brommer tuft hij regelmatig langs het traject. Altijd in voor een praatje. En altijd op zoek naar leuke weetjes over wat er langs de route gebeurt. Brug- en sluiswachters voeden hem regelmatig met nieuwe informatie. En Gosse heeft altijd een fototoestel bij zich om veranderingen onderweg vast te leggen.
Zijn belangstelling voor de Turfroute begon zo’n twintig jaar geleden, na het overlijden van zijn broer Arend. “Hy hie hiel wat foto’s fan Jobbegea en Hoarnstersweach sammele. Dat lei op solder. Ik wie krekt yn de VUT en woe der wol mei fierder. Ha altyd wol belangstelling hân foar de skiednis.” Zo dook Gosse ook in de familiegeschiedenis. “Myn pake kaam fan Loevestein by De Gordyk, ik begûn út te sykjen wa’t dêr allegearre wenne hienen.” Die informatie haalde hij snel boven tafel en dus ging hij verder kijken. Inmiddels heeft hij al veel op papier over bewoning langs de Turfroute vanaf De Ulesprong, waar zijn vrouw Hil vandaan komt, tot aan de Smildervaart. “Mar it is noch lang net kompleet. Wy binne der mei in groepke mei dwaande.”
In zijn werkzame leven was de nu 77-jarige Gosse lang vrachtwagenchauffeur. Hij reed onder andere met varkens naar de Balkan, maar bleef ook dichter in de buurt. Met soms gevolgen voor de Turfroute, lacht hij. “Ik ried nachts foar Homme Kalma wol mei waai fan de suvelfabriken yn Terwispel en Tynje nei Olterterp. At ik de tank fol hie dan bleau der wolris in flutsje oer. Te min om twa kear te riden. Dat liet ik dan stiekem yn de feart rinne. Krige ik de oare deis fan myn omke Ids Idzinga, dy’t tsiismakker wie, op de kop. Leine der wer fisken yn de feart nei lucht te happen.”
In zijn domein, thuis in Hemrik, is alle historie van de Turfroute opgeslagen in een uitgebreid archief. Maar ook nagenoeg al het werk van Hans de Jong is aanwezig. “Alle ‘plaatsjes mei praatsjes’ dy’t hy yn De Woudklank skreau, mar ek sawat al syn boeken.” Ook over de NAD-kampen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Hemrik waren gevestigd, heeft hij veel informatie. En het archief gaat verder dan de dossiermappen. Nagenoeg alles is ook gedigitaliseerd. Op een van de planken in zijn ‘kantoor’ staan alle nummers van Sa! netjes in mappen op een rijtje. Hij draagt deze krant een warm hart toe. Toen Gosse hoorde van de Sa! Turftour hing hij dan ook direct aan de lijn.
Grasduinend in de mappen blijkt dat er al sinds het begin van de jaren zeventig bijna voortdurend discussie was over de Turfroute. Over de openstelling, het onderhoud, de bediening van bruggen en sluizen. En zeker over de financiering van de activiteiten. En van bijna ieder jaar is er wel een foto van de duizendste passant van de sluis in Gorredijk. Deze werd jarenlang steevast begroet met een bloemetje en een cadeautje. Het heeft niet veel gescheeld of er was nooit een Turfroute geweest. Begin jaren zeventig waren er plannen om de Compagnonsvaart af te grendelen voor scheepvaart. Er waren zelfs ideeën om de vaart in het centrum van Gorredijk deels te dempen om extra parkeermogelijkheden te creëren. Zo was het ook in bijvoorbeeld Drachten, Hoogeveen en Noordwolde gegaan. Het was onder andere Leo van Ulden die de nadelige effecten van demping in andere dorpen zag. De pater uit Gorredijk kwam samen met anderen in actie. Zij richtten in 1974 De Nije Kompanjons op, een vereniging die zich tot enkele jaren geleden bezighield met de instandhouding van de Turfroute. Door bij gemeenten en provincie te pleiten voor extra voorzieningen en voldoende bediening voor bruggen en sluizen. Door te strijden voor het op diepte houden van de vaart en door de Turfroute nationaal en internationaal te promoten. Ze zamelden hiervoor geld in, onder andere door vignetten aan de passerende bootjes te verkopen. Een meningsverschil met de provincie Fryslân leidde in 2019 tot een definitief einde van de activiteiten van De Nije Kompanjons. Sinds 2006 herinnert de Pater van Uldendraai in het centrum van Gorredijk aan het werk van de strijdende pater.
Voor iedereen die aan het Opsterlandse deel van de Turfroute woont, is Gosse een bekende verschijning. Op zijn Zündapp-brommer tuft hij regelmatig langs het traject. Altijd in voor een praatje. En altijd op zoek naar leuke weetjes over wat er langs de route gebeurt. Brug- en sluiswachters voeden hem regelmatig met nieuwe informatie. En Gosse heeft altijd een fototoestel bij zich om veranderingen onderweg vast te leggen.
Zijn belangstelling voor de Turfroute begon zo’n twintig jaar geleden, na het overlijden van zijn broer Arend. “Hy hie hiel wat foto’s fan Jobbegea en Hoarnstersweach sammele. Dat lei op solder. Ik wie krekt yn de VUT en woe der wol mei fierder. Ha altyd wol belangstelling hân foar de skiednis.” Zo dook Gosse ook in de familiegeschiedenis. “Myn pake kaam fan Loevestein by De Gordyk, ik begûn út te sykjen wa’t dêr allegearre wenne hienen.” Die informatie haalde hij snel boven tafel en dus ging hij verder kijken. Inmiddels heeft hij al veel op papier over bewoning langs de Turfroute vanaf De Ulesprong, waar zijn vrouw Hil vandaan komt, tot aan de Smildervaart. “Mar it is noch lang net kompleet. Wy binne der mei in groepke mei dwaande.”
In zijn werkzame leven was de nu 77-jarige Gosse lang vrachtwagenchauffeur. Hij reed onder andere met varkens naar de Balkan, maar bleef ook dichter in de buurt. Met soms gevolgen voor de Turfroute, lacht hij. “Ik ried nachts foar Homme Kalma wol mei waai fan de suvelfabriken yn Terwispel en Tynje nei Olterterp. At ik de tank fol hie dan bleau der wolris in flutsje oer. Te min om twa kear te riden. Dat liet ik dan stiekem yn de feart rinne. Krige ik de oare deis fan myn omke Ids Idzinga, dy’t tsiismakker wie, op de kop. Leine der wer fisken yn de feart nei lucht te happen.”
In zijn domein, thuis in Hemrik, is alle historie van de Turfroute opgeslagen in een uitgebreid archief. Maar ook nagenoeg al het werk van Hans de Jong is aanwezig. “Alle ‘plaatsjes mei praatsjes’ dy’t hy yn De Woudklank skreau, mar ek sawat al syn boeken.” Ook over de NAD-kampen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Hemrik waren gevestigd, heeft hij veel informatie. En het archief gaat verder dan de dossiermappen. Nagenoeg alles is ook gedigitaliseerd. Op een van de planken in zijn ‘kantoor’ staan alle nummers van Sa! netjes in mappen op een rijtje. Hij draagt deze krant een warm hart toe. Toen Gosse hoorde van de Sa! Turftour hing hij dan ook direct aan de lijn.
Grasduinend in de mappen blijkt dat er al sinds het begin van de jaren zeventig bijna voortdurend discussie was over de Turfroute. Over de openstelling, het onderhoud, de bediening van bruggen en sluizen. En zeker over de financiering van de activiteiten. En van bijna ieder jaar is er wel een foto van de duizendste passant van de sluis in Gorredijk. Deze werd jarenlang steevast begroet met een bloemetje en een cadeautje. Het heeft niet veel gescheeld of er was nooit een Turfroute geweest. Begin jaren zeventig waren er plannen om de Compagnonsvaart af te grendelen voor scheepvaart. Er waren zelfs ideeën om de vaart in het centrum van Gorredijk deels te dempen om extra parkeermogelijkheden te creëren. Zo was het ook in bijvoorbeeld Drachten, Hoogeveen en Noordwolde gegaan. Het was onder andere Leo van Ulden die de nadelige effecten van demping in andere dorpen zag. De pater uit Gorredijk kwam samen met anderen in actie. Zij richtten in 1974 De Nije Kompanjons op, een vereniging die zich tot enkele jaren geleden bezighield met de instandhouding van de Turfroute. Door bij gemeenten en provincie te pleiten voor extra voorzieningen en voldoende bediening voor bruggen en sluizen. Door te strijden voor het op diepte houden van de vaart en door de Turfroute nationaal en internationaal te promoten. Ze zamelden hiervoor geld in, onder andere door vignetten aan de passerende bootjes te verkopen. Een meningsverschil met de provincie Fryslân leidde in 2019 tot een definitief einde van de activiteiten van De Nije Kompanjons. Sinds 2006 herinnert de Pater van Uldendraai in het centrum van Gorredijk aan het werk van de strijdende pater.












