Sport

Korfbalverenigingen in Hemrik en Siegerswoude houden op te bestaan: “Het einde van twee voormalige korfbalbolwerken”

Door: Gurbe van der Woude

Het hing voor beide korfbalverenigingen al een aantal jaren in de lucht. Nu is het zover, de verenigingen WWMD (Hemrik) en VKC (Siegerswoude) stoppen ermee. Een tekort aan spelers betekent in beide dorpen het einde van een lange korfbalgeschiedenis.

De D1 in het seizoen '21-'22, een van de laatste jeugdteams van WWMD
De D1 in het seizoen '21-'22, een van de laatste jeugdteams van WWMD

De historische commissie WWMD heeft inmiddels het hele archief van de vereniging op orde. Het archief is compleet; er komen geen nieuwe jaargangen meer bij. ‘Wêz Wis Mei Doelen’ is al een tijdje een papieren vereniging; de laatste twee seizoenen zonder ploegen in competitie. Na de zomer volgt de definitieve opheffing van de vereniging. Volgens voorzitter Harry Berga een onvermijdelijk besluit. “Der binne op skoalle noch wol bern dy’t kuorbalje wolle, mar it slagget net om genôch frijwilligers te finen dy’t de feriening oerein hâlde wolle. Dan hâldt it op.”

Hemriker series

WWMD in Hemrik is een van oudste korfbalverenigingen van Fryslân, opgericht in 1916. Meindert Johannes Mulder, directeur van de zuivelfabriek in Hemrik, kende het korfbal vanuit zijn vorige woonplaats Odoorn. Hij maakte dominee De Boer enthousiast. Die ergerde zich al langer aan de langs de weg slenterende en in de berm kaartende jeugd. Het idee sloeg aan; er waren direct zestig leden. WWMD timmerde aan de weg en was belangrijk bij de oprichting van de Friese Korfbal Bond in 1918.

Al in 1917 organiseerde WWMD de eerste ‘Hemriker serie’, het begin van een lange traditie. Al snel waren er verenigingen uit het Westen van het land van de partij; contacten die goed waren om het spel in het Noord-Nederland naar een hoger niveau te brengen. De seriewedstrijden in Hemrik waren beroemd in korfballand. De korfballers uit het Westen staken met de boot over naar Lemmer om dan per tram of fiets verder naar Hemrik te reizen. Het toernooi was op zondag op de velden waar ’s ochtends de koeien nog graasden. Op zaterdagavond was er in de tent groot feest. Toernooien met tachtig teams met twaalf spelers waren geen uitzondering. Bijna duizend korfballers in het veld en nog eens duizenden supporters langs de lijn. In 1931 kwam er zelfs een team uit Antwerpen naar Hemrik.

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg WWMD haar bekende vaste plek midden in het dorp, op de locatie van een van de twee voormalige kampen van de Nederlandse Arbeidsdienst die Hemrik in de oorlog kende. Het vroegere kolenhok diende aanvankelijk als kleedkamer.

NK-finales

Korfbal kon in Hemrik uitgroeien tot een grote sport, mede dankzij het ontbreken van een voetbalvereniging. WWMD werd in 1936 Noordelijk kampioen en mocht met het Amsterdamse Blauw Wit strijden om het kampioenschap van Nederland. In Hemrik waren de Amsterdammers met 0-7 te sterk, In de hoofdstad werd het 6-3. Twee jaar later stonden beide ploegen weer in de finale om de nationale titel en opnieuw wonnen de Amsterdammers. Andere hoogtepunten in de clubgeschiedenis zijn opnieuw het noordelijk kampioenschap in 1950 en het Friese kampioenschap van de aspiranten in 1965. In de jaren zeventig speelde een talentvolle lichting korfballers in de zaal twee seizoenen Overgangsklasse, destijds landelijke het tweede niveau. In 1976 haalde WWMD het nieuws met het oudste veteranenteam van Fryslân.

Net als veel kleinere korfbalverenigingen kreeg WWMD al jaren geleden te maken met uitvliegende talenten die hun heil bij grotere, hoger spelende verenigingen zoeken. Met net geen 800 inwoners is het dan lastig om een vereniging overeind te houden; het aantal kinderen is beperkt, het aantal alternatieve activiteiten is groot.

Voorwerker Korfbal Club, Siegerswoude

Na bijna honderd jaar zette de Voorwerker Korfbal Club (VKC) in Siegerswoude op 28 juni jongstleden met een slotfeest een punt achter de korfbalhistorie van het dorp. VKC scheerde eerder al enkele malen langs de bestaansrand, maar ditmaal viel het einde niet te keren. “Der wie gjin takomst mear”, zegt Sietse Bouma. Als oud-speler, trainer, bestuurslid en voorzitter van VKC was Bouma (59) zeker vijftig jaar bij de korfbalclub betrokken. In het met vereende krachten zelf gebouwde clubhuis toont hij de volle prijzenkast, foto’s en documenten uit een rijk sportverleden. De in 1929 opgerichte VKC mag dan nu met slechts vijftien leden de laatste adem uitblazen, de korfbalclub telde ooit volop mee.

Bouma weet dat de korfballers uit Siegerswoude eind jaren veertig, begin jaren vijftig toonaangevend waren in de Friese en Noordelijke korfbalwereld. In 1952 kwamen maar liefst acht van de twaalf spelers van het Friese twaalftal van VKC. Aaltje Terpstra haalde dat jaar zelfs het Nederlandse A-twaalftal. Zoveel talent in een klein dorp als Siegerswoude is opmerkelijk, maar, weet Bouma, de regio telde veel goede korfballers. “Der wie ek neat oars. Koest fuotbalje of kuorbalje. De grutte kar fan hjoeddedei bestie doe net.”

Net zoals er geen sporthallen of zalen waren. Korfbal werd in het voorjaar en de herfst gespeeld. Op de donkere winteravonden verruilden veel korfballers het korbalveld voor het podium van de toneelclub. Bouma: “Ik mocht graach toanielspylje en ek oare kuorballers diene mei. Sa wiene we it hiele jier byinoar. It wie in hechte en gesellige groep.”

Ruil met Bakkeveen

Dat Siegerswoude een korfbalclub kreeg, had ook anders kunnen lopen. Begin vorige eeuw werd er in Siegerswoude gevoetbald en in Bakkeveen gekorfbald. Beide verenigingen leden een marginaal bestaan waarop de dorpen besloten van sport te ruilen. Beide clubs vonden daarna de weg omhoog, al kreeg de ruil nog wel een staartje. Siegerswoude kreeg van Bakkeveen het nodige materiaal zoals korven en palen; andersom gingen er ballen richting Bakkeveen. Tijden later kreeg de korfbalclub politiebezoek. De Bakkeveenster voetballers claimden dat hun buurdorp nooit voor het materiaal betaald zou hebben. “Ik wit net hoe’t dat ôfrûn is”, zegt Bouma.

De overstap van drie naar twee vakken maakte het korfbal attractiever, vindt Bouma. Bovendien was er minder gedoe. Twaalftallen moesten voor het zaalseizoen achttallen worden. “It team moast op ‘e kop. Hiest fjouwer ôffallers. Dat joech altyd spanning. Ek foar it twadde team, want dy spilers skoden troch nei it tredde.” Een derde team is er al jaren niet meer. Korfbal heeft last van het bredere sportaanbod, met vooral geduchte concurrentie van sportscholen en vrouwenvoetbal. En er zit sleet op het imago. Hoe de toekomst er uitziet is koffiedik kijken. “It kuorbal ferdwynt stadich, seker yn lytse doarpen.”

Niet meer bijkletsen ‘langs de lijn’

In de jaren na de oorlog veroverde VKC drie keer de Noordelijke titel en werd een keer derde bij de nationale titelstrijd. Ook in latere periodes vierde VKC sportieve successen. Die komen er niet weer. Een raar idee, vindt Sietse Bouma, die nuchter naar het einde van de club kijkt. “It is net oars. It siet der al jierren oan te kommen en wie net tsjin te hâlden.” Hij zal het missen, al speelt hij zelf “fanwege wrakke knibbels” al jaren niet meer. Bouma zal vooral de passieve functie van het korfbal missen. Even langs de lijn bijkletsen met bekenden. “Kuorbal brocht minsken byinoar en hie dêrtroch in wichtige sosjale funksje foar it doarp.“

Terugkeer Wordt Kwiek - De korfballers van Wordt Kwiek keren volgend seizoen wél terug in het wedstrijdkorfbal. De club uit Jubbega trok zich negen jaar geleden terug uit het prestatiekorfbal vanwege een gebrek aan spelers. De afgelopen jaren is gestaag gewerkt aan het weer opbouwen van de vereniging. Met succes. In het nieuwe seizoen kan Wordt Kwiek instromen in de derde klasse.

Tekst Gurbe van der Woude
Foto’s aangeleverd en Gurbe van der Woude

Korfballers van WWMD uit de beginjaren