
Natascha Ausma is inmiddels aan haar tweede seizoen bezig als judoka in de klasse -78 kilogram. Ze moet nog steeds wennen, maar de Liphúster judoka kijkt niet alleen naar winst of verlies. “Het belangrijkste is dat ik me blijf ontwikkelen.”
Dit jaar staat het leven van Natascha nog meer in het teken van judo dan ooit tevoren. Na het behalen van haar bachelor geneeskunde besloot ze een tussenjaar te nemen. Sportend en wonend op Papendal had ze al een bijbaantje in het restaurant op de sportcampus en daar kon ze overdag nog meer uren krijgen. “Het valt mooi in elkaar op deze manier. Ik krijg vanuit NOC*NSF nog altijd een vergoeding vanwege mijn selectiestatus, maar ik moet zelf ook geld verdienen. Dit werk is goed te combineren met trainingen en wedstrijden, juist omdat ze weten dat ik hier als topsporter leef.” Dagelijks trekt de 23-jarige Natascha twee of zelfs drie keer de trainingskleren aan. “Om half acht ’s ochtends krachttraining, om negen uur doen we techniektraining en ’s avonds hebben we nog een wedstrijdtraining.” In de tussenliggende uren werkt ze dus. “Ik wilde echt focussen op het sporten. Ik zou nu coschappen moeten lopen voor mijn opleiding. Dat is heel intensief en zeker geen ideale combinatie met topsport, het is nog altijd wennen aan de nieuwe gewichtsklasse.”
Eind 2018 hakte ze de knoop door om in een zwaardere klasse haar geluk te beproeven. “Ik moet nog wel iets aankomen, want voor deze klasse ben ik nu nog vrij licht.” Maar dat moet uiteraard wel verantwoord gebeuren, het liefste door het winnen van spiermassa. “Het is makkelijker om te groeien door ongezond te eten, maar dat is natuurlijk niet de bedoeling. Dus ik eet goed en gezond en doe veel aan krachttraining.”
Begin februari stond ze op de mat tijdens de Grand Slam judo in Parijs, na het WK een van de belangrijkste toernooien op de kalender. “Het toernooi heeft veel aanzien en dus waren er veel judoka’s aanwezig die naar de Olympische Spelen willen. Het niveau was hoog.” Natascha werd helaas al in de eerste ronde uitgeschakeld.
In 2020 staan de Olympische Spelen van Tokio op het programma, Natascha weet dat ze zich daar geen illusies over hoeft te maken. Met Marhinde Verkerk en Guusje Steenhuis heeft ze in haar klasse twee mondiale (sub)toppers voor zich. “Alleen als een van hen geblesseerd raakt of iets dergelijks, kom ik mogelijk in beeld. Teleurstellend? Niet direct, hoor. Ik weet waar ik sta. Ik kan zo nog vier jaar mee en ik vind het nog steeds het mooiste wat er is. We zien wel hoe het komt.”
Om bij te tanken keert ze regelmatig terug naar Lippenhuizen, om gezellig samen te zijn met haar ouders en zusje, familie en vriendinnen. “Het is heel fijn om af en toe weer in Friesland te zijn. Maar ik zit nu vier jaar hier en die keuze was goed voor mij. Had ik deze stap niet gezet, dan was ik waarschijnlijk al gestopt met judoën op topniveau.”
Dit jaar staat het leven van Natascha nog meer in het teken van judo dan ooit tevoren. Na het behalen van haar bachelor geneeskunde besloot ze een tussenjaar te nemen. Sportend en wonend op Papendal had ze al een bijbaantje in het restaurant op de sportcampus en daar kon ze overdag nog meer uren krijgen. “Het valt mooi in elkaar op deze manier. Ik krijg vanuit NOC*NSF nog altijd een vergoeding vanwege mijn selectiestatus, maar ik moet zelf ook geld verdienen. Dit werk is goed te combineren met trainingen en wedstrijden, juist omdat ze weten dat ik hier als topsporter leef.” Dagelijks trekt de 23-jarige Natascha twee of zelfs drie keer de trainingskleren aan. “Om half acht ’s ochtends krachttraining, om negen uur doen we techniektraining en ’s avonds hebben we nog een wedstrijdtraining.” In de tussenliggende uren werkt ze dus. “Ik wilde echt focussen op het sporten. Ik zou nu coschappen moeten lopen voor mijn opleiding. Dat is heel intensief en zeker geen ideale combinatie met topsport, het is nog altijd wennen aan de nieuwe gewichtsklasse.”
Eind 2018 hakte ze de knoop door om in een zwaardere klasse haar geluk te beproeven. “Ik moet nog wel iets aankomen, want voor deze klasse ben ik nu nog vrij licht.” Maar dat moet uiteraard wel verantwoord gebeuren, het liefste door het winnen van spiermassa. “Het is makkelijker om te groeien door ongezond te eten, maar dat is natuurlijk niet de bedoeling. Dus ik eet goed en gezond en doe veel aan krachttraining.”
Op kracht
De stress om vlak voor wedstrijden af te vallen, zoals ze dat in het verleden weleens meemaakte, is Natascha in ieder geval kwijt. “Het was een goede keuze, merk ik ook aan mijn lijf. En het soort judo in deze klasse past ook beter bij me. Het is iets meer op kracht, wat minder op snelheid.”Begin februari stond ze op de mat tijdens de Grand Slam judo in Parijs, na het WK een van de belangrijkste toernooien op de kalender. “Het toernooi heeft veel aanzien en dus waren er veel judoka’s aanwezig die naar de Olympische Spelen willen. Het niveau was hoog.” Natascha werd helaas al in de eerste ronde uitgeschakeld.
Ontwikkelen
Dat ze vanuit Parijs zonder eremetaal huiswaarts keerde was geen verrassing of teleurstelling. “Natuurlijk wil ik graag wedstrijden winnen en ver komen in een toernooi, maar het belangrijkste is dat ik me blijf ontwikkelen. Ik merk aan mezelf dat die vooruitgang er nog steeds in.” Bovendien zeggen resultaten in het judo ook niet alles, weet Natascha uit ervaring. “Je hebt niet alleen met jezelf te maken. Tegenstanders en scheidsrechters zijn ook van invloed op een uitslag. Heb je twee straffen wegens passiviteit, terwijl je nog zo je best doet om aan te vallen, dan moet je toch anders gaan judoën. En dus neem je meer risico en krijgt je tegenstander meer kansen.”In 2020 staan de Olympische Spelen van Tokio op het programma, Natascha weet dat ze zich daar geen illusies over hoeft te maken. Met Marhinde Verkerk en Guusje Steenhuis heeft ze in haar klasse twee mondiale (sub)toppers voor zich. “Alleen als een van hen geblesseerd raakt of iets dergelijks, kom ik mogelijk in beeld. Teleurstellend? Niet direct, hoor. Ik weet waar ik sta. Ik kan zo nog vier jaar mee en ik vind het nog steeds het mooiste wat er is. We zien wel hoe het komt.”
Om bij te tanken keert ze regelmatig terug naar Lippenhuizen, om gezellig samen te zijn met haar ouders en zusje, familie en vriendinnen. “Het is heel fijn om af en toe weer in Friesland te zijn. Maar ik zit nu vier jaar hier en die keuze was goed voor mij. Had ik deze stap niet gezet, dan was ik waarschijnlijk al gestopt met judoën op topniveau.”












