Sport

Atletiektalent Brecht van der Vliet

Naar Berlijn

Brecht van der Vliet.
Brecht van der Vliet. Brecht van der Vliet.
Brecht van der Vliet koos min of meer gedwongen voor atletiek. Maar de dertienjarige atlete uit Makkinga zou niet anders meer willen. “De kick van het wachten, je startblok opzoeken en dan alles geven en kapotgaan; iets mooiers is er niet.”
Als klein meisje was Brecht helemaal in haar element als korfbalster, bij Sportclub Makkinga. “Maar dat hield op. Een aantal meisjes koos toen voor voetbal, maar dat was niks voor mij.” Ze maakte vervolgens kennis met atletiek, bij het Drachtster Impala, en dat paste haar wel. “Wel merkte ik dat kinderen die op hun zesde of zevende met atletiek waren begonnen verder waren. Ik was al tien toen ik begon.”
Brecht trok zich echter enorm snel op aan het niveau om haar heen en behoorde al snel bij de betere atletes in haar leeftijd. Om haar talent nog verder te ontbolsteren, besloot ze in 2017 over te stappen naar Groningen Atletiek. “Daar train ik op een nog hoger niveau en moet ik ook op de training tot het uiterste gaan.”
Overigens traint ze maar één keer per week samen met haar Groningse clubgenoten. De meeste uren maakt ze voor en na school in Heerenveen, waar ze op de LOOT-school van OSG Sevenwolden zit. “Met die status kan ik bijvoorbeeld toetsen op een ander moment maken, als het eens minder goed uitkomt met de wedstrijden.” En ook in haar rooster scheelt het, want Brecht heeft meer vrijheid om te trainen, zowel voor als na haar lessen.
Die uren maakt ze overigens zeker niet hardlopend door Makkinga. “Ik vind hardlopen helemaal niet leuk”, zegt Brecht met een grote lach. “Dat klinkt gek, hè?! Op school verwacht iedereen dat ik bij een loop altijd vooraan ben te vinden, maar dat is dus niet het geval. Ik zal nooit een 1.500 meter-loopster worden.”
Brecht haar specialiteit is het korte(re) werk. De 100 meter (PR 12,94), de 200 meter (PR 26,64) en zo nu en dan ook de 400 meter. “De 200 meter gaat goed. Ik word steeds sterker en kan de race steeds beter indelen. De 400 ben ik aan het verbeteren. Eigenlijk is dat tegenwoordig ook een soort sprint.” De 100 meter, het koningsnummer van de atletiek, ligt haar ook, maar ze heeft letterlijk een aanloop nodig. “Na zestig meter zit ik pas echt in mijn ritme. Vervolgens kan ik dan wel doortrekken, terwijl anderen misschien wat minder worden, maar op de 200 meter heb ik dus meer aan die extra inhoud. En ook het lopen van bochten gaat me goed af.”
Brecht geniet van de spanning die een wedstrijd met zich meebrengt. “Het zitten in de callroom is een kick. Daar verzamel je voor de race met andere atletes uit je heat. Een beetje je concurrentes bekijken en inschatten, als groep je startblok opzoeken, je opladen voor de race en dan alles geven en kapotgaan in de laatste meters; iets mooiers is er niet.”
Gelukkig voelt ze daarbij alleen gezonde wedstrijdspanning. “Ik blijf eigenlijk de hele tijd rustig, ontspannen en ook heel vrolijk. Sommige meiden kijken je boos aan om je bang te maken, maar mij doet dat weinig. Ik moet er soms juist van lachen. En sommige concurrentes zijn ook gewoon vriendinnen van me. Dat is weleens grappig, moet ik zeggen.”
Ze is nu 1.76 lang, een gemiddelde lengte. Die overigens wel van invloed kan zijn op prestaties, vertelt Brecht. “Als je langer bent, zijn je stappen ook langer en dat kan voordelig zijn. Maar nadeel is dan weer dat je een lastiger start hebt ten opzichte van iemand die wat kleiner is. Dan kom je makkelijker uit het startblok.”
Momenteel moet Brecht rekening houden met haar rug. “Groeipijnen. Maar met krachttraining probeer ik de rug sterker te maken. Verder heb ik gelukkig weinig last van blessures.” Ze hoopt dat lang vol te houden. De komende periode staan er met NK Teams – waarin Groningen Atletiek landelijk eerste staat in het klassement –, het NK Estafette (4 x 80 meter), het NK Zweedse Estafette (1 x 400, 1 x 300, 1 x 200 en 1 x 100 meter) en het NK C-junioren belangrijke wedstrijden op haar agenda.
Goede prestaties op deze toernooien moeten uiteindelijk leiden tot deelname aan het EK onder 18 jaar en/of EK onder 23 jaar. “Als ik elk jaar zeven - of acht tiende van mijn persoonlijk record weet te halen, kan het over een paar jaar zeker lukken. Maar de top halen in de atletiek is echt gigantisch moeilijk. Je moet altijd afwachten hoe het gaat met blessures bijvoorbeeld. Ik zal er dan ook altijd iets naast blijven doen qua studie. Maar ik wil wel heel graag kijken hoever ik kan komen.”
Ze was al bij het EK indoor in Praag, present tijdens het EK in het Olympisch Stadion in Amsterdam (beide in 2017) en over een paar weken is Brecht ook van de partij tijdens de Europese titelstrijd in Berlijn. Niet als deelneemster uiteraard, maar als begeleider van kinderen tijdens atletiekclinics. “Heel erg leuk om te doen en natuurlijk is het een dikke bonus dat we het hele toernooi vrijwel alles van dichtbij kunnen volgen”, lacht Brecht, die samen met haar zus ernaartoe gaat. En alles is verder geregeld. “We overnachten daar en verder hoeven we ook nergens om te denken.”