
Ga met Pieter de Kroon en Jan Bakker om tafel om het over schaatsen te hebben en je komt oren, papier en glimlachen tekort. Naast gepassioneerde schaatsers zijn de dorpsgenoten ook beiden gedreven bestuurders binnen hun sport. Pieter als voorzitter van de Raad van Toezicht van de KNSB, Jan als lid van de Ledenraad van de schaatsbond en als bestuurslid van de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden.
Pieter de Kroon (66) groeide op in Ried, een dorp vlak bij Franeker. Het telt een paar honderd inwoners, maar veel belangrijker: het ligt aan de route van de Elfstedentocht. “Ik kan me de tocht van 1963 echt nog goed herinneren. Die was echt mythisch. Ik hield in die tijd ook plakboeken bij van bekende schaatsers als Henk van der Grift. Een prachtige tijd was het.” Maar ook de Elfstedentocht van 1985 brengt warme herinneringen. “Toen deed ik voor het eerst zelf mee. Ik had echt een brok in mijn keel, zo mooi.” Schaatsen was voor Pieter alles. “Ik weet nog goed dat ik voor het eerst echt ruzie had thuis. Ik was een jaar of zeven. We woonden naast de ijsbaan en ik had de hele dag geschaatst. Na het avondeten wilde ik weer de baan op, maar dat mocht niet van mijn ouders. Kwaad dat ik was.” Tegenwoordig schaatst hij nog altijd mee in marathons, bij de Masters. En er is ieder jaar de Alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee in Oostenrijk. “Dat is een prachtige wedstrijd, maar de echte Elfstedentocht is natuurlijk de mooiste.”
Jan Bakker (55) geniet van de verhalen van zijn dorpsgenoot, ook omdat het bij hem net iets anders verliep. “Ik was al zestien jaar toen ik begon met schaatsen. Mijn vader was boer, dus er was nooit ergens tijd voor. Totdat er een keer een kortebaanwedstrijd in Fochteloo was.” Jan mocht meedoen, won de wedstrijd van jongens tot en met 16 jaar, werd verliefd op de sport en ging menig wedstrijd over 160 meter af. “Ik had moeite met de bochten op de kunstijsbaan, dus koos ik voor wedstrijden over 100 en 200 kilometer.” Hij kon met de besten mee, won een klassieker en werd een keer tweede op de alternatieve Elfstedentocht in Rovaniemi.”
Inderdaad, ook Jan reed de Elfstedentocht. In 1997 finishte hij in de door Henk Angenent gewonnen race als twintigste op de Bonkefeart in Leeuwarden. En er had meer in gezeten, hij reed de hele dag in de kopgroep. “Ik had niet geoefend op het hardlopen, maar na de start kreeg je direct 1.500 meter voor je kiezen. Ik ging door mijn eigen enthousiasme en dat van het publiek zo hard, dat ik bij Sneek al kramp had. Dat was funest.” Als wedstrijd- en toertochtleider van de Vereniging Friesche Elf Steden hoopt Jan ieder jaar weer dat de monstertocht, de zestiende editie, uitgeschreven kan worden. “Ik zit nu twee jaar in het bestuur en het is geweldig om te doen. De passie die de Elfstedentocht bij mensen losmaakt, dat is ongelooflijk. Er zijn 24 rayonhoofden. Allemaal vrijwilligers. Maar als we een overleg inplannen, zijn ze er alle 24. Dat kom ik in het bedrijfsleven niet tegen, hoor.”
Er waren heel wat gesprekken nodig om iedereen om de tafel en op één lijn te krijgen. “Gelukkig is de sfeer nu weer goed”, vertelt Pieter. “Mijn credo is alles samen voor het schaatsen. Dat is waarop we moeten inzetten.” Jan: “Al dat gekrakeel hoort helaas een beetje bij onze sport. Maar in de basis komt het ook allemaal voort uit passie. Het is alleen dan zaak om, terwijl iedereen het anders ziet, met elkaar een modus te vinden. Je moet samen de lange termijn zien.”
Jan heeft daar als lid van de Ledenraad ook mee te maken. Dat orgaan houdt namelijk toezicht op de Raad van Toezicht en is daarmee de belangrijkste bestuurlijke laag binnen de KNSB. “Breedtesport heeft de topsport nodig en andersom. Dat moet iedere schaatser zich realiseren. Openheid en transparantie is heel belangrijk. In het verleden ging het naar mijn gevoel binnen de bond te veel om hiërarchie. Nu wordt er echt naar elkaar geluisterd. Al zal er aan het einde ook iemand een besluit moeten nemen. Dan kan het een keer zijn dat niet iedereen het daarmee eens is, maar je kunt niet oneindig polderen.”
Want een makkelijke functie is het niet. Dat ondervond ook de uit Witmarsum afkomstige Doekle Terpstra. Hij was tussen 2009 en 2013 bondsvoorzitter van de schaatsbond (een rol die inmiddels niet meer bestaat) en dat ging niet altijd even soepel. Jan: “Je moet wel de juiste antennes op de juiste plaatsen hebben. Niet voor niets heeft hij later gezegd dat zijn rol als bestuursvoorzitter van de Hogeschool Inholland makkelijker was dan zijn werk bij de KNSB.”
Ook Pieters eerste maanden waren best pittig. “Ik heb weleens de vergelijking gemaakt met de verbouwing van een huis. Als je de vloer eruit sloopt, kom je een heleboel stof en rotzooi tegen. Daar moet je even doorheen, maar dat lukt omdat je voor ogen hebt hoe mooi het kan worden. En het is ook een kwestie van niet altijd van jezelf uitgaan, maar tegelijkertijd wel altijd jezelf zijn en blijven. Dat is altijd het beste.”
Pieter: “Schaatsen is geen sport van een bepaalde klasse. We hebben 2,3 miljoen actieve beoefenaars in dit land en die komen uit alle geledingen.” Samen met zijn schaatsmaten rijdt hij vaak naar wedstrijden en regelmatig stappen er meer bevriende schaatsers in de auto. “Dan zitten we samen met een vooraanstaand oncoloog van het UMCG in Groningen en iemand die in ploegendienst werkt. Maar allemaal met liefde voor dezelfde sport. Dat vind ik heerlijk”, zegt Pieter met een brede glimlach.
“Tegenwoordig gaat er veel geld om in het schaatsen. Natuurlijk zijn sponsors belangrijk en is schaatsen een geweldig uithangbord voor een bedrijf, maar we mogen nooit vergeten waar de sport vandaan komt. We moeten er zuinig op zijn dat het van ons allemaal is. De fans en de talloze vrijwilligers dragen het schaatsen. Zij geven heel veel tijd en energie aan hun sport. Daar maken wij ons als bestuurder - ook vrijwilligerswerk - hard voor.”
Pieter de Kroon (66) groeide op in Ried, een dorp vlak bij Franeker. Het telt een paar honderd inwoners, maar veel belangrijker: het ligt aan de route van de Elfstedentocht. “Ik kan me de tocht van 1963 echt nog goed herinneren. Die was echt mythisch. Ik hield in die tijd ook plakboeken bij van bekende schaatsers als Henk van der Grift. Een prachtige tijd was het.” Maar ook de Elfstedentocht van 1985 brengt warme herinneringen. “Toen deed ik voor het eerst zelf mee. Ik had echt een brok in mijn keel, zo mooi.” Schaatsen was voor Pieter alles. “Ik weet nog goed dat ik voor het eerst echt ruzie had thuis. Ik was een jaar of zeven. We woonden naast de ijsbaan en ik had de hele dag geschaatst. Na het avondeten wilde ik weer de baan op, maar dat mocht niet van mijn ouders. Kwaad dat ik was.” Tegenwoordig schaatst hij nog altijd mee in marathons, bij de Masters. En er is ieder jaar de Alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee in Oostenrijk. “Dat is een prachtige wedstrijd, maar de echte Elfstedentocht is natuurlijk de mooiste.”
Jan Bakker (55) geniet van de verhalen van zijn dorpsgenoot, ook omdat het bij hem net iets anders verliep. “Ik was al zestien jaar toen ik begon met schaatsen. Mijn vader was boer, dus er was nooit ergens tijd voor. Totdat er een keer een kortebaanwedstrijd in Fochteloo was.” Jan mocht meedoen, won de wedstrijd van jongens tot en met 16 jaar, werd verliefd op de sport en ging menig wedstrijd over 160 meter af. “Ik had moeite met de bochten op de kunstijsbaan, dus koos ik voor wedstrijden over 100 en 200 kilometer.” Hij kon met de besten mee, won een klassieker en werd een keer tweede op de alternatieve Elfstedentocht in Rovaniemi.”
Inderdaad, ook Jan reed de Elfstedentocht. In 1997 finishte hij in de door Henk Angenent gewonnen race als twintigste op de Bonkefeart in Leeuwarden. En er had meer in gezeten, hij reed de hele dag in de kopgroep. “Ik had niet geoefend op het hardlopen, maar na de start kreeg je direct 1.500 meter voor je kiezen. Ik ging door mijn eigen enthousiasme en dat van het publiek zo hard, dat ik bij Sneek al kramp had. Dat was funest.” Als wedstrijd- en toertochtleider van de Vereniging Friesche Elf Steden hoopt Jan ieder jaar weer dat de monstertocht, de zestiende editie, uitgeschreven kan worden. “Ik zit nu twee jaar in het bestuur en het is geweldig om te doen. De passie die de Elfstedentocht bij mensen losmaakt, dat is ongelooflijk. Er zijn 24 rayonhoofden. Allemaal vrijwilligers. Maar als we een overleg inplannen, zijn ze er alle 24. Dat kom ik in het bedrijfsleven niet tegen, hoor.”
Andere wereld
Pieter de Kroon werkte jarenlang als bestuurder bij Vanboeijen, een organisatie in de gehandicaptenzorg, en hij vervulde diverse commissariaten. Maar het is niet een op een te kopiëren naar zijn rol als voorzitter van de Raad van Toezicht van schaatsbond KNSB. Bovendien stapte hij in na een roerige periode. “In oktober 2016 stond zo’n beetje iedereen tegenover elkaar. Er was een stakingsdreiging van de professionele schaatsers vanwege een kleinere premiepot.” De bond moest de broekriem flink aansnoeren.Er waren heel wat gesprekken nodig om iedereen om de tafel en op één lijn te krijgen. “Gelukkig is de sfeer nu weer goed”, vertelt Pieter. “Mijn credo is alles samen voor het schaatsen. Dat is waarop we moeten inzetten.” Jan: “Al dat gekrakeel hoort helaas een beetje bij onze sport. Maar in de basis komt het ook allemaal voort uit passie. Het is alleen dan zaak om, terwijl iedereen het anders ziet, met elkaar een modus te vinden. Je moet samen de lange termijn zien.”
Jan heeft daar als lid van de Ledenraad ook mee te maken. Dat orgaan houdt namelijk toezicht op de Raad van Toezicht en is daarmee de belangrijkste bestuurlijke laag binnen de KNSB. “Breedtesport heeft de topsport nodig en andersom. Dat moet iedere schaatser zich realiseren. Openheid en transparantie is heel belangrijk. In het verleden ging het naar mijn gevoel binnen de bond te veel om hiërarchie. Nu wordt er echt naar elkaar geluisterd. Al zal er aan het einde ook iemand een besluit moeten nemen. Dan kan het een keer zijn dat niet iedereen het daarmee eens is, maar je kunt niet oneindig polderen.”
Uitermate geschikt
Op de vraag of zijn verleden als bestuurder Pieter helpt in zijn rol als voorzitter van de Raad van Toezicht bij de KNSB, springt Jan snel en graag in. “Mag ik die beantwoorden? Ik denk namelijk dat het van enorm belang is dat Pieter zoveel ervaring heeft in het leiding geven aan organisaties. In de Ledenraad zitten 28 mensen en die hebben allemaal een gezamenlijk doel, namelijk de schaatssport, maar toch ook voor een deel hun eigen agenda’s en vakgebieden. Die moet je allemaal bij elkaar zien te krijgen en daar is Pieter uitermate geschikt voor.”Want een makkelijke functie is het niet. Dat ondervond ook de uit Witmarsum afkomstige Doekle Terpstra. Hij was tussen 2009 en 2013 bondsvoorzitter van de schaatsbond (een rol die inmiddels niet meer bestaat) en dat ging niet altijd even soepel. Jan: “Je moet wel de juiste antennes op de juiste plaatsen hebben. Niet voor niets heeft hij later gezegd dat zijn rol als bestuursvoorzitter van de Hogeschool Inholland makkelijker was dan zijn werk bij de KNSB.”
Ook Pieters eerste maanden waren best pittig. “Ik heb weleens de vergelijking gemaakt met de verbouwing van een huis. Als je de vloer eruit sloopt, kom je een heleboel stof en rotzooi tegen. Daar moet je even doorheen, maar dat lukt omdat je voor ogen hebt hoe mooi het kan worden. En het is ook een kwestie van niet altijd van jezelf uitgaan, maar tegelijkertijd wel altijd jezelf zijn en blijven. Dat is altijd het beste.”
Simpele dingen
Maar boven alles genieten beide bestuurders van simpele dingen in het schaatsen. Weer valt het woord passie. Jan: “Ik belde laatst in de auto naar kantoor in Heerenveen om te vragen hoe het daar ging. Bleek om drie uur ’s middags het merendeel van de mensen al naar huis te zijn gegaan vanwege de afgekondigde code rood.” Jan zelf was ondertussen op weg naar Thialf, voor zijn rol als scheidsrechter bij een schaatsmarathon. Nadat hij ophing, vroeg Jan zich af of de weersomstandigheden het überhaupt mogelijk maakten om voor de wedstrijd in Heerenveen te komen en later het schaatsdorp na afloop ook weer te verlaten. “Normaal zijn er 250 schaatsers op zo’n wedstrijddag. Hoeveel denk je dat er nu waren? Ruim 200. En geen enkele vrijwilliger had afgebeld. Dat is toch fantastisch.”Pieter: “Schaatsen is geen sport van een bepaalde klasse. We hebben 2,3 miljoen actieve beoefenaars in dit land en die komen uit alle geledingen.” Samen met zijn schaatsmaten rijdt hij vaak naar wedstrijden en regelmatig stappen er meer bevriende schaatsers in de auto. “Dan zitten we samen met een vooraanstaand oncoloog van het UMCG in Groningen en iemand die in ploegendienst werkt. Maar allemaal met liefde voor dezelfde sport. Dat vind ik heerlijk”, zegt Pieter met een brede glimlach.
“Tegenwoordig gaat er veel geld om in het schaatsen. Natuurlijk zijn sponsors belangrijk en is schaatsen een geweldig uithangbord voor een bedrijf, maar we mogen nooit vergeten waar de sport vandaan komt. We moeten er zuinig op zijn dat het van ons allemaal is. De fans en de talloze vrijwilligers dragen het schaatsen. Zij geven heel veel tijd en energie aan hun sport. Daar maken wij ons als bestuurder - ook vrijwilligerswerk - hard voor.”










