
De buurtsportcoaches in Opsterland zijn bijna vier jaar bezig. De gemeente is zo enthousiast dat ze het project nu voor vier jaar heeft verlengd. Wethouder Anko Postma: “De sociale component van sport wordt steeds belangrijker. De effecten van sport en bewegen reiken ver.”
Op de laatste middag van het oude jaar stond wethouder Anko Postma bij de finish van de Kidsrun van de Oliebollenloop in Gorredijk om medailles uit te reiken. Ruim tweehonderd kinderen deden mee en hij zag de enthousiaste reacties van de kinderen op meester Jeltse en juffrouw Ilse, de twee buurtsportcoaches. “Dat was voor mij een bevestiging van het goede werk van de buurtsportcoaches. Ik was verbaasd hoeveel kinderen aan de Kidsrun meededen, ook kinderen die anders niet zoveel bewegen. Dan zie je het enthousiasme van de buurtsportcoaches en de effecten die dat op de jeugd heeft. Dat is van grote waarde voor het project.”
Maar is sporten voor de Opsterlandse jeugd dan niet heel gewoon? “Dat denk je misschien, maar sommige kinderen komen toch te weinig met sport in aanraking. Het mooie van de buurtsportcoaches is dat zij op een leuke laagdrempelige manier veel van deze kinderen wel aan het sporten krijgen. De coaches zijn professionals met specifieke kennis en ervaring. Dat is toch anders dan de groepsleerkracht op school die op een andere manier gym geeft. Het is pure winst dat de buurtsportcoaches onzekere kinderen en kinderen uit minder sportieve gezinnen via leuke activiteiten en toernooien er wel bij weten te trekken. Die actie om op jonge leeftijd sport te stimuleren is heel belangrijk. Vroeg leren genieten van sport, werkt een heel leven door. De coaches hebben een ambassadeursrol. Samen met andere partijen kunnen ze sport en bewegen op een hoger plan tillen.”
Hebben de sportverenigingen hier dan iets laten liggen? “Dat kun je zo niet zeggen. Sportverenigingen proberen ook op allerlei originele manieren jeugd aan het sporten te krijgen. Kinderen uit typische sportgezinnen zijn snel overgehaald. Maar de kinderen die van zichzelf minder ambitie hebben en niet de stimulans van thuis meekrijgen, zijn voor een vereniging ook moeilijk te bereiken. Dat zijn nu juist de doelgroepen die de buurtsportcoaches wel weten te bereiken. Daar gaat het om.”
Of ligt bij sportverenigingen de nadruk te veel op presteren in plaats van op het pure bewegen? “Competitie is inherent aan sport. En sportverenigingen willen natuurlijk graag presteren. Misschien schrikt dat sommige kinderen af. Maar dat kun je de vrijwilligers bij de verenigingen niet kwalijk nemen. De buurtsportcoaches hebben een andere aanvliegroute, zij stimuleren de kinderen om te bewegen en wanneer ze zich daarna bij een sportvereniging aansluiten is dat natuurlijk mooi meegenomen.”
Wat is nu de kern van de extra aandacht op sport en bewegen? “Dat sporten gezond is weet iedereen. Ik moet mij er zelf ook altijd toe zetten maar als ik weer hardgelopen heb, merk ik hoe goed het werkt om je hoofd leeg te krijgen. Sporten en bewegen helpt je niet alleen om fysiek maar ook mentaal fit te worden en te blijven. Daarnaast kan sporten voor ouderen en jongeren juist een stimulans zijn om elkaar te ontmoeten. Doordat je dezelfde interesse hebt kom je sneller met elkaar in contact. Als mensen zich door sporten en bewegen beter voelen, gaan de effecten veel en veel verder. Uiteindelijk kan het mensen helpen sneller weer aan het werk te komen, zich meer betrokken te voelen bij de maatschappij en eenzaamheid te voorkomen. Wanneer je sport en bewegen op die manier inzet, dan komt het de hele gemeenschap ten goede.”
Dan krijgen de buurtsportcoaches ineens een heel andere rol. “Dat klopt. We hebben niet voor niets het project buurtsportcoaches voor vier jaar verlengd in plaats van de jaarlijkse verlenging. De komende jaren moeten ze ook echt stappen zetten in het sociaal domein. Dat betekent vooral groepen stimuleren die misschien minder makkelijk te bereiken zijn. Door dit mentale aspect van sport en bewegen wordt de sociale component belangrijker. Dat raakt mensen die eenzaam zijn, een beperking hebben, minder in de maatschappij participeren of persoonlijke problemen hebben. Maar ook de nieuwkomers kunnen via sport en beweging een stap in de integratie zetten. Dat kan al met bijvoorbeeld een fietscursus. Er is straks geen groep die kan zeggen dat sport en bewegen niet voor hen bedoeld is. Iedereen telt mee. De buurtsportcoaches moeten zich ontwikkelen tot gesprekspartners die iedere groep helpen om in beweging te komen.”
Zijn er straks dan wel voldoende accommodaties om iedereen te laten sporten? “Daar werken we hard aan. In Gorredijk, Beetsterzwaag en Ureterp zijn al goede voorzieningen en dat geldt ook steeds meer voor scholen en dorpshuizen. De tijd dat we lukraak luxe sportvoorzieningen kunnen bouwen ligt achter ons. Om te bewegen en sporten zijn ook niet altijd accommodaties met een veld en een dak erboven nodig. Er gebeurt ook veel in de openlucht. Maar bij de verdere ontwikkeling van accommodaties ligt er veel verantwoordelijkheid bij de dorpen zelf. Wat wil je in jouw dorp? De buurtsportcoaches helpen de dorpen hierbij. Zij proberen om de wensen van de inwoners los te peuteren. Dan komen de vragen en initiatieven vanuit de dorpen vanzelf. De verzelfstandiging van de dorpshuizen speelt daar ook een grote rol in. Als gemeente denken wij mee en bieden wij daar waar mogelijk ondersteuning. Dat hoeft niet altijd geld te zijn, maar kan ook kennis en kunde zijn, zoals de buurtsportcoaches nu doen.”
Op de laatste middag van het oude jaar stond wethouder Anko Postma bij de finish van de Kidsrun van de Oliebollenloop in Gorredijk om medailles uit te reiken. Ruim tweehonderd kinderen deden mee en hij zag de enthousiaste reacties van de kinderen op meester Jeltse en juffrouw Ilse, de twee buurtsportcoaches. “Dat was voor mij een bevestiging van het goede werk van de buurtsportcoaches. Ik was verbaasd hoeveel kinderen aan de Kidsrun meededen, ook kinderen die anders niet zoveel bewegen. Dan zie je het enthousiasme van de buurtsportcoaches en de effecten die dat op de jeugd heeft. Dat is van grote waarde voor het project.”
Maar is sporten voor de Opsterlandse jeugd dan niet heel gewoon? “Dat denk je misschien, maar sommige kinderen komen toch te weinig met sport in aanraking. Het mooie van de buurtsportcoaches is dat zij op een leuke laagdrempelige manier veel van deze kinderen wel aan het sporten krijgen. De coaches zijn professionals met specifieke kennis en ervaring. Dat is toch anders dan de groepsleerkracht op school die op een andere manier gym geeft. Het is pure winst dat de buurtsportcoaches onzekere kinderen en kinderen uit minder sportieve gezinnen via leuke activiteiten en toernooien er wel bij weten te trekken. Die actie om op jonge leeftijd sport te stimuleren is heel belangrijk. Vroeg leren genieten van sport, werkt een heel leven door. De coaches hebben een ambassadeursrol. Samen met andere partijen kunnen ze sport en bewegen op een hoger plan tillen.”
Hebben de sportverenigingen hier dan iets laten liggen? “Dat kun je zo niet zeggen. Sportverenigingen proberen ook op allerlei originele manieren jeugd aan het sporten te krijgen. Kinderen uit typische sportgezinnen zijn snel overgehaald. Maar de kinderen die van zichzelf minder ambitie hebben en niet de stimulans van thuis meekrijgen, zijn voor een vereniging ook moeilijk te bereiken. Dat zijn nu juist de doelgroepen die de buurtsportcoaches wel weten te bereiken. Daar gaat het om.”
Of ligt bij sportverenigingen de nadruk te veel op presteren in plaats van op het pure bewegen? “Competitie is inherent aan sport. En sportverenigingen willen natuurlijk graag presteren. Misschien schrikt dat sommige kinderen af. Maar dat kun je de vrijwilligers bij de verenigingen niet kwalijk nemen. De buurtsportcoaches hebben een andere aanvliegroute, zij stimuleren de kinderen om te bewegen en wanneer ze zich daarna bij een sportvereniging aansluiten is dat natuurlijk mooi meegenomen.”
Wat is nu de kern van de extra aandacht op sport en bewegen? “Dat sporten gezond is weet iedereen. Ik moet mij er zelf ook altijd toe zetten maar als ik weer hardgelopen heb, merk ik hoe goed het werkt om je hoofd leeg te krijgen. Sporten en bewegen helpt je niet alleen om fysiek maar ook mentaal fit te worden en te blijven. Daarnaast kan sporten voor ouderen en jongeren juist een stimulans zijn om elkaar te ontmoeten. Doordat je dezelfde interesse hebt kom je sneller met elkaar in contact. Als mensen zich door sporten en bewegen beter voelen, gaan de effecten veel en veel verder. Uiteindelijk kan het mensen helpen sneller weer aan het werk te komen, zich meer betrokken te voelen bij de maatschappij en eenzaamheid te voorkomen. Wanneer je sport en bewegen op die manier inzet, dan komt het de hele gemeenschap ten goede.”
Dan krijgen de buurtsportcoaches ineens een heel andere rol. “Dat klopt. We hebben niet voor niets het project buurtsportcoaches voor vier jaar verlengd in plaats van de jaarlijkse verlenging. De komende jaren moeten ze ook echt stappen zetten in het sociaal domein. Dat betekent vooral groepen stimuleren die misschien minder makkelijk te bereiken zijn. Door dit mentale aspect van sport en bewegen wordt de sociale component belangrijker. Dat raakt mensen die eenzaam zijn, een beperking hebben, minder in de maatschappij participeren of persoonlijke problemen hebben. Maar ook de nieuwkomers kunnen via sport en beweging een stap in de integratie zetten. Dat kan al met bijvoorbeeld een fietscursus. Er is straks geen groep die kan zeggen dat sport en bewegen niet voor hen bedoeld is. Iedereen telt mee. De buurtsportcoaches moeten zich ontwikkelen tot gesprekspartners die iedere groep helpen om in beweging te komen.”
Zijn er straks dan wel voldoende accommodaties om iedereen te laten sporten? “Daar werken we hard aan. In Gorredijk, Beetsterzwaag en Ureterp zijn al goede voorzieningen en dat geldt ook steeds meer voor scholen en dorpshuizen. De tijd dat we lukraak luxe sportvoorzieningen kunnen bouwen ligt achter ons. Om te bewegen en sporten zijn ook niet altijd accommodaties met een veld en een dak erboven nodig. Er gebeurt ook veel in de openlucht. Maar bij de verdere ontwikkeling van accommodaties ligt er veel verantwoordelijkheid bij de dorpen zelf. Wat wil je in jouw dorp? De buurtsportcoaches helpen de dorpen hierbij. Zij proberen om de wensen van de inwoners los te peuteren. Dan komen de vragen en initiatieven vanuit de dorpen vanzelf. De verzelfstandiging van de dorpshuizen speelt daar ook een grote rol in. Als gemeente denken wij mee en bieden wij daar waar mogelijk ondersteuning. Dat hoeft niet altijd geld te zijn, maar kan ook kennis en kunde zijn, zoals de buurtsportcoaches nu doen.”












