
“Normaal heb ik het bij wedstrijden hartstikke druk met allerlei dingen regelen, nu komen de meiden ’s ochtends alleen maar een kopje koffie bij me drinken. Daarna volg ik gewoon lekker langs de kant de koers, een beetje kletsend met bekenden.”
Elske is blij dat de vrouwenkoers weer terug is op het programma op tweede paasdag. “Het was toch jammer dat er vorig jaar geen dames reden, al was de reden logisch. De Ronde van Gelderland was op dezelfde dag en die is onderdeel van de clubcompetitie, dus daar reden heel veel meiden. Dan hou je geen peloton over.”
Voor komende maandag staan er al meer dan dertig namen op de startlijst, waaronder oud-winnaar Anouska Koster, die tegenwoordig ook in de ploeg van Oosterwoud rijdt. “Er komen er vast nog wel een paar bij.” Vijf jaar geleden stapte Elske in bij de NWVG. Daarvoor was ze actief bij wielervereniging Drachten. Toen daar geen budget meer was, kwam de lokroep uit Groningen. “De ploegleider daar stapte op en toen vroegen ze of ik het wilde doen.” Ze dacht even na, maar al snel leek het haar leuk. “Anders ligt het in het noorden helemaal op zijn gat, dacht ik bij mezelf. Dat wilde ik niet.”
Al snel merkte de 56-jarige Ureterpse het verschil tussen haar vorige rol en het werken bij de NWVG, dat ook in UCI-koersen uitkomt. “Dat is heel anders dan een juniorenkoers zoals we die met Drachten reden.” Zeker in het begin maakte Elske nog weleens een foutje, erkent ze. “Ook doordat we een slechte radio hadden in de auto. Dan was de communicatie gewoon onduidelijk en maakte je de verkeerde keuze. Dat probleem is snel verholpen.”
Met trainingskampen (afgelopen weekeinde nog in Duitsland), wedstrijden en alle andere organisatorische zaken rond het team is de week van Elske goed gevuld. Ze neemt haar rensters zoveel mogelijk uit handen, ook omdat een aantal van hen naast het wielrennen nog een gewone baan heeft. “Sommige meiden werken veertig uur per week, om vervolgens in de wedstrijd alles te geven wat ze hebben. Soms denk je in een koers weleens ‘nu een tandje extra en je blijft erbij of er zit zelfs meer in’, maar dat kun je niet altijd verwachten.”
Zelf fietste Elske ook zeker niet onverdienstelijk. “Ik zat vanaf mijn 21e in de B-selectie van de KNWU.” Op haar 27e betekende een voedselvergiftiging het einde van haar wielercarrière. “Het duurde twee jaar voor de dokters ontdekten wat het precies was. Daarna was ik snel weer fit, maar het was te laat voor mijn sportieve loopbaan op de fiets.” Elske - meisjesnaam Van der Meer - schaatste ook nog. “Maar wielrennen vond ik eigenlijk leuker. Toen ik klein was verbood mijn moeder me te fietsen, omdat mijn vader het ook deed en vaak viel. Maar ik wilde het gewoon zo graag dat het toch gelukt is.”
Bij de NWVG fietst ook dochter Wendy. “Dat is soms lastig, want hoe praat je met elkaar? Als moeder-dochter of als ploegleider-renster? Bovendien hebben we wel een beetje hetzelfde opstandige karakter. Maar meestal gaat het goed. Ik hoop dat ze de tegenslagen van de afgelopen twee seizoenen, met onder andere kinkhoest, nu achter zich kan laten en een mooi jaar kan rijden.” Dan geniet Elske zowel als ploegleider en als moeder. Elske Oosterwoud maakt zich zorgen over de toekomst van het Friese vrouwenwielrennen. “Het loopt leeg. Eigenlijk is er geen team meer in de provincie waar rensters terechtkunnen. Vanuit deze regio is er nog de NWVG. De reistijd naar Groningen is vanaf hier beperkt, maar woon je verder Friesland in, dan moet je er wel echt heel veel voor over hebben. Bij de kleine verenigingen rij je alleen nog maar criteriums. Dat is leuk, maar van klassiekers en meerdaagse koersen word je pas echt een betere renster.”









