Femke Kok krijgt meer concurrentie
Femke maakte dit seizoen de overstap naar de B1-junioren. Ze wist dat het daardoor lastig zou worden haar prestatie van 2016, toen ze de Nederlandse titel bij de C-junioren pakte, te evenaren. “Ik schaats nu tegen meiden die een jaar ouder zijn, dat merk je wel’’, aldus de zestienjarige schaatsster uit Nij Beets.

Dat was uiteraard niet alleen het geval bij het toernooi in Breda (2x100 meter, 2x 300 meter), maar al het hele seizoen. “Hoe ouder je wordt, hoe groter de concurrentie, zo werkt het wel. Bovendien moet ik nu ook langere afstanden rijden.” De drie kilometer, dat is wel even wennen. “Op het NK allround in Thialf, een paar weken geleden, stond ik na de eerste dag derde in het algemeen klassement. Ik was tweede geworden op de 1.500 meter en na een paar misslagen vierde op de 500 meter. Maar de drie kilometer liep gewoon niet lekker en daardoor kwam ik uiteindelijk niet verder dan plek zes.” Dat was een kleine teleurstelling, maar tegelijkertijd ook een goede leerschool. “Het was de eerste keer dat ik die afstanden - plus nog de 1.000 meter - in één weekend moest rijden. Het was pittig, maar voor mijn ontwikkeling ook goed. Ik moet de drie kilometer gewoon nog beter leren rijden. Duurtrainingen moeten mij helpen aan nog meer inhoud.”
Want nog altijd combineert ze het liefst het sprinten met het langere werk. “Ik weet nog steeds niet welke kant ik uiteindelijk op wil. Al vind ik het sprinten wel heel leuk.” En haar onlangs behaalde titel op het NK kortebaan onderstreept Femkes talent voor de kortere afstanden. “Maar ik heb de tijd om te kiezen.”
Voor het restant van het seizoen staan er nog mooie doelen en wedstrijden op het programma. “Ik wil nu eindelijk eens een keer de Viking Race winnen. Ik ben al te vaak tweede geworden. Vorig jaar scheelde het over vier afstanden drie tiende van een seconde. Dat was enorm balen.” Op 15 maart mag ze bovendien starten bij de strijd om De Zilveren Bal in de Elfstedenhal in Leeuwarden. Bij die wedstrijd over 100 meter staan nationale en internationale sprinters tegenover elkaar. “Heel gaaf dat ik tussen al die toppers mag staan. Jezelf meten met de groten is het leukste dat er is. Ook al overleef ik de eerste ronde niet, dan nog is het gaaf dat ik er mag staan.”












