Acrogymnastes zetten stap op weg naar finale
Het was flink aanpoten voor Anneke Mook en alle andere vrijwilligers binnen Contra om twee dagen lang alles in goede banen te leiden. “Maar we hebben het geweldig gedaan met zijn allen”, stelde Mook na afloop tevreden en trots vast. Vooral de zaterdag was een topdag, met 120 teams uit Friesland, Groningen en Drenthe over de vloer. Het zorgde voor een klein verkeersinfarct rond de sporthal. “Ik hoop dat de omwonenden er niet al te veel last van hadden. Wel hebben we ze bewust van tevoren geïnformeerd over wat er te gebeuren stond.”

Contra zelf deed met vier teams mee aan de wedstrijden, die gelden als districtskampioenschappen, maar feitelijk een tussenronde zijn naar de landelijke finale in juni in Zwolle. Bij de E-senioren trio kwalificeerden Geanne Weening, Esmee Sietzema en Hilse van der Woude zich voor de halve finale, bij de D-junioren trio deden Linda Booi, Celine Bijlsma en Anouk van der Meulen hetzelfde, terwijl ook het C-lijn trio met Romy van Dijk, Dione van Dijk en Emma Koen een prestatie leverde die goed genoeg was om door te gaan. “De D-junioren kwamen zelfs heel dicht bij het podium, maar werden vierde op 0,03 punt van de nummer drie. Dat is zo’n kleine marge, dat is niet meer dan een kromme haar, zeg ik dan altijd. Dus die hebben zeker kans om nog een stapje omhoog te maken.” Voor de D-senioren Marijke Koen, Mirte Visser en Suzan Roffel was Ureterp het eindstation. “Ze maakten een foutje in hun oefening en dat wordt afgestraft door de jury. Hoe klein de misser misschien voor het gevoel ook is.”
De eisen aan een oefening zijn per categorie – hoe eerder de letteraanduiding in het alfabet, hoe hoger het niveau – verschillend. Zo moeten de C-lijn trio’s een aantal verplichte elementen meenemen en hoeft in de E-lijn slechts één oefening gedaan te worden. Andere klassen werken een balans- én tempo-oefening af. En de presentatie, de muziek en kleding, telt uiteraard ook mee. “Je moet overal rekening mee houden”, vertelt Mook, die zelf nooit aan acrogym deed, maar vanuit het turnen al vroeg in het trainersvak rolde. “Ik was tien jaar toen ik ging helpen met de gymlessen en zeven jaar later deed ik al mijn eerste club.”
Contra staat er momenteel goed voor. “Zo’n 35 meiden acrogymmen bij ons, van allerlei leeftijden. Het is echt een gezellige vereniging, met een groep die blijft hangen. Stopt iemand zelf met sporten, dan komen ze eigenlijk altijd wel weer helpen.” De meiden trainen gemiddeld drie uur per week. “Dat is niet veel, dus we zorgen dat wat we doen telt. Daarom hangt er nu ook een gordel in de hal, zodat we vluchtelementen nog beter kunnen trainen.” In mei moeten de trio’s van Contra daarmee weer een stap hebben gezet, om zo nog beter voor de dag te komen tijdens de halve finale in Zwolle.











