Alyda op weg naar RIo (5)
We zijn met de baanselectie bezig aan de tweede week in het Portugese Anadia en het bevalt echt uitstekend. Het is hier heerlijk weer, snikheet zelfs. Ik hou daar wel van, maar er zitten ook nadelen aan. Je kunt hier in de omgeving bijvoorbeeld goed zien wat voor enorme schade bosbranden aanrichten. Dat is wel indrukwekkend.

De Olympische Spelen heb ik uiteraard gevolgd, maar niet heel intensief. Je bent toch vooral met je eigen prestaties en de voorbereiding daarop bezig. Toch zit ik al wel in de juiste stemming, want sinds we hier aangekomen zijn, is het verplicht de kleding voor Rio te dragen. Dat geeft een bijzonder gevoel en als groep straal je daardoor nog meer eenheid uit.
Nog een paar dagen en dan maken we de oversteek naar Rio de Janeiro, mijn wedstrijden komen steeds dichterbij. Ik wil graag kort uitleggen hoe het precies werkt in het paralympische wielrennen als het gaat om verschillende handicaps. Ik rij in de cycling klasse. Daarin krijgt iedere wielrenner een classificatie, die varieert van C1 tot en met C3. De zwaarste handicaps zijn C1, de minst zware C3. Ik zit daar tussenin en ben een C2.
Die klassen rijden in reguliere wedstrijden vaak apart, maar op de Spelen worden ze samengevoegd. Bij de wegwedstrijd – die gelukkig niet over het parkoers van de olympische wegwedstrijd gaat – is dat zeker een nadeel. De C3’s maken dan de koers en als C2 moet je proberen aan te haken. Mijn focus ligt daarom op de 500 meter tijdrit op de baan en de tijdrit op de weg. In die wedstrijden is er namelijk een rekenfactor, die rekening houdt met de classificaties.
In Londen won ik zilver op de 500 meter en dat was toen het hoogst haalbare. Dat laatste is ook nu weer mijn doel, maar het hangt van veel dingen op die ene dag af wat uiteindelijk het resultaat zal zijn.”












