Rozenberg: ‘Yn swiere tiden binne wy hjir ien’
JUBBEGA Wolter Rozenberg was 38 jaar bestuurslid van vv Jubbega. Gedurende al die jaren beheerde hij de financiën. Daarnaast hanteerde Rozenberg, verdeeld over meerdere periodes, tien jaar de voorzittershamer. Vorige week nam hij afscheid, maar hij blijft bezoeker van het plaatselijke sportpark. “Ik hâld fan fuotbal en Jobbegea bliuwt myn klub.”

Het was niet vanwege de drukte dat de 68-jarige Rozenberg er na bijna veertig bestuursjaren besloot mee te stoppen. Natuurlijk, de financiën beheren van een vereniging met 400 leden kost tijd. “Kinst it fergelykje mei in lytse ûndernimming.” En het voorzitterschap vergde het nodige, maar daar was Rozenberg aan gewend. “Ik haw it nea as lêst ûnderfûn.”
Het was de moeizame zoektocht naar nieuwe en meer bestuursleden die Rozenberg aan het twijfelen bracht of hij wel door moest gaan. “Ik krige de yndruk dat by in part fan ‘e leden it idee bestie dat it miskien wol oan my lei dat minsken har net maklik melden. Je dogge it nea elkenien nei it sin, mar ik tocht wol fan: ‘moat ik op dizze basis trochgean?’ Doe haw ik de eare oan mysels holden.”
Waar de weerstand tegen zijn persoon op is gebaseerd, blijft gissen voor Rozenberg. “Minsken sizze nea rjocht yn dyn gesicht wat se fine.” Hij is naar eigen zeggen altijd een bestuurslid voor de hele vereniging geweest en niet alleen voor het eerste elftal. “Mar dat tinke guon wol.” Tot zijn geluk ervaart hij wel steun van leden die het jammer vinden dat hij stopt.
Generatiekloof
Wakker van kritische geluiden lag hij niet. Het hoort erbij, weet Rozenberg. “Ast salang meidraaist makkest net allinnich freonen.” Dat hij het stokje overdraagt aan een jongere generatie is de natuurlijk gang van zaken, vindt hij. “Ast 68 bist krigest te meitsjen mei in generaasjekloof. Dy ha je op je wurk en dat fiel je ek by de feriening. In grut part fan ‘e leden wie noch net iens berne doe’t ik yn it bestjoer kaam.”
Jubbega staat er goed op, vindt Rozenberg. De vereniging telt ruim vierhonderd leden, heeft op zondag negen seniorenteams in competitie, op zaterdag drie en er zijn twee vrouwenteams actief. Bij de jeugdafdeling zijn alle leeftijdsgroepen goed bezet. Samenwerking met andere verenigingen is niet nodig. “Dat kinne fergelykbere doarpen ús net neisizze.”
Jubbega speelde in het seizoen 2011-2012 nog in de vierde klasse. De vereniging klom in het afgelopen decennium op naar de eerste klasse. De opmars is niet het gevolg van bovengemiddeld veel voetbaltalent in Jubbega. Om de sportieve ambitie te verwezenlijken, versterkte de vereniging zich met spelers van buiten. Zo maken de ex-profs Henrico Drost en Xander Houtkoop deel uit van de huidige selectie.
Geldbuidel
In het amateurvoetbal heeft Jubbega daardoor een naam opgebouwd als een vereniging die met de geldbuidel rammelt om spelers te lokken. Intern zorgde de ingeslagen weg voor tweespalt; de komst van voetballers ‘van buiten’ zou de kansen en ontwikkeling van eigen talent in de weg staan en de sfeer binnen de vereniging niet ten goede komen.
Rozenberg kent de geluiden, maar staat persoonlijk pal achter de genomen keuzes. “De club libbet. Ferline wike wiene der 500 man te sjen en as Jobbegea skoart stiet elkenien te juichen.“ Dankzij het hoge niveau dwong Jubbega volgens Rozenberg deelname aan de KNVB-bekerstrijd af en liet sc Heerenveen het oog vallen op de jonge aanvaller Geert Jelke Gielstra. “As wy fjirde klasse spile hiene, wie dat net bard.”
Betalen doet Jubbega niet, bezweert Rozenberg. “Alle spilers betelje kontribúsje.” Veel wil hij er niet over kwijt. “Dêr wurde de ferhalen allinne mar wylder fan.” Er is volgens het bestuurslid wel een groep rondom Jubbega die de vereniging met raad en daad steunt. “Minsken tinke altyd dat it om sinten giet, mar je kinne spilers ek maatskiplik helpe of mei ferfier. Hoe’t it krekt sit wit ik trouwens net.”
Betrokkenheid
De betrokkenheid van de leden bij de vereniging is minder groot dan vroeger, maar dat is volgens Rozenberg een maatschappelijke tendens. “Je ha te krijen mei in soad yndividuën dy’t in teamsport spylje wolle. Dat botst.” Ach, het kan minder. Op bezoek bij Flevo Boys was de kantinekeuken niet open omdat vrijwilligers ontbraken. “Koest noch gjin patatsje krije. Dan hast it oer in feriening mei 1.100 leden. Sa fier is it by ús noch net.”
Hoogtepunten in de 38 jaar waren in de ogen van Rozenberg de bouw van de nieuwe kantine in 2000, de privatisering en de ontwikkeling van de zakenclub die op dit moment 170 leden telt. Dieptepunten waren er ook. De vereniging werd in de loop der tijden tweemaal geconfronteerd met de dood van een jonge speler en sinds april van dit jaar overleden maar liefst zes oud-leden. “Dan is fuotbaljen mar bysaak.”
Vooral de dood van de twee nog jonge voetballers had grote impact. Het waren zware tijden, maar het was volgens Rozenberg ook goed om te zien hoe het dorp en de vereniging het verdriet gezamenlijk verwerkten. “It fertriet bûn de minsken. De ferskillen waarden oan ‘e kant set en dan sjochst de krêft fan de feriening. Op sa’n momint binne wy ien.”
Tuchtcommissie
Jubbega, Rozenberg kan eindeloos vertellen over de club waar hij als keeper vijftien seizoenen het doel van de hoofdmacht verdedigde. Over het imago van de club bijvoorbeeld. De Kompenijsters stonden bekend als heetgebakerde mannetjes. Menig wedstrijd werd vroegtijdig gestaakt en Rozenberg was vaste gast bij de tuchtcommissie om onverkwikkelijke gebeurtenissen weer goed te praten.
De wilde jaren zijn volgens Rozenberg passé. Dat het vaak misging had met het licht ontvlambare karakter van de Jubbegaasters te maken. “It wie ús krêft, mar soms ek ús swakte. It lei nea oan ús dat it misgie; it wie altyd de skuld fan de tsjinpartij, mar sa wie it fansels net.” De voorzitter werd bij zijn afscheid uitgebreid gefêteerd. Hij werd benoemd tot erelid van Jubbega, lid van verdienste van de KNVB en kreeg tal van mooie cadeaus. “Dêr spruts ien en al wurdearring út.”












