Algemeen

Face to Face met Japke Weij: “At ik myn bêst mar doch...”

Door: Redactie

Bewustwording voor de groene leefomgeving komt bij veel mensen stapje voor stapje. Het is een kwestie van de lange adem. Daar weet Japke Weij uit Beetsterzwaag inmiddels alles van. Ze is bij veel groene initiatieven betrokken, de één succesvoller dan de ander. “Mar fan elts lyts resultaat wurd ik bliid.”

Japke Weij
Japke Weij Foto: Martijn van der Vaart

Op de foto die Japke Weij (72) over tafel schuift, staat ze hoog op een ladder. Bezig om een nestkast voor een torenvalk te plaatsen op het terrein van Land van Ons in Wijnjewoude. Ze las namelijk dat 2025 door de Vogelbescherming tot het ‘jaar van de torenvalk’ was uitgeroepen. Dus regelde Japke via haar netwerk een geschikte nestkast. “Myn famylje frege wol wêrom sa’n frou fan boppe de santich mei twa keunstheupen dit noch dwaan moat”, zegt ze lachend. “Mar ik wurd der bliid fan.”

Soms trekken aan een dood paard

Het is Japke ten voeten uit. Waar ze kansen ziet om iets voor de natuur, de biodiversiteit en de leefomgeving te doen, komt ze in actie. Op het gemeentehuis in Beetsterzwaag klinkt er volgens Japke wel eens een diepe zucht wanneer ze weer met een projectje aanklopt. “It is ek wol ris lûke oan in dea hynder”, verzucht Japke op haar beurt. “Se sizze dat alle ideeën tiid en jild kostje en beide binne der op it gemeentehûs net.”

“Ik meitsje my wol soargen oer hoe’t it fierder moat yn de wrâld. Ik tink oan it neigeslacht, ha sels ek twa beppesizzers.”

Japke organiseert bijvoorbeeld met andere vrijwilligers al een paar jaar in samenwerking met het agrarische boerencollectief ELAN fietsroutes langs bloeiende akkerranden. Het is nu omgezet in een route langs een Ecologisch Corridor, een verbinding van allerlei kleine natuurinitiatieven. “De fytsers krije sa in goed byld fan wat mooglik is en wat boeren oan agrarysk natoerbehear dogge.” In de voorbereiding van de routes vonden Japke en haar kompanen nog twee plekken gemeentegrond die met nieuwe beplanting een mooie aanvulling op het totaal zou vormen. “Wy binne der oardel jier mei dwaande west, mar it slagget net. De gemeente komt no wol mei in totaal bermenplan.”

Goede voorouder

Haar extra aandacht voor de leefomgeving begon in 2018. Op Moederdag kreeg Japke van haar kinderen een zakje ‘Happy Bee Mix’, bollen voor een bloemenmengsel waar de bijen wél bij varen. Het maakte haar nieuwsgierig. Ze verdiepte zich in de bij. “Op in kaart die bliken dat hiel Fryslân foar de bij koade read wie.” Dat Fryslân voor de bij een woestijn blijkt te zijn, zette haar verder aan het denken. “Ik meitsje my wol soargen oer hoe’t it fierder moat yn de wrâld. Ik tink oan it neigeslacht, ha sels ek twa beppesizzers.”

Japke leest veel, ze spelt de NRC en de Groene Amsterdammer. In dit opinieblad stond een voor haar inspirerend interview, waarin werd gesteld dat vergroening ook doorgaat zonder de steun vanuit Den Haag. “Dat wie in grutte stimulâns. Je moatte posityf bliuwe, ek al wurket der in soad tsjin. Mar it gefoel dat ik myn bêst dien ha, is foar my ek folle wurdich. At ik myn bêst mar doch...” Een andere inspiratiebron is het boek ‘De goede voorouder’ van Roman Krznaric, met als ondertitel ‘Langetermijndenken voor een kortetermijnwereld.’ Japke wil een ‘goede voorouder’ zijn. “Dêr wurdt ús generaasje op ôfrekkene.” Bewustwording staat daarbij centraal. Ze ziet de laatste jaren hierin wel degelijk vooruitgang. “Der binne hieltyd mear minsken dy’t byfoarbyld yn de eigen tún maatregels nimme.”

Bijenbrigade

Maar je moet wel weten wat je doet, vindt Japke Weij. Wil je succes hebben, dan moet je de goede dingen op het goede moment op de goede plek doen. “En dan moatte je onderbouwe wat je dogge.” Ze heeft zelf geen groene achtergrond, maar bouwde in de afgelopen jaren een breed netwerk op van deskundigen bij wie ze te rade kan gaan, bijvoorbeeld bij het opstellen van het ‘Groene Manifest’. “Allinnich at je witte wêr’t je it oer ha, kinne je ta goeie projekten komme.” Bij de oprichting van Bijenbrigade Beetsterzwaag riep ze bijvoorbeeld de hulp in van bijenlector Arjen Strijkstra van Van Hall Larenstein.

Ek hjir is it moai. Oan de iene kant wol ik noch wolris werom nei Den Haach. Mar ik ha eins gjin nocht mear oan ferhúzjen, dat wy bliuwe mar op De Sweach.”

Het ontbreekt Japke zelden aan nieuwe ideeën. Met anderen organiseerde ze ooit de expositie ‘Happy Bee’ in Museum Opsterlân. “Minsken by elkoar bringe, dat is myn ding.” Haar inzet voor de omgeving vraagt wel doorzettingsvermogen. Het is steeds weer zoeken naar creatieve mogelijkheden. En niet alle ideeën zijn een succes. Pogingen om bij Beetsterzwaag een Voedselbos op te starten mislukten; de omgeving was er toch niet voldoende geschikt voor. “Mar it wie wol in hiel moai plan.” Wanneer er wél successen zijn, kan ze daar enorm van genieten. Ook complimenten over de aanpak van een project geven haar veel voldoening.

Juriste in Den Haag

Japke is een doorzetter die lang als juriste in Den Haag actief was. Ze groeide op in Aldegea (Sm.) en volgde de sociale academie in Culemborg. Ze werkte tien jaar als maatschappelijk werkster, onder andere in het gevangeniswezen. Dat inspireerde haar om aan een rechtenstudie te beginnen aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Japke was 32 jaar toen ze afstudeerde. “En doe hie ik ek noch fjouwer bern krigen.” Ze ging aan de slag bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven in Den Haag. Dat was in de tien jaar na het behalen van haar bul ook de woonplaats van Japke en haar gezin. “In hearlik plak. It strân wie lekker tichtby, mar tsien minuten.” De buurt ging wel langzaam maar zeker achteruit. De speeltoestellen in het woonerf werden bijvoorbeeld regelmatig vernield.


De familie woonde in het Noorden, dat betekende regelmatig uren met z’n allen in de auto. De verhuizing naar Beetsterzwaag volgde toen haar man Piet, voor zijn werk bij KPN, naar het Noorden kon. “Ek hjir is it moai. Oan de iene kant wol ik noch wolris werom nei Den Haach. Mar ik ha eins gjin nocht mear oan ferhúzjen. Boppedat ha wy hjir beide ús eigen netwurk, dat wy bliuwe mar op De Sweach.”

Richten op jeugd

De energie die een mogelijke verhuizing zou kosten, stopt Japke veel liever in het verder uitwerken van haar netwerk en projecten in Beetsterzwaag en omgeving. Daarbij richt ze zich nadrukkelijk op de jongere generaties. “Dêr dogge wy it ek foar.” Zo begon ze een project bij basisschool De Paedwizer, inmiddels Kindcentrum De Finne geheten, in haar eigen dorp. Samen met imker Henk Postma uit Ureterp, een bondgenoot in de aandacht voor de bij, organiseerde ze verschillende activiteiten voor basisschoolkinderen. Via Code Hans lopen er initiatieven om ook oudere jeugd bij de projecten te betrekken. Zo is het plan om het bijenhotel op het perceel van Land van Ons in Bakkeveen samen met jeugd uit Bakkeveen te repareren. Toch is de betrokkenheid van jongeren en jong volwassenen wel een punt van zorg. “Jo sjogge dochs foaral in soad âlderen dy’t aktyf binne. Ik begryp it wol, ik wie sels op jonge leeftyd ek mei oare dingen dwaande. Mar wy bliuwe it probearjen.”

‘Beetje slapende kunstenaar’

Voordat de bij en de biodiversiteit haar aandacht begon op te slokken, was Japke erg actief als kunstenaar. Ook was ze jarenlang intensief betrokken bij de organisatie van het Kunstweekend Beetsterzwaag. Soms raken de kunst- en natuuractiviteiten elkaar. In de woonkamer staat bijvoorbeeld een grote gedetailleerde houtskooltekening van een motvlinder. De vleugels lijken weg te druppen. Een waarschuwing? “Elk sjocht der yn wat se der yn sjen wolle.”

Ze omschrijft zichzelf nu als een ‘beetje slapende kunstenaar’, al volgt ze nog wel les. “Dan bin ik wol twongen wat te dwaan.” Ze moet zich er echt toe zetten om aan de slag te gaan, al liggen er nog vier opdrachten voor portretten. “Mar ik wol gjin deadlines op de keunst.” Japke vindt ook excuses in haar atelier. “Winters is it dêr te kâld, simmerdeis te waarm.”

Strijd tegen lelieteelt

Japke is ook lid van de werkgroep Skjin die zich tegen de lelieteelt heeft gekeerd. Deze teelt is in Opsterland al jaren verboden. Andere gemeenten zijn zo ver nog niet, maar volgens Japke hebben de bestuurders nu de mogelijkheid in de nieuwe omgevingswet de inzet van gewasbeschermingsmiddelen verder in te perken. Op een mede door Japke georganiseerde provinciale bijeenkomst waren zo’n 140 bestuurders, raadsleden en politici van de partij. De lelieteelt kwam in haar vizier via een neef in Lippenhuizen die dichtbij een lelieteler regelmatig gif zag spuiten. “It kaam op myn paad. It mei yn Opsterlân net, mar wy sjogge wol lelies.” De handhaving is een heel lang traject, maar het onderwerp staat op de kaart. “Handhaving komt allinnich yn aksje at der meldingen binne. Wy bliuwe skerp.”

Beeld: Martijn van der Vaart
Tekst: Arend Waninge