Face to Face met Hilda Bron uit Gorredijk: ‘Het warm kloppende Stânfrieshart’
GORREDIJK - Ze wordt binnenkort zestig en bijna haar hele leven is Hilda Bron uit Gorredijk al betrokken bij gymnastiekvereniging Stânfries. Begonnen als actieve gymnast vervulde ze later allerlei functies. Nog steeds is ze een grote ambassadeur van haar sport. “Folle mear jonge bern soenen op gymnastiek begjinne moatte. Dêr ha se in leven lang wille fan.”

Eigenlijk kan Hilda Bron niet wachten tot het zover is. Later dit jaar is de nieuwe sporthal op Sportcentrum Kortezwaag in Gorredijk klaar, de nieuwe thuisbasis van gymnastiekvereniging Stânfries. “Wy ha mei de lêste grutte útfiering al ôfskied naam fan De Skâns”, vertelt ze. “De folgjendje útfiering is yn 2026, dan sil de hal dochs wol klear wêze?”
“Je rôlje der wat yn”
Hilda is dan geen voorzitter meer. Dit voorjaar legt ze na tien jaar de hamer neer. “It is tiid dat de âlders fan no it oernimme, it is belangryk dat sy de ideeën foar harren bern no oppakke.” Het betekent niet dat Hilda afscheid van Stânfries neemt. Dat kan ook helemaal niet, Stânfries en Hilda Bron worden al lang in één adem genoemd. Ze is al sinds haar derde jaar actief bij de vereniging. “Je rôlje der wat yn”, verklaart ze haar betrokkenheid. “Ik fyn it moai om wat dingen te organsearjen en dan witte se je wol te finen. It kontakt mei de minsken fyn ik it aldermoaiste fan dit wurk.”
Gezinssport
Bovendien was en is is Stânfries een belangrijk onderdeel van het gezinsleven. Mem Bron naaide bijvoorbeeld het clubvaandel en samen met anderen 120 witte jurkjes voor een ‘turnbetoging’, een groot turntoernooi. En dochters Froukje en Femke groeiden bijna op in het gymlokaal. “Froukje joech ik oan de râne fan de wedstrydflier de boarst.” Femke doet nu de financiële administratie van de vereniging, Froukje valt in voor trainers en helpt mee bij tal van activiteiten. En ze jureren allebei. “Alles waard thús altyd om de sport hinne organisearre.”
Ik fyn it moai om wat dingen te organsearjen en dan witte se je wol te finen
Waar kinderen in het verleden allemaal vanzelfsprekend op gym gingen, is dat nú een stuk minder. Dat komt volgens Hilda mede omdat ze bij andere sporten, zoals voetbal en korfbal, ook al op jonge leeftijd kunnen beginnen. “Dat wie earder wol oars.” Hilda wil wel terug naar die tijd. Het zou in haar ogen goed zijn wanneer kinderen de basis van bewegen bij de gymnastiekvereniging leren. “Wy ha allegearre trainers mei diploma’s. Dat moat. Dy trainers witte wat se dogge, ek by de peuter- en kleutergym. Gymnastyk en teamsporten kinne wol kombinearre wurde. De basis wurdt dan folle breder.”
Meer bewegen
Ze weet ook dat haar wens lastig te vervullen is. Ouders werken vaak beiden, hebben drukke schema’s en de kinderopvang mag de kinderen niet naar gym brengen. “It soe sa goed wêze foar bern om mear te bewegen.” Hilda ziet dat kinderen zich motorisch veel minder ontwikkelen dan wenselijk is. Een geluid dat je ook bij andere sporten hoort. “De tillefoan en de kompjûter helpe net.” Hoe anders was dat in haar eigen jeugd. Hilda herinnert zich nog levendig hoe de kinderen in de buurt met elkaar op het pleintje blikspuit speelden. Een spel waarbij je moest rennen, wenden en keren. Heel goed voor het jonge lichaam. “Dat sjochtst eins net mear.”
Aan de vaart
Dat pleintje was nabij de Langewal in Gorredijk, waar ze aan de vaart opgroeide. Haar wieg stond in Houtigehage; op driejarige leeftijd volgde een verhuizing naar Gorredijk, waar heit Bron een melkzaak overnam. De onbezorgde jaren zeventig volgden. De Flambou was haar lagere school, in de bijbehorende gymzaal zette ze de eerste schreden op het gympad. “Ik wie trije, doe’t ik begûn mei peuter- en kleutergym bij Stânfries, fersoarge troch grutte en lytse Geartsje.”
Omdat ik sechstich wurd, geane we mei njoggen froulje in wike nei Corsica
Hilda bleek een talentje. Ze viel op tijdens de onderlinge wedstrijden, haalde prijzen. Het was voor Auke Jongsma, destijds de grote man bij Stânfries, aanleiding voor een bezoekje aan heit en mem Bron. De vraag: zou Hilda niet op turnen willen? Dat wilde Hilda wel. Vanaf haar zesde zou ze twintig jaar als turnster actief blijven, zowel individueel als in groepsverband. In die jaren ontwikkelde ze zich ook als trainster, in verschillende disciplines. Want Stânfries is meer dan gymnastiek, hoewel dat de brede basis is. Turners specialiseren zich op vier (dames) of zes (heren) vaste onderdelen. Ook dans is onderdeel van het aanbod van Stânfries.
Opmars ritmische gymnastiek
In 1992 stapte Hilda over naar het lesgeven in ritmische gymnastiek, waarbij de hoepel, bal, knots en lint belangrijke attributen zijn. Het is nog steeds een populair onderdeel bij Stânfries. Naast de uitdaging is gezelligheid daarbij ook belangrijk; ritmische gymnastiek gebeurt vaak in vaste groepen. De damesgroep waarmee Hilda in 1992 startte, komt nog steeds bij elkaar. “Omdat ik sechstich wurd, geane we mei njoggen froulje in wike nei Corsica. Dat ha we tsien hjier lyn ek dien. It is by ús echt ‘lief en leed’ diele.” Ook met andere groepen die Hilda in de loop der jaren begeleidde gaat ze zo nu en dan nog een weekendje weg. “Dat mei elkoar is miskyn wol it moaiste fan de sport.”
Erelid
Al haar inspanningen voor de sport werden al beloond met het erelidmaatschap van Stânfries en ook bezit ze de zilveren speld van verdienste van de KNGU. In de bijna zestig jaar dat Hilda bij Stânfries is betrokken zag ze veel veranderingen in haar sport. De vereniging in Gorredijk beleefde mooie tijden, soms met meer dan vierhonderd leden. Tegenwoordig telt Stânfries circa 170 leden; het ledenaantal is al een aantal jaren vrij stabiel. De vereniging is creatief in het ontwikkelen van nieuwe vormen. De belangstelling voor peuter- en kleutergym, met als resultaat het Nijntje-diploma groeit. Datzelfde geldt voor het ouder-kind gym. “Dat kin al op it momint dat in bern stean kin. Der binne ek beppes dy’t dit mei harren beppesizzer dogge. Hiel leuk om te sjen.”
![]()
Hilda Bron - Foto: Martijn van der Vaart
Gediplomeerd kader
Tegelijkertijd is het voor gym- en turnverenigingen moeilijk om voldoende trainers te vinden. Kleinere dorpsverenigingen nemen daarom in toenemende mate afscheid van het turnen. Het gaat volgens Hilda niet alleen om het halen van een diploma; bijscholing is nodig om het diploma te behouden. Hilda doet dat zelf ook nog steeds. “Dan kin ik altyd ynfalle at it sa in kear útkomt.” Stânfries haalt het liefst kader uit de eigen vereniging, vanwege de betrokkenheid en het gevoel bij de eigen club. Het is ook de reden dan Hilda altijd bij Stânfries is blijven trainen, ondanks aanbiedingen van elders. Ze ziet dat jeugd ook nog wel aan een trainerscursus begint. “Mar at se op in leeftyd komme om te studearjen, dan wurdt it al minder. En dat begryp ik ek wol.” Het tekort aan kader noopt verenigingen om in te grijpen in het aanbod. Ook bij Stânfries. Er is nog wel gym voor jongens, maar het turnen voor jongens is verleden tijd. “Jonges traine, dat wol net elkenien, dat is ek hiel oars as famkes traine.”
It soe sa goed wêze foar bern om mear te bewegen
Het op peil houden van het kader is een bedreiging voor haar sport. Hilda kijkt daarbij ook naar de overheid. Het op jonge leeftijd met plezier leren te bewegen is het begin van een leven lang sporten, wordt er wel gezegd. “Mei alle positive aspekten foar de sûnens dy’t der by hearre. Troch te sporten bliuwe minsken fit.” Er worden allerlei projecten opgezet zoals Sûn Opsterlân, het preventieakkoord en het lokaal sportakkoord. Maar dat levert volgens Hilda te weinig resultaat op. Ze begrijpt niet dat er bij al die projecten steeds weer naar iets nieuws wordt gezocht. “Wy binne by Stânfries al 140 jier dwaande mei de basis fan it bewegen. Dy basis feroaret net.” Ze vindt dat ook te lang is bezuinigd op de vakleerkrachten bewegingsonderwijs. Hilda stond zelf jaren voor de klas. “Mei myn achtergrûn wie it net sa dreech om gymlessen te jaan, mar foar guon kollega’s wie dat wol oars. Dat kin eins net.”
Sabbatical
Haar stap naar het onderwijs kwam pas op latere leeftijd. Hilda werkte eerst jarenlang bij de Rabobank. Op haar 35e begon ze aan haar pabo-opleiding. Het langst stond ze voor de klas op de inmiddels opgeheven De Lytse Jonker in Jonkerslân. “In prachtige tiid.” Nog eens tien jaar later begon ze met een studie Nederlands. “It fuortset ûnderwiis like my ek wol wat.” Ze werkte een aantal jaren als docent op de Burgemeester Harmsmaschool in Gorredijk. In de zomer van 2022 besloot ze een sabbatical te nemen. “Mar dat jier wie sa mar om, ik wie ûnder oare mantelsoarger foar ús heit.” Eigenlijk zou ze in de zomer van ’24 weer beginnen, maar ze knoopte er nog een jaar vrij aan vast. Nu is ze ook mantelzorger voor haar moeder. Of ze nog weer voor de klas terugkeert, weet ze nog niet.
Het vullen van de vrije tijd is geen probleem. Ze mag graag van alles bijhouden en heeft onder andere een uitgebreid archief van Stânfries. In 2010 schreef ze bij het 125-jarig bestaan een jubileumboek over haar vereniging. Ze is nog steeds jurylid bij turnwedstrijden en wedstrijden ritmische gymnastiek. “At je as feriening oan wedstriden meidwaan wolle, dan moatte je ek juryleden leverje.”
Wachten op de nieuwe sporthal
Buiten Stânfries is ze ook graag vrijwilliger bij andere sportevenementen in de omgeving, zoals de Wampex, Oliebollenloop en Zwefilo. En er wacht natuurlijk nog die nieuwe sporthal. Hilda Bron verwacht dat haar vereniging hierdoor nog wel een boost krijgt. De nieuwe hal biedt meer ruimte met meer mogelijkheden. En de andere sporten zijn in de nabijheid. En zien sporten, doet sporten. “Ik ha der no al nocht oan.”
Beeld: Martijn van der Vaart
Tekst: Arend Waninge












