Algemeen

Lyda de Vos kiest bewust voor extensievere landbouw: De koe staat altijd voorop

Door: Arend Waninge

Lyda de Vos (35) was dierenarts, nu is ze melkveehouder in Terwispel. Lyda boert zoals ze zelf graag wil. Met minder dieren en meer aandacht voor het welzijn van de koeien denkt ze klaar te zijn voor te toekomst, ook al ligt er een Natura2000-gebied op slechts vijfhonderd meter. “Wy komme al in hiel ein yn hoe’t de maatskippy de molkfeehâlderij graach sjocht.”

Afbeelding
Martijn van der Vaart

Het is warm, erg warm. De dertig graden is alweer gepasseerd. De koeien van Lyda de Vos kiezen vandaag een plekje in de stal. Ze zijn vrij om naar buiten te gaan, maar dat is ook de dieren te warm. Bovendien begint de droogte nu ook in de weilanden rond de boerderij Baukjehiem in Terwispel haar tol te eisen.

Martijn van der Vaart

Baukjehiem

Baukjehiem dateert van eind jaren zeventig. De familie De Vos ontsprong destijds de drukte van al die boerderijen aan De Streek en maakte gebruik van de ruimte die de ruilverkaveling bood. Een gebied met toekomst aan de noordzijde van het dorp. Een gebied dicht bij natuurgebied Van Oordt’s Mersken, dat pas veel later de status Natura2000 zou krijgen. De Nieuwe Vaart, de grens van het natuurgebied, ligt hemelsbreed op circa 500 meter van de boerderij. De koeien grazen tot aan de vaart.

Niets concreet

De nabijheid van de natuur en de stikstofplannen uit Den Haag kunnen op termijn zorgen voor beperkingen in de bedrijfsvoering, zo weet Lyda. “It kin, mar we witte it net. Ik kin my der wol bot soargen oer meitsje, mar dat kostet my te folle enerzjy.” Bovendien, zo vult haar man Vincent aan, is er nog niets concreet. “De voorgestelde emissienorm per fosfaatrecht bijvoorbeeld, raakt ieder melkveebedrijf en is voor veel bedrijven financieel niet haalbaar. Maar zolang het niet concreet is, is er ook niets om concreet mee aan de slag te gaan.”

Vanuit hun boerderij kijken ze uit op de snelweg A7, waar de omgekeerde Nederlandse vlaggen sinds kort weer volop wapperen. Lyda is geen protestboer, ze zal ook niet zo snel met de trekker de snelweg opgaan. “Mar at it echt moat, slút ik it ek net út.” Begrip voor de onvrede is er wel. Vincent: “Alle ogen op de landbouw voelt wel eens oneerlijk. Veel boeren willen wel maatregelen nemen en innoveren, maar bij de overheid mist vaak de juiste onderbouwing in het beleid. Ik ben ook een groot voorstander van maatwerk per bedrijf, dat is beter dan generieke maatregelen op landelijk niveau.

Martijn van der Vaart

Familiebedrijf

Lyda de Vos is geen doorsnee boer. Ze is vrouw én ze is opgeleid als dierenarts. Na haar middelbare school wist ze eigenlijk niet wat ze wilde gaan studeren. Het werd uiteindelijk diergeneeskunde in Utrecht. “Dat like my doe wol wat.” Tijdens de studie kwam voor het eerst het idee op om boer te worden. Ze werkte een aantal jaren als dierenarts, maar de vrijheid van het boerenbestaan lonkte steeds meer.

Er waren thuis op het familiebedrijf meer gegadigden. Haar broers Jan en Taco hadden ook interesse. “Dat wie foar ús heit en mem in hiele feroaring. Der wienen ek tiden, dat der gjin sicht op opfolging wie; no wienen der ynienen trije”, lacht Lyda. Jan zat een tijdje in maatschap, maar koos uiteindelijk een andere richting. Taco ging voor het buitenland en is inmiddels melkveehouder in het Franse Bretagne.

Het vertrek van Taco betekende voor Lida en Vincent de stap naar de ouderlijke boerderij. De tweede locatie, waar ze woonden en het jongvee hielden, werd verkocht. Alles weer op één locatie. Heit en mem verhuisden naar de tweede bedrijfswoning. “Ik sit no noch yn maatskip mei ús heit en mem. Mar heit hat in stapke werom dien. Mem docht noch wol de boekhâlding, dêr bin ik hiel bliid mei.”

Minder koeien

Lyda is nu de boer, ondersteund door heit Oeds en echtgenoot Vincent. Hij werkt parttime in het bedrijfsleven als business controler en springt thuis bij waar hij kan. Hij is de man van de cijfers, van de financiële grondslag onder de bedrijfsvoering. Hierdoor kan Lyda haar tijd volop besteden aan de koeien. En dat is ook wat ze het liefste doet. Bovendien is ze moeder van Maud (5) en Noor (3) en ze is in verwachting van de derde.

Het besluit om boer te worden en het vertrek van Taco had consequenties voor het bedrijf. Het aantal melkkoeien daalde van tweehonderd naar honderd. En dit voorjaar, na de komst van een melkrobot, is de veestapel verder ingekrompen naar 135 melkkoeien. “Dat is in oantal dat goed by my past”, zegt Lyda. De komst van de melkrobot was haar grootste wens. Het geeft veel vrijheid. “Ik wurkje net minder oeren, mar it melken sit my net mear op de nekke. At ik fannemiddei mei de famkes nei it swimbad wol, hoech ik net mear om melkerstiid thús te wêzen. It jout romte.”

Forse reductie

Met de stappen die zijn gezet, is het bedrijf een stuk minder intensief geworden. De 135 stuks melkvee worden gehouden op 110 hectare land. Volgens Lyda en Vincent komt dat al voor een groot deel tegemoet aan de richting waarin de politiek en de maatschappij de landbouw graag ziet veranderen. “In de discussie rond de stikstofreductie wordt 2019 altijd als referentiejaar gehanteerd. Toen hielden we hier nog tweehonderd koeien. De voorgestelde emissienormen houden hier totaal geen rekening mee”, aldus Vincent. “We hebben hier al veel stikstofreductie gerealiseerd.”

Door de ruime hoeveelheid land kan de familie De Vos nu nog alle mest op eigen land kwijt. Ook nu melkveehouders veel minder mest per hectare mogen gebruiken dan in het verleden. Veel collega-melkveehouders voelen wél de last van mestafvoer. De prijzen zijn hoog, 35 tot 40 euro per kuub, als er al een afzetmogelijkheid is te vinden. “Dy kosten ha wy no net.”

Martijn van der Vaart

Koeien leven langer

Lyda hanteert een bedrijfsvoering waarin de koe altijd voorop staat. Dat is de manier waarop ze wil boeren. Veel aandacht voor dierenwelzijn is ook een maatschappelijke wens. Haar ervaring als dierenarts helpt daarbij. Ze signaleert eerder wanneer er iets met de koeien aan de hand is. Dat betekent dat je eerder kunt ingrijpen en dat resulteert onder andere in minder medicijngebruik. Maar het gevolg is ook dat de koeien bij de familie De Vos langer leven. Jaarlijks wordt circa 15% van de dieren vervangen, terwijl het landelijke gemiddeld op circa 25% ligt. “De kij wurde dus gemiddeld âlder en dat jout ek wer mear risiko’s. Mar dêr bin ik skerp op.”

De krimp van de veestapel gaf ruimte om de stal intern ook te verbouwen en aan te passen aan de dieren. De ruimte in de boxen is groter dan in het verleden. “Ook dát past bij Lyda”, geeft Vincent zijn vrouw een compliment. “Lyda heeft in eerste instantie altijd oog voor de koeien. Daarna kijkt ze hoe ze de omstandigheden op het bedrijf passend kan maken voor het welzijn van de dieren.” De omstandigheden worden aangepast aan het dier en niet andersom. Een beter welzijn en een betere diergezondheid is niet altijd in geld uit te drukken. “Mar dit is wol de manier hoe’t ik boer wêze wol”, zegt Lyda.

Hogere productie

Ze leveren melk aan zuivelconcern Aware onder het label ‘Beter voor Natuur & Boer’, een productielijn richting Albert Heijn. Weidegang van het melkvee is daarvoor een voorwaarde, maar Lyda gaat nog een stap verder. “Ik fyn dat ek it jongvee en de droege kij nei bûten moatte. Sa leare se al jong it weidzjen en dy ekstra beweging is goed foar de sûnens.”

De koeien betalen de zorg wel terug, zo zien Lyda en Vincent na de komst van de melkrobot. “Der is folle mear rêst yn de stâl. De kij sykje harren eigen momint foar it ôfjaan fan de molke en sykje de robot sa’n trije kear deis op. Earder molken we twa kear deis.” Wordt bij de investering in een melkrobot vaak uitgegaan van een groei in de melkgift van 10%, de koeien bij de familie De Vos geven sinds de komst van de robot ruim 20% meer melk.

Martijn van der Vaart

Biologisch

Al met al vinden Lyda en Vincent dat ze met hun bedrijfsvoering al een heel eind komen in de door de maatschappij gewenste richting: een forse stikstofreductie door minder dieren; extensievere bedrijfsvoering; alle mest op eigen land; en veel aandacht voor dierenwelzijn. Ze zijn er dan ook volop van overtuigd dat hun bedrijf toekomst heeft, ook al is de beschermde natuur heel dichtbij. En mocht het nog niet genoeg zijn, dan kan een overstap naar biologische landbouw ook nog een optie zijn. “Biologysk buorkje soe by my passe kinne”, meent Lyda. Vincent: “Die stap is niet eens zo groot. De omschakeling van het land zal nog de meeste tijd vergen.”

In de landbouw wordt ook veel waarde gehecht aan technische mogelijkheden om de stikstofuitstoot verder te beperken. “Dát past folle minder by my”, vindt Lyda. “Ik ha minder mei technyk en je witte ek net at de technyk op termijn stân hâldt. Ik bin boer foar de kij. De sûnens fan de bisten, dêr draait it by my om. Dan komt de rest fansels.”

Tekst Arend Waninge // Foto’s Martijn van der Vaart

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding