‘We gaan gewoon door tot ik ho roep’
Enkele keren per jaar organiseert Ars Musica meespeelmiddagen. Iedereen die wil kan meedoen. Na aanmelding ontvangen de deelnemers de muziek in de mail. En dan gewoon samen spelen. Het klinkt heel uitnodigend. En dat is het ook. Toch hield ik mijn blokfluit thuis. Maar volgend jaar….

Het is een op het oog allegaartje dat zich zaterdagmiddag in de ronde zaal van De Skâns heeft verzameld. Blokfluiten in alle maten, violen, cello’s, een accordeon, een ukelele-bas, dwarsfluiten, gitaren. Circa dertig muzikanten gingen in op de uitnodiging van muziekdocent Paul van der Voort van Ars Musica om een middagje samen Ierse en Schotse liedjes te spelen. Sommige muzikanten kennen elkaar, anderen zijn vreemden. Maar ze houden allemaal van muziek maken.
Aarzeling
Ik zit dicht bij de maestro zelf. En bij een paar dames op altblokfluit. Zo’n fluit ligt er ook bij mij in de kast. Al jaren ongebruikt. Paul weet dat, we hebben het er al eens over gehad. Toen ik eerder in de week met hem belde met de mededeling dat ik ook langs wilde komen voor de krant, kwam al snel de vraag: “Neem jij je blokfluit ook mee?” Het werd het begin van een dagenlange aarzeling. Zal ik wel, zal ik niet. Ik vroeg Paul de muziek te mailen, zoals hij ook bij de andere deelnemers had gedaan.
De notenbalken daagden uit. Maar hoe ging dat ook alweer? Op mijn vraag per mail welke van de balken voor mij waren, kreeg ik direct antwoord. Maar ook de vraag of ik de grepen op de fluit nog wel wist. Die opmerking bleek niet goed voor mijn zelfvertrouwen. Ik herkende wel een aantal nummers. Natuurlijk The Wild Rover. Maar ook The Skye Boat Song is bekend terrein. Bij Iers en Schots repertoire helpt het als je, zoals ik, jarenlang bij een shantykoor hebt gezongen. Het Hiskefiskerverleden leek zich uit te betalen. Maar dan nog. De melodie in mijn hoofd koppelen aan de noten op papier en geluid uit het instrument. Die opgave was te groot. Dus ging ik zonder blokfluit naar De Skâns. Na het eerste liedje blijk ik niet de enige zonder instrument. Spontaan meldt zich iemand die dwarsfluit speelt en eigenlijk niet durfde. Daar leek ze nu spijt van te hebben. Dat had ik zeker niet. Maar het begon wel te jeuken. Toch maar eens weer de muziek oppakken?
Herhaling helpt
Het werd voor iedereen een leuke middag. De muzikanten speelden dat het een lieve lust was. Waarbij het hielp dat het vaak korte liedjes waren. “Maar we herhalen de liedjes tot ik ho roep”, hield Paul zijn orkest voor. “Door herhaling kom je er steeds beter in, dat helpt.” Net voor het tweede lied, ‘Red is the Rose’, door de zaal gaat klinken, meldt zich nog een muzikant. Met twee panfluiten. Hij kan direct aan de bak. Paul posteert hem centraal in het orkest, de man heeft amper tijd op adem te komen.
Als het lied klinkt, kijkt Paul eens opzij. “Dit had je toch ook bijna gekund?” Het is altijd mooi wanneer mensen je meer kwaliteiten toedichten dan je zelf denkt te hebben. Dit soort samenspeelconcerten organiseert Ars Musica vaker. Paul: “Veel mensen spelen alleen thuis op een instrument. Of in een clubje gelijkgestemden. Wat is het dan leuk om eens iets anders te doen en het plezier van ongedwongen samen spelen te ervaren. Dat maakt muziek maken zo leuk. En deze volksliedjes zijn vaak niet zo lastig te spelen. De drempel ligt laag.”
![]()
Tempo
Johan Beenen uit Gorredijk is een van de muzikanten die zich heeft gemeld. Met viool. Hij speelt mee in het Opsterlands Strijkersensemble, wat meer klassiek. “Mar ik spylje thús ek wolris wat fan dit soarte muzyk. It tocht dit is myn kâns.” Hij is blij dat hij is gekomen. “Ik tocht dat it tempo folle heger lizze soe, mar dit past my krekt.” Al is het tempo nog weleens een probleem op deze middag. “Het was wel gezellig, dit nummer”, leidt Paul in. “Maar het leek nergens op. Dit is een vrolijk deuntje. Direct het tempo erin graag en ik zou zo graag het tempo erin houden.”
Piet Zwerver uit Beetsterzwaag is de enige met een versterkt instrument. Paul kondigt het aan als een bas-mandoline, maar het blijkt een ukelele-bas te zijn. Een niet-alledaags instrument; Piet legt in de pauze uit dat de ziekte van Parkinson hem het spelen op de gewone gitaar moeilijk maakt, maar dit lukt wel. En muziek is belangrijk in Piet zijn leven.
Speels en uitdagend
Paul gaat op zijn eigen manier onverdroten voort. Hij lokt de deelnemers uit de tent. Om een tweede stem te spelen of een stukje solo of in een opmaat voordat de anderen invallen. De ervaren dirigent doet dat zo speels en uitdagend dat mensen eigenlijk niet kunnen of durven te weigeren. “Wil je meezingen Arend, hoorde ik dat nu goed?” Op die manier. Zelf zingt Paul mee met The Miller of Dee. Ik herken iets in de melodie, maar zeker niet in de tekst. Het duurt even tot ik door heb dat ik het ken als Maui. Een lied dat de Hiskefiskers met een prachtige solo van Kees de Boer ooit op cd hebben gezet. Maar dan gaat de tekst niet over een molenaar, maar over vissers van Hawaï die terugkeren uit de koude poolzeeën. Oude volksmelodieën kennen veel varianten, zo blijkt maar weer.
Meezingen
Na een paar nummers zijn de eerste muzikanten ingespeeld. Ze veroorloven zich wat meer vrijheden. Sterk geconcentreerde blikken maken plaats voor wat meer ontspanning. Net voor de pauze klinkt The Wild Rover. Een enkeling legt de fluit neer en begint spontaan te zingen. Al komt de zang amper boven het muzikale geweld van dertig muzikanten uit. Die luwte gebruik ik ook om mee te zingen. ‘And it’s no, nay never, no nay never no more….’ Het werkt aanstekelijk. Moet ik dan dit jaar toch de zang of de fluit nog eens weer oppakken? Ik neem het in beraad.
Arend Waninge
![]()












