Museum van de gewone man

De zilveren koffiepot van Meinte Albada Jelgersma

Onverwacht

Afbeelding
Museum gewone Man.
Waar de zilveren koffiepot voor staat? Moeilijk in één woord te zeggen. Voor doorzettingskracht, een gemeenschappelijke karaktertrek van de Albada Jelgersma’s. Voor familiegevoel, voor de onfortuinlijke wending in de familiegeschiedenis. “En foar de spesjale bân mei myn heit.”
Laten we bij het begin beginnen. De familietak van Meinte Albada Jelgersma uit Terwispel wortelt in het Workum van de 19e eeuw. De overkoepelende familiestamboom gaat nog veel verder terug, tot 1507, maar dat is een ander verhaal. “Doe wie der in Van Albada dy’t troude mei in famke Jelgersma. Hy hat de nammen tegearre brocht, dat klonk tink wat wichtiger.” Terug naar Workum, naar het geslacht van artsen waar hij uit voortkomt.
Betovergrootvader Theodorus Petrus kreeg de zilveren koffiepot als dankbetuiging van de inwoners van Workum. Aan de onderkant staat in zwierige letters gegraveerd: ‘Ter gelegenheid van het Vijftigste Jubilé als Geneesheer - 2 Sept. 1885’. “Myn oerpake hie fan 1835 oant 1885 fyftich jier praktyk holden oan It Súd.” Twee jaar na de feestelijke huldiging nam Meinte’s pake de praktijk over. En het lag in de lijn van de verwachting dat er ook weer voor zijn heit een toekomst gloorde als arts. Maar dat liep anders. Pake stierf in 1903 onverwacht aan tbc. “Mijn oma stond er met vier jongens alleen voor, Arnold 7 jaar, Siep 6 jaar, Herman 4 jaar en Sietze, mijn vader, 2 jaar.”

Zacht en bedachtzaam

“Myn heit wie in stille sêfte man. Ik tink omdat hy gjin foarbyld hân hat.” Heit zou zijn hele werkzame leven bij Schweigmann Interieurs in Leeuwarden doorbrengen. Tevreden, zonder verdere ambities, iets wat Meinte altijd heeft verwonderd. “Nuver genôch wie heit in geweldige ferkeaper. Troch syn betochtsumens hie hy in grut psychologysk ynsicht. Hy koe ek yn alle dialekten fan it Frysk prate.” In de opvoeding ging het net zo, zijn zes kinderen liet hij in hun waarde. Alleen bij hoge uitzondering bracht hij met slechts een paar rake woorden zijn kroost bij zinnen. Als er een akkefietje was voorgevallen op school en Meinte een briefje mee naar huis kreeg ter ondertekening, dan gaf hij dat het liefst aan heit. “Heit koe sich as gjin oar ferpleatse yn dyn libben.” Het enige fanatisme dat Meinte ooit bij zijn vader heeft bespeurd, betrof het zeilen. “De moandeitemoarn wie fan him: sile op de Grutte Wielen. Dan wie hy yn syn elemint. Hy hat de Alvestêdetocht ek trije kear riden.”
Tot op hoge leeftijd, heit haalde de 103, brachten ze zo nu en dan getweeën een bezoekje aan de voorvaderlijke graven in Workum. Daarna even bij It Súd langs, waarbij heit steevast naar de hoge boom achter het huis wees. “Dy ha ik noch plante, sei er dan.” Meinte werd zelf geen arts, maar had een loopbaan in de accountancy. “Dokterje mei jild, sis mar.” De koffiepot gaat ooit naar neefje Marco. “Dy hat foar apteker studearre, foar in part mei stipe fan it Albadaleen. Hy liket my de logyske erfgenaam.”

Het Museum van de Gewone Man

Iedereen heeft wel een voorwerp met een bijzonder verhaal, een voorwerp dat je nooit zou willen missen. Dat kan van alles zijn. Sa! maakt een serie over deze voorwerpen en deze verhalen. Heeft u ook een mooi verhaal bij een voorwerp, laat het ons dan weten. Mail naar redactie@sa24.nl of bel met 06 - 5247 1013. Dan tekenen wij uw verhaal op en geven het een plekje in ons Museum van de Gewone Man.