
Nando weet het zich nog haarscherp te herinneren. Tijdens zijn mbo-opleiding Juridisch Medewerker in Heerenveen kreeg zijn klas de vraag: wat wil je later gaan doen? Dat hij naar de universiteit wilde, lokte bij zijn docent recht vooral hoongelach uit. Daarvoor had een mbo’er de capaciteiten niet. Zijn medeleerlingen schrokken van de reactie en durfden hun eigen ambities amper uit te spreken. “Wat voelde ik mij een nietsnut. Stel ik dan niets voor?”
Het gebrek aan stimulering op school werd in zijn eigen omgeving gecompenseerd. Pake was bijvoorbeeld een stimulans. ‘Als jij het wil, dan lukt het’, zo hield hij zijn kleinzoon voor. Nando zette door. In plaats van de normale drie jaar, doorliep hij het mbo in twee jaar. In die tijd liep hij ook nog een half jaar stage bij een advocatenkantoor op Curaçao. Zelf geregeld. “De school wilde niet echt meewerken. Ze wierpen eerder een drempel op. Ik moest in de eerste periode op alle vakken een 7 staan. Maar dat haalde ik.”
Eenmaal het mbo-diploma op zak, was Nando net te laat om zich in te schrijven voor de hbo-studie rechten aan de Hanzehogeschool. Hij gebruikte het tussenjaar om volledig aan het werk te gaan bij pannenkoekenboerderij De Koppenjan in zijn woonplaats Jubbega. Met zeven jaar ervaring is hij er inmiddels kind aan huis. “Een heel stimulerende werkgever. Ik heb hier op kantoor wel online toetsen gemaakt op dagen dat ik moest werken.” Het jaar erop haalde Nando de propedeuse op het hbo in één jaar. Daarmee kon hij de ultieme stap maken: beginnen aan de rechtenstudie aan de Universiteit Groningen.
De geleidelijke route via het hbo heeft Nando behoorlijk geholpen. “In het jaar aan de Hanzehogeschool kon ik voor alle vakken de basis leggen. Diezelfde stof passeerde op de universiteit in een paar maanden. Voor mij was het diepe op de universiteit zo iets minder diep. Nu in het tweede jaar komt het er echt opaan.” Nando kwam eerder deze zomer met zijn verhaal naar buiten. Hij wilde jongeren laten zien dat de route mbo-hbo-universiteit echt een mogelijke weg is. Meer dan 9.500 mensen vonden het bericht op zijn LinkedIn-pagina interessant; 673 lezers lieten een reactie achter. Hij wil met zijn verhaal niet alleen jongeren op het mbo motiveren, maar vooral de demotiverende omgeving van het mbo aan de kaak stellen. “Ik heb het als heel vervelend ervaren dat ik alles zelf maar moest uitzoeken. Zo hoort het niet te zijn. Ik vind dat een school leerlingen moet stimuleren. Samen kijken wat de dromen van de leerlingen zijn en samen kijken wat je daarvoor moet doen.”
Op het mbo lopen meer ambitieuze leerlingen die hun ei niet kwijt kunnen, daarvan is Nando overtuigd. “In mijn eigen klas stopten zeker zes leerlingen gedurende het eerste jaar. De demotiverende omgeving speelde daarin zeker een rol.” Op de Hanzehogeschool merkte hij dat het ook heel anders kan. “Daar werd bij vragen altijd tijd vrijgemaakt.”
Laatbloeier
De snelle doorstroom door mbo en hbo roept de vraag op of Nando na de basisschool niet op een te laag niveau in het voortgezet onderwijs is begonnen. Dat gevoel heeft hij zelf niet. “Ik ben een laatbloeier. Na de vmbo-tl opleiding begon ik op de havo, maar dat was toen te hoog gegrepen. In die tijd had ik ook wel enigszins last van faalangst.” Nando is ervan overtuigd dat de geleidelijke weg voor hem goed is geweest en hem uiteindelijk nu wel heeft gebracht waar hij graag wil zijn.Van die faalangst is niet veel meer over. Het was ook niet zozeer dat hij bang was om niet aan de verwachtingen van de omgeving te kunnen voldoen. Het was vooral de strijd met de aan zichzelf opgelegde eisen die hem onzeker maakte. Dat heeft hij nu omgezet in een enorme strijdlust. “Hoe meer tegenwerking uit de omgeving, hoe gedrevener ik word om te laten zien dat ik het wel kan.”
Op de Groningse Universiteit volgt Nando nu de afstudeerrichting Nederlands Recht, een brede opleiding. Hij wil zich nu nog niet specialiseren. “Dat kan later nog wel, tijdens de masteropleiding.” Voor velen is een rechtenstudie vooral iets heel saais of een keuze als je het anders niet weet. Niet voor Nando. “Het uitpluizen van een casus vind ik heel mooi. Wat mag wel, wat mag niet. Kijken naar de feiten, wat is waar en hoe kun je feiten onderbouwen en beoordelen. Daar geniet ik van.”












