Volleybalvereniging ODS/Tijnje kan wel wat extra leden gebruiken: Samenwerking noodzaak voor voortbestaan
Het aantal volleyballers in Nederland blijft groeien. In 2025 groeide het ledental van de Nederlandse volleybalbond met ruim twee procent naar bijna 110.000 leden, waarmee de positieve lijn van de afgelopen jaren wordt doorgetrokken. In Beetsterzwaag, Nij Beets, Tijnje en Boornbergum is de groei nog niet merkbaar; deze dorpen slaan daarom de handen ineen om de volleybalsport in de dorpen overeind te houden. “Wy kinne wol wat leden brûke”, stelt Sander Hoogenberg, voorzitter van volleybalvereniging ODS.

Dat de volleybalsport onder druk stond in de Opsterlandse dorpen, bleek al in 2007 toen de volleyballers van Beetsterzwaag en Nij Beets noodgedwongen gingen samenwerken. De fusie leidde tot een nieuwe club: ODS (Over De Snelweg), omdat om met elkaar te sporten de snelweg A7 moest worden overgestoken. Later sloten ook volleyballers uit Boornbergum zich bij ODS aan. Ondanks de samenwerking bleef het sappelen en lastig om iedereen op eigen niveau te laten spelen. Eind 2021 werd daarom contact gelegd met volleybalvereniging Tijnje. Afgesproken werd om tot een uitwisseling van spelers te komen om volwaardige teams samen te kunnen stellen. In 2022 werd gestart met een gezamenlijk D1-team; een jaar later ging het herenteam van ODS/Tijnje van start.
Een goede zet
Een goede zet, vindt ook trainster Tjitske Ringnalda, want het maakt de kans voor de jonge leden groter om met leeftijdsgenoten te spelen. De regels van de Nevobo, de volleybalbond, zijn echter best streng. Ringnalda maakte dat mee met de deelname van een jeugdteam aan de Volleybal Direct Open in januari, een nationaal toernooi. “In famke wie ien dei te âld, mar dan seit it bûn nee. Sa strang is it lanlik.”
![]()
Voorzitter Sander Hoogenberg - eigen foto
Gelukkig zijn de regels in de regionale competities minder strak. Zo speelt ODS/Tijnje met een meisjesteam in de damescompetitie. Het is, bij een gebrek aan jeugdcompetities, noodzakelijk, aldus Ringnalda. ODS/Tijnje heeft meerdere seniorenteams (twee herenteams en vijf damesteams) in de competitie en er is nog een recreatief seniorenteam en een meisjes jeugdteam.
“Wille belibje”
De oorspronkelijk uit Sneek afkomstige, maar tegenwoordig tussen Tijnje en Gersloot wonende Tjitske Ringnalda (62) is andere tijden gewend. Zij speelde vroeger voor het Dokkumer DVC en Sneker Animo, was op eredivisieniveau trainster bij de Snekers en had in de Waterpoortstad de spelers voor het uitkiezen. “Der wie in prestaasjekultuer, hjir is wille belibje oan follybal wichtiger.” Dat is niet erg, vindt Ringnalda en bovendien betekent het niet dat er geen ambitie is. Er wordt getraind en gespeeld om beter te worden. Voor de deelname aan het Volleybal Direct Open werd de trainingsfrequentie zelfs opgevoerd naar twee sessies in de week. Dat was best een opgave voor de jonge meiden, aldus de trainster. “Want se hawwe it al drok, mar der waard net seurd.”
Wy hawwe 59 leden, foar fjouwer doarpen is dat net folle.
Ringnalda is bezig met opbouwwerk, laat de speelsters kennismaken met systemen en slijpt aan het technisch vermogen. De inzet loont, want Ringnalda ziet dat het niveau omhoog is gegaan. Bij de Volleybal Direct Open werden weliswaar alle wedstrijden verloren, maar: “Wy binne nea fuortspile. Seachst wol dat de tsjinstanners mear ûnderfining hiene en fêster yn it spul wiene. It wie in learsume ûnderfining.”
Snoarkje
Voor Ringnalda is de aantrekkingskracht van de volleybalsport nooit verloren gegaan. Het technische en tactische vermogen dat nodig is, de dynamiek en complexiteit van het spel en de benodigde teamgeest en samenwerking maken volgens haar volleybal zo mooi. “Yn fuotbal kin ien man in wedstriid beslisse, by follybal net. As der ien stiet te snoarkjen, falt it team útinoar. Do hast elkoar keihurd nedich.”
Gebrek aan mannen
De volleybalsport mag volgens Ringnalda fantastisch zijn, toch moet de vereniging alle zeilen bijzetten om draaiende te blijven. Het aantal volleyballende dames is gestegen en ook over de aanwas van jeugd is voorzitter Sander Hoogenberg niet ontevreden, maar aan mannen is gebrek. “Wy kinne wol wat hearen brûke, dêr binne wy ek aktyf mei dwaande. Wy hawwe 59 leden, foar fjouwer doarpen is dat net folle.”
Der binne leden dy’t trainingen jouwe, dat skeelt.
De lagere ledentallen zijn niet uitzonderlijk in de regio, weet Hoogenberg. Volgens de voorzitter trekken, om overeind te blijven, de volleyballers van Gorredijk en Jubbega met elkaar op en hebben zelfs de volleyballers van Drachten het moeilijk. “Ek yn Drachten hat follybal it dreech en dan hast it dochs oer in grut plak.”
Sfeer
Een van de sterke punten van ODS/Tijnje is volgens Hoogenberg de goede sfeer. “Sfear is, by it spyljen, mar ek bûten de wedstriden om, wichtich. As minsken it net nei it sin hawwe is der earder kâns dat se ophâlde.” Volgens Hoogenberg worden er regelmatig activiteiten georganiseerd die niet alleen goed bezocht worden, maar ook gezellig zijn.
![]()
Trainster Tjitske Ringnalda. - Eigen foto
Om de vinger aan de pols te houden probeert de vereniging in ieder team een bestuurslid te vinden. Op die manier hebben de teams een directe lijn met het bestuur en invloed. Korte lijnen werken prima, vindt Hoogenberg. Het bestuur blijft op de hoogte van wat er leeft en mogelijke onvrede kan in de kiem worden gesmoord. “Eskalaasje moatst sjen te foarkommen, wy wolle in gesellige klup bliuwe.”
Trainers
Een punt dat aandacht verdient is de bezetting van de technische staf. Trainers zijn volgens de voorzitter niet alleen moeilijk te vinden, de vereniging moet ook het salaris kunnen ophoesten. Met René van der Laan en Tjitske Ringnalda heeft ODS/Tijnje twee trainers. “En der binne leden dy’t trainingen jouwe, dat skeelt.”
Een van die trainsters is Rixt Weidenaar. De CIOS-studente is speelster van het tweede team, wil graag trainer worden, wordt begeleid door Tjitske Ringnalda en geeft haar leeftijdsgenoten les. Het is belangrijk dat er goede trainers zijn, vindt Ringnalda. De hulp van enthousiaste ouders of leden is welkom, maar trainen is een vak dat kennis vereist. “Dêr stiet en falt it mei. Moatst de spilers wat leare kinne.”
![]()
Speler/trainer Rixt Weidenaar (rechts) geeft tekst en uitleg over de oefenstof -
Foto: Gurbe van der Woude
Ringnalda mist soms de waardering voor het trainersvak. Het is, vindt ze, een ondergeschoven kindje, terwijl goede trainingsstof essentieel is om volleyballers beter te maken. “It is faak frijwilligerswurk dat minsken njonken harren wurk derby dwaan moatte, mar it is in fak. Mei professionals hast in oare manier fan training jaan, mar dêr moat dan wol jild foar wêze. It is moai dat Rixt it oppakt, want kader is wichtich.”
Naast meer mannelijke leden is versterking voor de damesteams ook van harte welkom. Belangstellenden mogen een proeftraining meedraaien of een keer kennis komen maken met de teams. “Graach sels”, besluit Hoogenberg.
Tekst: Gurbe van der Woude












