Sport

Voetbal: samenwerking uit lijfsbehoud

De drie verenigingen werken al sinds 2008 met elkaar samen, nadat THOR (Lippenhuizen) en Wispolia (Terwispel) overigens al in een eerder stadium de handen ineen hadden geslagen. Ze kampten met hetzelfde probleem: wel voetballertjes in de diverse leeftijdscategorieën, maar onvoldoende om een volledig team te kunnen formeren.

Afbeelding
Intensief samenwerken en tóch de eigen identiteit behouden. De voetbalclubs Wispolia, Tijnje en THOR proberen het met hun gezamenlijke jeugdteams, die onder de naam WTTC in competitieverband spelen. “Als we dit niet doen, bloedt elke afzonderlijke vereniging dood.”

“Je wilt de jonge voetballers echter wel wekelijks wedstrijden laten spelen”, vertelt Agnetha Jeeninga, voorzitter van v.v. Tijnje. “Hadden we niet elkaars hulp gezocht, dan waren ze misschien gestopt met voetballen. Of ze waren ergens anders heen gegaan en dan was je ze kwijt geweest.”

Nu voetballen er wekelijks acht jeugdteams van WTTC  (Wispolia Tijnje THOR Combinatie) in competitieverband; de kabouters, F- en E-pupillen spelen nog wel onder de vlag van hun eigen club. Teams spelen een half jaar op de ene locatie en vervolgens het tweede deel van het seizoen in een van de twee andere dorpen. Zo blijft er overal evenveel bezetting en is de binding met het dorp verzekerd. “Het loopt echt heel mooi”, schetst Jeeninga.

Dat gevoel leeft ook bij THOR-preses Tjidsger Rozenberg. “Met negen of tien B- of A-junioren heb je geen volwaardig team. Dan kun je stug volhouden en jongens vervroegd laten doorstromen naar de eerste selectie, maar dat werkt niet. Dan haakt de helft af en zie je ze nooit weer. Nu hebben ze allemaal een mooi podium, met ploeggenoten van hun eigen leeftijd om zich heen. Dat past veel beter.”

Terugstromen
Spelers blijven al die tijd lid van hun eigen vereniging, eenmaal senior stromen ze automatisch terug naar Tijnje, THOR of Wispolia. Jeeninga kan zich geen spelers voor de geest halen die graag met hun teamgenoten wilden blijven spelen en er dus voor kozen om te veranderen van club. “Iedereen voelt zich toch het beste thuis in het eigen dorp. Wij zitten bij Wispolia in de competitie. Dat er bij de onderlinge wedstrijden nu jongens tegenover elkaar staan die jarenlang met elkaar speelden, geeft  juist wel iets extra’s. Op een positieve manier.”

THOR speelt een niveau hoger (vierde klasse) dan Wispolia en Tijnje en is daardoor misschien iets aantrekkelijker. Volgens Rozenberg is er echter geen sprake van werving vanuit Lippenhuizen. “Wij gaan absoluut niet lopen leuren bij jeugdspelers die op het punt staan senior te worden. Dan zou de samenwerking niet meer functioneren. Daar heeft niemand wat aan. Zouden we andersom ook niet willen trouwens.”

Tegengas
In Tijnje klinkt er vanuit een deel van de leden nog wel kritiek door. Is de samenwerking op jeugdgebied een voorloper van een verder samengaan van de clubs? Wat betekent de komst van het kunstgrasveld in Lippenhuizen - waarvoor Tijnje een veld inlevert - voor de korte en lange termijn? Seniorenploegen uit Tijnje vrezen straks in Lippenhuizen te moeten voetballen. Jeeninga kent de kritische noten en is er ook zeker niet doof voor. “Tegengeluiden zetten je als bestuurder aan het denken en dat is goed. Het houdt je scherp en zorgt ervoor dat we goed nadenken of dat wat zij vinden misschien ook ons gevoel is.” Maar op dit moment kiest het bestuur van Tijnje een andere, eigen route. “Daar hebben we vertrouwen in. We leveren het gemeentelijk onderhoud van het tweede veld in. Maar het wedstrijdveld verdwijnt niet, de doelen blijven gewoon staan. Is het veld voor bijvoorbeeld een toernooi nodig, dan kunnen we het gebruiken.” Jeeninga wijst ook op de ledencijfers van Tijnje: 44 spelende senioren en zo’n 80 jeugdleden. “Die voetballen ook nog eens niet allemaal tegelijk thuis én op dezelfde dag, dus dat past prima op ons hoofdveld.” In ruil voor het in eigen beheer nemen van het tweede veld krijgt Tijnje nieuwe jeugdgoals, ballenvangers en deugdelijke verlichting rond het hoofdveld. “Daar hebben we als vereniging op dit moment veel meer aan.”

Ook bij THOR waren er wel kritische geluiden over de samenwerking van de verenigingen. Rozenberg: “Maar de oude stempel heeft ook ingezien dat het juist van levensbelang is om de eigen club overeind te houden. Anders is er hier over een paar jaar helemaal geen voetbal meer. Als we dit niet doen, bloedt elke afzonderlijke vereniging dood.” Jeeninga en Rozenberg verwachten niet dat WTTC over een aantal jaren de plaats in heeft genomen van de individuele verenigingen. “De verenigingen blijven”, stelt Jeeninga. “Er is ook nog nooit gesproken over een samenwerking die verder gaat dan de jeugdafdeling.”

Rozenberg ziet in de toekomst nog wel mogelijkheden voor lagere seniorenteams om samen te werken. “We hebben simpelweg te maken met een krimp van het ledenbestand, zoals bijna alle voetbalclubs. Maar de eerste teams zullen altijd onder eigen naam blijven spelen. Daar twijfelt niemand aan. We helpen elkaar en daardoor helpen we onszelf als clubs. Zo simpel is het.”

Kunstgras
In Lippenhuizen ligt na de zomer een nieuw kunstgrasveld, waar behalve de seniorenelftallen van THOR ook alle WTTC-teams gebruik van kunnen maken. “Ze kunnen straks altijd trainen. Enorm belangrijk”, benadrukt Jeeninga. Niet dat de teams die normaal gesproken in Tijnje of Terwispel trainen nu standaard voor het Liphúster kunstgras kiezen. “Maar de uitwijkmogelijkheid is er straks wel en dat is fijn.” En willen Tijnje of Wispolia in Lippenhuizen bijvoorbeeld een oefenwedstrijd spelen, dan zijn ze volgens Rozenberg van harte welkom. “Dan hoeven ze niet honderd euro neer te leggen zoals wanneer ze in Tjalleberd bij Aengwirden willen voetballen.”