Joeri Arndt: ‘Ik mis in stikje belutsenens by de klup’
OLDEBERKOOP Sport Vereent is slechts een kleine dorpsclub die op het allerlaagste amateurniveau acteert, maar voor Joeri Arndt is de club heel belangrijk. Net als het ruim 1.500 inwoners tellende Oldeberkoop een centrale plek in zijn leven inneemt. “Ik bin hjir hikke en tein. Myn skiednis leit hjir, bin in echte Berkeaper.”

Zijn hart en historie liggen dan misschien wel in Oldeberkoop, toch woont de 35-jarige beroepsbrandweerman alweer vier jaar in de gemeente Opsterland. Zijn vrouw Mirjam, met wie hij eind dit jaar hun derde kindje verwacht, komt namelijk uit Donkerbroek. De keuze van een gezamenlijke eigen stek leidde tot een compromis. Het werd Lippenhuizen, op precies dertien kilometer van elkaars geboortegrond.
De verhuizing was geen reden om zijn lidmaatschap van Sport Vereent op te zeggen. Integendeel, Arndt is verklonken met de club uit het dorp waar hij opgroeide. Het kwam niet een seconde in hem op om het zwart-wit van Sport Vereent te verruilen voor het geel-zwart van THOR. “Dat is ek in moaie klup, mar myn kammeraten, jonges dêr’t ik al hast tritich jier mei fuotbalje, spylje hjir by Sport Vereent.” Dus pendelt hij met liefde een paar keer per week op en neer tussen Lippenhuizen en Oldeberkoop, om te trainen en voetballen bij de vereniging die hij van haver tot gort kent. Arndt bevindt zich in de herfst van zijn voetbalcarrière, daar is hij zich van bewust. Maar ook als hij zijn plek in het eerste elftal verliest, zal hij het tricot van Sport Vereent blijven dragen. “Miskien yn it twadde, of by it sân-tsjin-sân.”
![]()
Joeri Arndt - Foto: Gurbe van der Woude
‘Gesellige klup’
Sport Vereent is en blijft volgens Arndt, ondanks dat de vereniging het afgelopen decennium moeilijke tijden doormaakte en langs de afgrond scheerde, ‘in ferdomd gesellige klup.’ Gelukkig gaat het dankzij de komst van een groep jonge voetballers nu sportief iets beter met de vereniging. De jeugd bracht nieuw elan en zorgt mede voor een hoger spelniveau. De verjongingskuur resulteerde ook in een nieuw bewustzijn bij Sport Vereent.
“Wy sjogge omheech ynstee fan nei ûnderen. Wy ha seis wedstriden spile en fjouwer punten, mar dat hiene der eins njoggen wêze moatten. Foarhinne wie it ûnderlinge kwaliteitsferskil fan ‘e spilers grutter, no ûntrinne wy inoar net folle. De miks is better”, aldus Arndt die op zijn zeventiende in een uitwedstrijd tegen Tijnje in het eerste elftal debuteerde. Het gaat dus beter met de 93 jaar oude vereniging. Er is weer een bestuur, het ledental is gegroeid, de trainingen worden goed bezocht en er is een 7-tegen-7-team opgericht. Toch mist Arndt bij sommige Berkopers betrokkenheid bij de vereniging. “Ik sjoch geregeld jongens by de line stean dêr’t ik mei spile ha. It is moai dat se komme te sjen, mar wurd lid, tink ik dan.”
Loyaliteit
Dat Berkopers er ook voor kiezen om voor een andere vereniging te spelen, vindt Arndt lastig. De routinier begrijpt dat Daryl de Vries in het shirt van eersteklasser Jubbega speelt. “Mar ast earne oars yn in twadde spilest, snap ik it net. Wês loyaal oan je eigen feriening. Boppedat, at dy jonges hjir fuotbalje soene, dan hie Sport Vereent ek fjirde klasse spile.” Er is ook sprake van een beetje eigenbelang, bekent Arndt eerlijk. Hij zou graag met mannen waarmee hij ooit samenspeelde op zondagochtend een balletje in een tweede elftal of het veteranenteam trappen. “Dêr hoopje ik stikem op.”
Hij mist de oudere generatie. Op zijn 27e was hij de oudste speler van het elftal. Nu, acht jaar later, is hij nog steeds de senior. “Wêr binne dy mannen”, vraagt hij zich af. Bij Sport Vereent blijft Arndt zeker betrokken. “Ik ha nea it ferlet hân om út Berkeap wei te gean, ek net om te studearjen. Ik bin fergroeid mei it doarp.” En waar je woont en je je thuis voelt, moet je deel zijn van de gemeenschap, verantwoordelijkheid nemen, is zijn overtuiging. “Sa stean ik yn it libben. Sosjale ienriedigens fyn ik hiel wichtich. Allinne rêdst it net, it moat mei-inoar.”
Verantwoordelijkheid
Daarom pakt Arndt ook in Lippenhuizen, waar hij en zijn gezin met plezier wonen, zijn verantwoordelijkheid. Hij is voorzitter van Plaatselijk Belang en neemt eind dit jaar, vanwege het zwangerschapsverlof van zijn vrouw Mirjam, haar zetel van de FNP in de Opsterlandse raad tijdelijk over. “Om te behâlden wat wy hawwe, want dat is net fanselssprekkend.” Ook bij de zwangerschap van de tweede nam Arndt al tijdelijk zitting in de Opsterlandse gemeenteraad.
Arndt maakt zich vooral zorgen over de woningbouw. Er moet gebouwd worden en vooral voor jongeren en mensen uit eigen omgeving en dorp, zo vindt hij. Hij kent genoeg jonge mensen die noodgedwongen langer thuis blijven wonen omdat een koopwoning onbereikbaar is geworden. Mede omdat in zijn ogen sinds corona veel meer westerlingen met meer financiële mogelijkheden naar het Noorden kwamen.
Vooropgesteld, Arndt heeft niets tegen mensen uit de Randstad. “Mar ast hjir grutbrocht bist, moatst ek de kâns krije om by famylje en freonen yn ‘e buert te wenjen.” Dorpen zitten volgens hem ook niet te wachten op de vooral oudere import, die soms ook nog minder betrokken is bij de gemeenschap. “Doarpen hawwe jonge minsken en jonge gesinnen nedich om it doarp libben te hâlden.”
Arndt is daarom ook tegen de komst van Lelylijn, die in zijn ogen alleen maar meer mensen naar Friesland zal brengen. “Dat moatst net wolle. Moat bygelyks Drachten noch folle grutter wurde? Wy ha it hjir moai en dat moatte wy behâlde. Faak moat alles grutter, mar betink wol dat grûn of natuer dy’t opoffere wurdt foar wenningbouw of bedriuwen nea weromkomt.”












