Algemeen

De duiven van postduivenvereniging De Snip komen altijd weer thuis, weer of geen weer

Door: Redactie

Postduivenvereniging De Snip in Ureterp heeft momenteel zeventien leden, allen uit Ureterp en directe omgeving. Het is de enige duivenvereniging in Opsterland, maar ook in Drachten, Jubbega en Oosterwolde zijn nog duivenclubs. Het aantal leden daalt wel, maar wie weet, komen er na dit artikel weer nieuwe leden bij. GrootSa! bezoekt het clubuis van duivensportvereniging De Snip en praat met met Wietze Bruinsma, Hendrik de Jong en Willem Groenewoud.

Afbeelding
Remco Hofman

Langzaam opbouwen

Secretaris Wietze Bruinsma (47) begon op jonge leeftijd al met duiven en besteedt per dag zeker twee tot drie uur aan zijn hobby. “Ik sit graach op in krukje tusken de dowen. Dêr wurd ik rêstich fan nei in drokke dei op kantoar. At ik sjoch dat in do syn wjukken hingje lit of weak skyt, wit ik dat er net klear is foar in lange flecht.”

Hendrik de Jong (37) is penningmeester van de vereniging en heeft zelf ongeveer negentig duiven. Net als elke duivenhouder traint Hendrik zijn duiven door ze regelmatig los te laten. Het trainen wordt langzaam opgebouwd. Eerst vanaf het eigen hok om de omgeving te verkennen en daarna brengt Hendrik ze steeds verder weg. Een fitte duif herkent hij meteen: “At se sitten bliuwe yn it hok of mar koart fleane, is it net goed. Se moatte fuortendaliks fuort fleane.”

De duivensport kost Hendrik en Wietze heel veel tijd en een beetje geld. De club heeft wat kleine geldprijzen voor de winnaars, maar die dekken bij lange na de kosten niet. Het vervoer van de duiven naar de lossingsplaats betalen ze zelf. Op maandbasis is dat toch al gauw een paar tientjes en dan moet er nog voer gekocht worden. “It is pure hobby en smyt neat op.”

Duivenhok gezellig maken

Een goed hok en goede duiven vormen het uitgangspunt van het succes van de liefhebbers. Iedere duivenhouder heeft vaak zijn eigen werkwijze van trainen en voederen. Over een paar dingen zijn Hendrik en Wytze het echter wel eens: “Der moat in stabile temperatuer yn it hok wêze. Gjin grutte ferskillen op in dei.” Wietze vertelt dat hij zijn hok ook ‘gezellig’ probeert te maken voor zijn duiven met bijvoorbeeld wat houtblokken. Dat houdt ze bezig, waardoor ze meer gemotiveerd zijn om terug te komen na een lange vlucht. Verder is de ventilatie in een hok belangrijk en houden duiven niet van tocht.

Wedstrijdchip

De duivenmelkers van De Snip komen elke week bij elkaar in het clubhuis om hun duiven in te korven voor een wedstrijd. Elke keer kiezen ze een paar duiven mee die volgens hen het beste passen bij de afstand van een wedstrijd. “Dizze tsien moatte it foar my dwaan dizze wike”, geeft Willem Groenewoud aan, terwijl zijn duiven in de korf worden gestopt.

De duiven zijn allemaal gemerkt en voorzien van een wedstrijdchip, zodat precies kan worden bijgehouden van wie ze zijn en hoe snel ze vliegen. Als alle duiven ingekorfd zijn, worden ze naar Drachten gereden waar een grote vrachtwagen hen naar de lossingsplaats in België of Frankrijk brengt. De duivenhouders krijgen de tijd van lossing door en dan is het wachten totdat de eerste duif weer in Ureterp ‘op de klep’ van het eigen duivenhok neerstrijkt. Via de chip aan het pootje wordt dan het tijdstip van aankomst aangegeven, waarna duidelijk wordt wie de winnaar van deze vlucht is.

Er zijn verschillende afstanden. De duiven vliegen minimaal honderd kilometer, maar ze kunnen ook op zevenhonderd kolometer worden gelost; soms zelfs nog verder weg. Elke duif heeft zijn specialiteit, net als een hardloper die snel is op de korte afstand of een lange adem heeft voor de marathon.

Foto: Remco Hofman

‘s Nachts over de snelweg naar huis

Bij het lossen ontstaat er altijd eerst een grote zwerm duiven; ze vliegen dan rondjes om zich te oriënteren. Is de goede richting bepaald, dan vliegen ze naar het noorden en begint een soort afvalrace. De duif met de grootste motivatie om naar huis te gaan, is vaak het snelste en strijkt als eerste weer neer in zijn of haar eigen hok in het vertrouwde Ureterp. Hoe ze de weg precies kunnen terugvinden, is nog altijd niet geheel duidelijk. De zon speelt daarbij ongetwijfeld een belangrijke rol. Een duif vliegt daarom liever niet ’s nachts. Willem Groenewoud weet echter te vertellen dat duiven ’s nachts weleens verlichte snelwegen volgen op weg naar huis.

Weduwschap en nestspel

Voor het motiveren van de duiven zijn er enkele technieken, want hoe zorg je ervoor dat een duif als de wiedeweerga weer naar huis wil en niet onderweg eventjes gaat uitblazen of de toeristische route neemt? In duivenland heeft een liefhebber het over twee methodes: ‘weduwschap’ en ‘nestspel’. Bij weduwschap wordt een paartje een week voor de vlucht gescheiden, waarna een van de twee op reis mag en de andere thuisblijft. Hoe groter het verlangen naar de ander, hoe sneller de vlucht. Bij het nestspel wordt een stelletje juist bij elkaar gehouden als er jongen zijn, want ook dan is er een belangrijke reden om zo snel mogelijk weer naar Ureterp te gaan, de hongerige jongen moeten worden gevoed.

Over het algemeen kiest een duivenhouder voor weduwschap. Willem Groenewoud is sowieso geen voorstander van jongen, want hij heeft al genoeg duiven rondvliegen. “In do fleant boppedat net hurd mei in aai yn ‘e kont.”

IJsberen door de tuin

Als de duiven ver weg achter de horizon ergens in Frankrijk zijn gelost, is het wachten aangebroken. Een duif is enkele uren onderweg, voordat hij/zij de toren van de Sint Pieter in Ureterp weer in het vizier heeft. Afhankelijk van de wind worden snelheden bereikt van tussen de 60 tot wel 130 kilometer per uur. Willem wordt behoorlijk onrustig als hij zijn duiven weer thuis verwacht. Meer dan een uur lang ijsbeert hij dan door de tuin en tuurt ongeduldig naar de lucht. Rustig op de bank met een kof koffie en de krant is er dan niet bij. Visites en verjaardagen zegt hij op zulke dagen af: “Ik moat thús wêze at de dowen werom komme.”

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding