Nieuws

Jan Quarré: ‘Wy meie gjin minsken falle litte’

Door: Redactie

HEMRIK Oog voor de ander, dat heeft Jan Quarré (74) uit Hemrik altijd gehad. Zijn werk als voorzitter van het plaatselijke dorpssteunpunt sloot naadloos aan bij zijn levensvisie. Na vijftien jaar is het mooi geweest, hij heeft de voorzittershamer neergelegd. Maar het werk van het dorpssteunpunt moet absoluut doorgaan, vindt hij. “De wrâld is ferhurde, minsken ferlieze inoar út it each.”

Jan Quarré was vijftien jaar voorzitter van het dorpssteunpunt Hemrik. In oktober legde hij de voorzittershamer neer.
Jan Quarré was vijftien jaar voorzitter van het dorpssteunpunt Hemrik. In oktober legde hij de voorzittershamer neer. Gurbe van der Woude

Als jonge onderwijzer voelde de in Berlikum geboren Quarré al de noodzaak om kinderen met leermoeilijkheden een steuntje in de rug te geven. De problematiek interesseerde hem en was reden om de opleiding speciaal onderwijs te volgen. In 1976 werd Quarré onderwijzer aan een school voor kinderen met leer- en opvoedingsproblemen in het Noord-Hollandse Lutjebroek en Grootebroek.

Lastig werden ze genoemd, de kinderen die moeite hadden zich aan te passen op school. Een negatieve benadering, vindt Quarré. “Ast de negative kanten fan bern nei foaren hellest, knappe se ôf, mar ast it positive beklammest, kinne se groeie.” Iedereen heeft kwaliteiten, is de overtuiging van Quarré, alleen is het de kunst die naar boven te halen. “Dat kin troch bern sa te stimulearjen dat se fertrouwen krije.” 

Quarré ondersteunt zijn standpunt met een anekdote. Hij vertelt over zijn ervaring met een negenjarige leerling die moeite had met rekenen en leren en zich unheimisch voelde op school. “Hy woe net leare.” Quarré bekommerde zich om de jongen, nam de tijd om uit te zoeken wat zijn talenten waren en hem te begeleiden. “Hy koe wol wat, mar hie mear tiid nedich en kaam dêr yn in grutte groep net oan ta.”

De leerling bloeide op dankzij de extra aandacht. Het was bijna een jaar later toen de jongen zich op een dag aan het bureau van Quarré meldde met de vraag of hij huiswerk van de meester mee naar huis kon krijgen. “Hy hie it idee krigen fan: hé, ik kin echt wol wat. It gefoel fan dy dei ferjit ik fan myn libbensdagen net wer. It fielde foar my as in oerwinning.”

Vangnet

Het had heel anders kunnen aflopen, weet Quarré. De jongen had ook af kunnen haken. Het is waar de oud-directeur van christelijke lagere scholen in Wijnjewoude en Hemrik altijd tegen heeft gestreden. De maatschappij moet in zijn ogen een vangnet vormen voor de minder sterken, de mensen die tegenwind ervaren, of dreigen te vereenzamen. “Wy meie minsken net falle litte.”

Daarom zette hij zich in voor het dorpssteunpunt, een organisatie van vrijwilligers die in Hemrik dorpsgenoten met problemen probeert te helpen. De hulp kan van allerlei aard zijn: van het maaien van het gras, boodschappen doen tot hulp bij vervoer of een praatje maken bij mensen die in een isolement dreigen te raken. Vrijwilligers waren er vijftien jaar geleden meteen genoeg, wel negentig mensen melden zich aan. 

“Wy hawwe se net allegear nedich hân”, vertelt Quarré. De sociale cohesie in de nog geen 800 inwoners tellende kleine en hechte dorpsgemeenschap smoorde veel problemen in de kiem. “Minsken tinke hjirre yn ‘e Himrik om inoar.” Anderzijds bleef de hulpvraag uit. Typisch Fries, vindt Quarré. “Sy skamje harren, fine dat se it sels rêde moatte.” Schaamte is onnodig, vindt de oud-voorzitter. “Elts kin yn ‘e probleamen reitsje.”  

Het was voor het dorpssteunpunt reden voor een andere aanpak. In 2012 kwamen er ‘omtinkers’, dorpelingen die als de ogen en oren van Hemrik fungeren, die alert zijn op problemen. Het werkt, stelt Quarré, net zoals hij van mening is dat het dorpssteunpunt in een behoefte voorziet. “Mar minsken moatte de help wol akseptearje. Wy respektearje harren privacy en eigen wil.”

Het dorpssteunpunt organiseert tal van activiteiten, variërend van een spreekuur in dorpshuis De Bining, maaltijdenvoorzieningen, medewerking aan NLdoet, een Repair Café tot jaarlijkse bijeenkomsten waar Hemrikkers hun zegje kunnen doen. Er is ook ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. Zo wordt gedacht aan een ‘weggeefkast’, een faciliteit waar goederen en artikelen ingeleverd kunnen worden voor mensen met een smalle beurs.

Veel functies

Quarré zet zich graag als vrijwilliger in voor de samenleving. Sinds hij in 2006 met pensioen ging was hij voorzitter van Voedselbank Opsterland en actief als penningmeester van ART Super, de Witte Kerk, financieel adviseur van de Wereldwinkel en chauffeur van de Plusbus. Hij is nog steeds actief als penningmeester van de Raad van Kerken van Gorredijk en omstreken en de diaconie en voorzitter van de kerkenraad van de Protestantse Gemeente Lippenhuizen/Hemrik.

Hij zat halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw namens het CDA ook nog een tijdje in de Opsterlandse raad. Na twee jaar hield de Hemrikker het voor gezien. Het directeurschap van twee scholen in combinatie met zijn gezin en het raadslidschap werd Quarré te veel. “De rie freget, ast it goed dwaan wolst, in soad tiid. Ik koe it net byhâlde.” 

Zo pal voor Kerst wil Quarré de mensen het liefst een positieve boodschap meegeven, maar de situatie in de wereld baart hem zorgen. Polarisering en individualisering zorgen volgens hem voor tweespalt en een versplinterde samenleving. Quarré wijst op de uitsluiting van bevolkingsgroepen, toenemende onverdraagzaamheid en de hang naar meer, mooier en groter. Een weg die in zijn ogen doodlopend is.

Brede onvrede

Quarré ervaart dat mensen steeds minder contact met elkaar hebben en zoeken. Hij wijst naar de smartphone die op tafel ligt. “Dy is mei skuldich.” De brede onvrede in de maatschappij is volgens Quarré de oorzaak dat mensen vooral naar bevestiging zoeken van de eigen mening en geen standpunten meer uitwisselen. “Sjoch mar nei de autonomen dy’t har bûten de maatskippij stelle, in minne saak en folslein ûnbegryplik.”

De Hemrikker beseft dat hij geen invloed heeft op mondiale ontwikkelingen. Hij kan slechts hopen op betere tijden en zich sterk maken voor zijn eigen leefomgeving. Het dorpssteunpunt in Hemrik toont volgens Quarré aan dat gemeenschapszin zeker nog bestaat. Op de eerste gezamenlijke maaltijd in De Bining kwamen 130 mensen af. “Dat fyn ik in hiel moai resultaat.”