Ruiter Age Flapper bereidt zich voor op het NK
Elke keer wanneer Age Flapper (21) op een paard zit, heeft hij leermomenten. “Het is met paardrijden net als met voetbal of welke sport dan ook. Je moet heel veel uren maken om beter te worden. Je kunt talent hebben, maar je moet dingen ook ervaren. Ik vind het fijn om op veel verschillende paarden te rijden. Elk dier is anders en dat confronteert je met eventuele tekortkomingen. Dingen waar je nog aan moet werken.”

“Eigenlijk moet je als ruiter één worden met het paard. Natuurlijk, het paard gaat over de hindernis heen, maar als ruiter moet je sturing geven én je moet meegaan in de sprong.” Als de ruiter als een zak aardappelen op het zadel zit en maar afwacht wat er gaat gebeuren, dan wordt het niks. “Maar het paard moet jou ook aanvoelen. Als dat niet het geval is, werkt het ook niet.”
Verschillende paarden
De liefde voor paarden ontwikkelde Flapper al vroeg. Zijn vader fokte ermee; zijn oudere zus ging bijna als vanzelfsprekend ponyrijden. Toen Age dat zag, wilde hij ook op het zadel. “Het is niet dat mijn ouders me gepusht hebben, maar deze sport was natuurlijk wel voorhanden. Ik was als kind direct al fanatiek, maar ik heb ook periodes gehad dat het minder was. Ik kwam zeker niet altijd met de linten thuis. Bij mijn eerste wedstrijd lag ik er vier keer af. Toen was ik wel even van de mik. Maar mijn vader zette me er gewoon weer op.”
Op zijn dertiende al stapte Age over van pony’s naar paarden. Hij kreeg een leerpaard, een dier met al de nodige ervaring dankzij een andere ruiter. Met dit paard dat hem altijd naar de finish bracht, groeide hij door naar de ZZ-klasse, het hoogste niveau in de springsport. “Vanaf die tijd ben ik vier tot vijf verschillende paarden per week gaan rijden. Je kunt een paard niet elke week meenemen naar een wedstrijd, dat vergt te veel van ze.”
Age is inmiddels zo bedreven dat hij dagelijks paarden traint. “Dat is mijn bijbaantje, naast mijn studie commerciële economie. Ik leid paarden op voor anderen, zodat ze er wedstrijden mee kunnen rijden. We verkopen zulke dieren ook, zoals dat ook gebeurt met de paarden waar ik zelf op rij.” Het is daarom dat Flapper nooit een echte band opbouwt met de paarden. “Ik ben zuinig op ze, zorg goed voor ze, maar het zijn voor mij geen huisdieren. Het hoort gewoon zo. Dat heb ik in mijn opvoeding ook meegekregen.”
Groen paard
Het wedstrijdklaar krijgen van een paard is een langdurig proces. “Hoeveel trainingsuren het duurt voor een paard serieus kan meedoen aan een concours hippique? Dat is eerder een kwestie van jaren.” Age wijst naar Fayettelataire, het paard waarmee hij zaterdag in Oudehorne reed. “Die is nu vijf jaar oud, maar eigenlijk pas sinds oktober echt onder het zadel. En het is nog altijd een groen paard, zoals we dat noemen.”
Internationale wedstrijden rijden is een droom voor Age. Het grote probleem echter zijn de enorme kosten die zo’n wens met zich meebrengt. “Een weekendje concours rijden in het buitenland kost je zo 400 euro. Dat soort wedstrijden heb je wel nodig om extra stappen te kunnen maken. Het is nu niet reëel, maar die ambitie heb ik wel.”
Al is het maken van de stap naar de echte top waarschijnlijk niet mogelijk vanuit Langezwaag. “De beste kans om ooit bij de top te komen, is wanneer je bij een grote naam uit de sport terecht komt. Om daar te trainen en te leren, op een plek waar alle faciliteiten voor toppaardensport aanwezig zijn en de beste paarden gewoon aangehouden worden. Gelukkig ben ik jong, ik heb de tijd nog. Maar stiekem droom ik er inderdaad wel eens van om zoals Jeroen Dubbeldam vorige maand, ooit in Aken een Europese titel te pakken. En zulke dromen stimuleren alleen maar.”
NK
Komend weekend komt Age Flapper in actie tijdens de Nederlandse kampioenschappen in het Gelderse Ermelo. Op vrijdag rijdt hij in de klasse Z op Danique, eigendom van de familie Kuperus uit Beetsterzwaag. Een dag later doet Flapper in de M-klasse mee op Capello van de familie Dijkstra uit Gorredijk. Met dit paard won hij eerder deze zomer de Friese titel. “Wat mijn kansen zijn? Ik vind dat lastig in te schatten. De beste ruiters van alle provincies doen mee. Er staat een heel sterk deelnemersveld. En het heeft zoals altijd ook te maken met de vorm van de dag, zowel bij mij als bij de paarden.”
Namen
Paarden krijgen soms de meest wonderlijke namen mee. Age Flapper legt uit hoe dat komt. “Het heeft allereerst te maken met het geboortejaar. Elk jaar heeft een eigen letter, waardoor paarden, die in dat jaar geboren zijn, een voornaam met die letter moeten krijgen. Fayettelataire is van 2010, een jaar met de F. Vervolgens zoek je een naam die mooi past bij de stalnaam.” Paarden die dit jaar worden geboren krijgen volgens het lettersysteem van het KPWN (Koninklijk Warmbloed Paardenstamboek Nederland) de letter K mee, in 2016 is de L aan de beurt.
Klassen
Het springen is verdeeld in diverse klassen: B, L, M, Z en ZZ. In de B-klasse liggen de hindernissen op één meter hoogte, bij ZZ is dat 1.35 meter. Bij de professionele springsport, de Grand Prix, liggen de balken zelfs op 1.60 meter hoogte. Een klasse hoger komen kan door winstpunten te verzamelen tijdens wedstrijden. Elke tien winstpunten levert toegang tot een hoger niveau op.












