Algemeen

Henk Postma en Henk Hoogeveen zijn fanatieke imkers: “Yn maaie en juny kin ik net op fakânsje”

Door: Redactie

Na hun pensionering ontdekten zowel Henk Postma als Henk Hoogeveen in de imkerij een uitdagende hobby. Samen met de collega’s houden ze de stand van de honingbijen op peil. De twee Henken vertellen graag over het gedrag van hun bijen, over de zwerfdrift, darrenslacht en de kwispeldans.

Henk Hoogeveen
Henk Hoogeveen Foto: Remco Hofman

Bijen hebben in de natuur een uiterst belangrijke functie. Zij brengen stuifmeel van de ene naar de andere plant van dezelfde soort en zorgen zo voor kruisbestuiving. Veel planten en fruitbomen sterven zonder bijen uit. Dat geldt niet alleen voor onze appelboom of Nederlandse tuinbloemen, maar ook voor koffie- en cacaoplanten in andere delen van de wereld.

De kasten van Henk Postma (75) uit Ureterp staan op meerdere plekken in de omgeving en Henk Hoogeveen (84) houdt vijf bijenvolken, ongeveer 120.000 bijen, in zijn tuin in Beetsterzwaag. Postma kwam als jongetje in aanraking met bijen, pake hield namelijk bijen in de tuin van de smederij in Beetsterzwaag. Jarenlang keek hij niet naar bijen om, totdat hij tien jaar geleden met pensioen ging en weer verslingerd raakte aan het imkeren. “Ik seach in moai plakje wêr fan alles bloeide en ha dêr doe trije bijenkasten delset.” Henk Hoogeveen was als kind doodsbang voor bijen en liep met een wijde boog om deze ogenschijnlijk gevaarlijke beestjes heen. Na zijn pensioen kreeg hij plots een bijenpak cadeau, volgde een cursus en kreeg een aantal bijen als aanmoediging. “Dat folkje kinsto wol krije.”

Henk Postma
Henk Postma (Foto: Remco Hofman)

Prachtige termen

Zo belandden Henk en Henk beiden in de gonzende bijenwereld. Een wereld die is vergeven van allerlei prachtige termen als zwerfdrift, darrenslacht en misschien wel de mooiste kwispeldans. Het verhaal van de bijen begint echter allemaal met stuifmeel en nectar, daar draait het om. Honingbijen hebben stuifmeel en nectar nodig om voor de lange winter een voedselvoorraad te vormen. Vooral in het voorjaar is er veel stuifmeel in bloemen, planten en bomen. De bijen slaan de nectar op in raten om het daarna te bewerken tot honing. “At de bijen werom komme nei de kast, sitte hun poatsjes fol mei stomoal. Bynammen fan wylgen en krokussen. Mar ek kastanjebeammen, fruitbeammen en hynsteblommen.”

Henk Hoogeveen geeft aan dat hij in Beetsterzwaag een perfecte plek heeft voor zijn bijenvolken, omdat er rondom tuinen zijn met verschillende bloemen en planten én omdat er in het dorp opvallend veel lindebomen met bloesems zijn. Voor bijen blijkt een stad of dorp veel meer voedsel op te leveren dan het platteland, de landerijen zijn tegenwoordig namelijk zeer eentonig met weinig variatie aan voedsel. Veel gras en veel mais. “Dêr is foar in bij net folle te heljen.”

Een bij vliegt tot ongeveer twee kilometer van haar bijenkast en is gemiddeld twintig tot dertig minuten onderweg. Dan is er voldoende stuifmeel verzameld en maken ze rechtsomkeert naar huis.

Essentiële koningin

Een bijenvolk bestaat uit tienduizenden bijen, maar heeft slechts één koningin die eitjes legt. Daarnaast zijn er nog mannelijke bijen, de darren, die als taak hebben de eitjes te bevruchten. Daarna hangen ze wat rond in de bijenkast en lopen de altijd drukke werksters voor de voeten. De werksters zijn de bijen die de hele dag af en aan vliegen, maar zij zijn ook de schoonmaaksters, de bouwvakkers en de koks van de bijenkast.

De bijen herkennen hun koningin aan een specifieke geur en komen zo altijd weer terug op het juiste nest. In de loop van het jaar kan een bijenvolk uitdijen en is er te weinig ruimte voor een heel volk. Bovendien verdunt daardoor de geur van de koningin steeds meer. Op zo’n moment ontstaat ‘zwerfdrift’. Dat houdt in dat een volk zich opsplitst en een deel van de bijen met hun koningin verhuist naar een nieuw onderkomen. Een deel van de bijen blijft achter in de oude kast met een aantal jonge koninginnen die onderling uitvechten wie de troon mag bestijgen. “Dy nije keninginne moat dan befruchte wurde en dat kin mar ien kear yn har libben.”

Darrenslacht

De bevruchting vindt op een wel heel bijzondere manier plaats. De koningin vliegt naar een zogenaamde ‘darrenverzamelplaats’, ergens in de omgeving waar honderden darren van verschillende bijenvolken zich hebben verzameld. De koningin wordt vervolgens hoog in de lucht door tientallen darren bevrucht, waarna zij terugvliegt naar haar bijenkast.

Het leven van een dar lijkt eenvoudig: bevruchten en wat rond lummelen in de korf, maar daar heeft de natuur wat op bedacht. Als de darren terugkomen bij hun kast worden ze tegengehouden en gedood door ‘wachters’, werkbijen die dienen als uitsmijters van een nachtclub. Plots is het uit met het luie leventje. Deze massamoord wordt in de bijenwereld de ‘darrenslacht’ genoemd.

Een bijenleven is kort, alle werkbijen overlijden in een jaar en worden vervangen door een nieuwe generatie. Alleen de koningin overleeft en kan drie tot vijf jaar oud worden. In de koude winters wordt de koningin verwarmd door de duizenden bijen om haar heen die als een tros om haar heen hangen en zo warmte produceren.

Remco Hofman

Veranderend milieu

In veel media komt naar voren dat het aantal bijen sterk is verminderd de laatste jaren, maar dat geldt voor hommels en wilde bijen, niet voor honingbijen. “It earste wat minsken faak tjin ús sizze is dat it min giet mei de bijen. Mar hunningbijen binne der noch genôch. Der soarchje wy as ymkers wol foar.”

Reden voor de forse afname van hommels en wilde bijen is de verminderde biodiversiteit. Er zijn steeds minder stuifmeel opleverende bloemen, planten en bomen, als gevolg van eenzijdige beplanting, het gebruik van veel bestrijdingsmiddelen door de landbouwsector, maar ook door allerlei virussen en ziektes. Henk Hoogeveen kan daarover meepraten, zijn bijenvolken werden aangetast door de varroamijt, een parasiet die zich alleen voortplant via bijen. “Ferline jier binne fjouwer fan myn seis folken stoarn troch dizze mijt.”

Klimaatverandering speelt ook een rol. Door de steeds hogere temperaturen bloeien bloemen en planten steeds vroeger, waarna er een zogenaamde drachtarme periode ontstaat met weinig bloeiende planten. Bijen hebben het liefst een gematigd klimaat, waarbij het hele jaar door stuifmeel beschikbaar is.

Mei en juni bepalend

Een bijenhouder is op zich niet veel tijd kwijt met zijn hobby, maar de benodigde tijd is wel geconcentreerd in een periode van het jaar. “Yn maaie en juny kin ik net op fakânsje, want in dy tiid bin ik wol in heale dei per wike kwyt oan de bijen.” In die periode van het jaar kijkt een imker nauwlettend naar wat er allemaal gebeurt op de vliegplank van de bijenkast. Komen ze met stuifmeel terug en wat voor stuifmeel? Aan de hand van de kleuren van het stuifmeel aan de pootjes weet een imker van welke boom, bloem of plant het stuifmeel afkomstig is. “Read is fan in kastanjebeam en at de poatsjes giel binne, hat de bij by krokussen del west.”

Henk Postma
Afbeelding
Afbeelding