
Tot zijn veertiende bleef het dartstalent van Theo de Jong min of meer verborgen. Hij voetbalde bij Jubbega, maar echt talentvol aan de bal was hij niet. “Een rechtsback van een niet heel bijzonder niveau”, zegt hij met een veelbetekenende lach. “Maar toen ik in het buurtcentrum oudere jongens zag darten, wilde ik dat ook weleens proberen. En ik bleek het heel aardig te kunnen.”
Theo won een jeugdtoernooi en dat leverde direct bezoek van het plaatselijke dartsgezelschap op. “Ik was nog maar 15 of 16, mijn ouders vonden het geen geweldig idee dat ik al ging meedoen. De wedstrijden in de doordeweekse competitie eindigen regelmatig na middernacht. Niet echt ideaal natuurlijk voor een schoolgaande jongen.” Maar de liefde voor het spelletje bleef. Theo bekwaamde zich op de achtergrond verder. “Mijn eerste 180 gooide ik thuis, maar toen mijn ouders thuiskwamen geloofden ze het eigenlijk niet.” Eenmaal 18 jaar sloot hij alsnog aan bij wat nu het team van Verfboer is.
“Bij mijn eerste wedstrijd vertelde de captain van het team dat ik bijna aan de beurt was. Toen hij terugkwam van buiten een sigaretje roken was ik al klaar. Hij dacht dat ik 3-0 had verloren, maar ik had gewoon met 3-0 gewonnen, vertelde ik trots.” Die overwinning markeert voor Theo de omslag van gewoon lekker een potje darten naar serieus met de sport aan de slag gaan. “Ik ging vaker en langer trainen en op een hoger niveau spelen. Dan verlies je ook eens een keer en dat is leerzaam.” Beter worden is belangrijk, merkte hij al snel. Daarvoor moet je als sporter ook dingen laten. “Je kunt niet tien biertjes nemen op een avond, volop ouwehoeren en dan verwachten dat je goed gooit. Darts is voor 99 procent van de mensen een kroegsport en dat snap ik helemaal. Dat is ook de charme. Maar ik benader het anders. Goed gooien is echt te leren, als je maar geconcentreerd blijft en veel herhaalt.”
Dubbel 16 werd zijn favoriete finish, maar als Theo niet precies bij die score uitkomt, maakt hij zich niet meer druk. “Het verschilt per dag. Soms loopt een andere dubbel gewoon een keer lekkerder. Gelukkig kon ik ook altijd al goed rekenen, dat scheelt. Ik weet waar ik naartoe moet om te finishen. Al heb ik mij één keer verrekend. Ik dacht al juichend dat ik uit was, maar ik bleek er helemaal nog niet te zijn. Toen had ik wel even het schaamrood op de kaken. Haha! Ook dat was weer een goede les.”
Anderhalve week geleden veroverde Theo de Friese titel, de tweede uit zijn loopbaan. Eerder was hij in 2013 de beste. “Dat was toen echt een verrassing. Ik was een outsider, en alles zat mee. Dit keer had ik zelf ook het idee dat ik kón winnen.” Onderweg naar de finale klopte hij onder meer Sneker Rick Hofstra (drievoudig deelnemer aan het WK) en titelverdediger Fokke Hooijsma (Oosterwolde). In de halve finale kwam het gemiddelde van Theo ook nog eens uit boven de 100 punten per beurt.
“Het niveau in Friesland is echt goed. Rick stond al een paar keer op het WK, maar ook mannen als Danny Noppert en Richard Veenstra presteerden internationaal.” Raymond van Barneveld is Theo’s echte voorbeeld. “Als je ziet hoe lang die al meedraait in de absolute wereldtop, dat is prachtig. Daar heb ik echt respect voor.”
Razenddruk
Vanaf september krijgt Theo het razenddruk. Naast zijn baan in de verzorging in Drachten, gaat hij nog een opleiding volgen en begint dus ook de jacht op een profbestaan in het darts. “Ik ga in ieder geval kijken hoever ik kan komen. Het kost me zo’n 25 weekeindes per jaar, maar ik ga er vol voor. Je moet er ook niet half in gaan, dan wordt het zeker niks.” Theo is ervan overtuigd dat hij in een goed jaar het WK kan halen. “Ik ben een constante speler. Maar het zal ook gebeuren dat ik er na een paar uur reizen meteen in de eerste ronde uit ga.”Zijn sociale leven zal er enigszins onder lijden, maar dat hoopt Theo later te compenseren als hij op de grote podia staat. Lachend: “Mijn maten zien zichzelf al in zo’n grote, uitpuilende hal in Engeland staan en juichen om one-hundred-and-eighties. Dus die zullen me zeker steunen de komende tijd. Ook als ik een keer een feestje oversla.”












