Sport

Makkinga opent het autocross-seizoen

Denderende decibels, rondvliegende graszoden, ronkende motoren en een zalig zonnetje. De racesportliefhebber kwam tweede paasdag volledig aan zijn trekken tijdens de autocross van Makkinga. “Heerlijk man, op volle snelheid een beetje beuken.”

Afbeelding

Roy Boon uit Oldeberkoop is pas veertien jaar, maar stuurt zijn Daihatsu in de juniorklasse zonder problemen met flinke snelheid over de racebaan aan de Oosterhuisweg in Makkinga. “Op het lange rechte stuk gaat hij minimaal 80 kilometer per uur. Dat is zo’n lekker gevoel. Heerlijk man, en dan op volle snelheid een beetje beuken in de bocht om je plekje te verdedigen of een betere te veroveren.” Racen zit de familie Boon in het bloed. “Voordat ik in een auto mocht racen, reed ik altijd op een quad. Toen ik veertien werd, mocht ik overstappen. Enorm kicken.” Zijn klasgenoten geloofden in het begin niets van zijn verhalen over autocrossen. “Grappig. Nu weten ze wel beter.”

Opening seizoen
De race in Makkinga was de eerste van het seizoen; Boon – en ongetwijfeld ook de 121 andere deelnemers, verdeeld over zeven categorieën – keek er de afgelopen tijd reikhalzend naar uit. “Dit is het mooiste wat er is. Hier leef je in de vier, vijf maanden dat er geen races zijn naar toe. Natuurlijk zijn er de eerste keer ook zenuwen, of eigenlijk is dat meer wedstrijdspanning.” Ook Marco Hoekstra genoot maandag, staand op een zonnig middenterrein. De  voorzitter van de autocross, voor de 45e keer georganiseerd door MOP (Makkingaster Oudejaarsploeg), kon niet anders dan tevreden zijn. “Op zo’n dag kun je alleen maar hopen. Met het mooist denkbare weer. En met een groot deelnemersveld en zo’n 1.500 toeschouwers langs de baan. Je ziet dat het enorm leeft in de regio. Dat is ook onze motivatie. We willen elk jaar een lekker evenement neerzetten.” Mede daarom kiest de organisatie bewust voor een rechttoe-rechtaan wedstrijdbaan. 600 meter lang, 25 meter breed, in een simpele ovaal, zonder heuvels of chicanes. “Zo krijg je het beste een hoge snelheid”, aldus Hoekstra. De fans langs de baan willen de auto’s met grote snelheid de bochten in en uit zien gaan, waarbij de wegspattende modder meters door de lucht vliegt. “Dat is toch wel het mooiste beeld.”

Minder dan achtbaan
Heel soms gaat er wel eens wat mis, maar het blijft maandag bij een flinke spin, een stevige stuurfout of een opgeblazen motor. Boon: “Vorig jaar ben ik in De Basse, bij Steenwijk, een keer over de kop gevlogen. Natuurlijk schrik je even, maar uiteindelijk is het minder eng dan een achtbaan hoor. Een dag later een beetje stijf in de schouders, maar verder had ik nergens last van.” De auto is vervolgens ook wel te repareren. Tenminste, zover dat al nodig is. Want veel auto’s in het rennerskwartier lijken rechtstreeks van de schroothoop te komen en er zo weer heen te kunnen. Ducttape, koevoeten en grote ijzeren hamers lijken het belangrijkste gereedschap. Het maakt allemaal niet uit, zolang de motor maar werkt, de wielen draaien en de kooiconstructie, die voor de veiligheid zorgt, klopt.

Een beetje crossauto kost 1.500 tot 2.000 euro, al kosten de wagens in de hogere klassen al gauw het drie- of viervoudige. Het deelnemersveld in die categorieën is dan ook een stuk kleiner. En wie een auto met achterwielaandrijving op de kop weet te tikken, is spekkoper. Dat zorgt voor meer grip en, misschien nog wel belangrijker, een flink moddergordijn dat het zicht van de achtervolger belemmert. “Iedereen die hier rijdt, heeft een licentie en die heb je niet zomaar”, weet Hoekstra. “Dat is een heel boekwerk aan regels.” Het merendeel van de tachtig vrijwilligers die vanaf vrijdag bezig waren met het opbouwen van het circuit volgde een (herhaal)cursus bij autosportfederatie KNAF. “We laten niks aan het toeval over. Dat kan ook niet met zo’n evenement.”

Boon hoopt nog heel wat jaren aan zijn thuiswedstrijd te kunnen deelnemen. “Al is het nog even afwachten of dat allemaal lukt als ik straks 18 jaar ben en bij de senioren ga rijden.” Als het goed is heeft hij dan zijn rijbewijs inmiddels ook. Zijn rijinstructeur hoeft overigens niet bevreesd te zijn. “Op de openbare weg zal ik me keurig gedragen hoor”, lacht Boon.