Oplossing verpauperd tankstation Klein Groningen in zicht
KLEIN GRONINGEN Er lijkt een oplossing in de maak voor het verpauperde AVIA tankstation aan de Opperhaudmare bij buurtschap Klein Groningen. De eigenaar, de Spuigroep Vastgoed BV, gaat akkoord met sloop van het verwaarloosde gebouw. Wanneer de afbraak kan beginnen is afhankelijk van onder meer een ecologisch onderzoek.

Het tankstation staat zeker tien jaar leeg en de bijbehorende beheerderswoning al bijna een kwarteeuw. Sindsdien staat tot grote ergernis van omwonenden het gebouw te verpauperen. “It is in binde en gefaarlik,” vertelden buurtbewoners in april aan GrootSa. Pogingen van de gemeente Opsterland om met de Spuigroep tot een aanvaardbare oplossing te komen, leverden geen resultaat op.
Nadat in mei dit jaar uit onderzoek van de welstandscommissie van Hûs en Hiem bleek dat er sprake was van een ‘ernstig welstandsexces’, werd de eigenaar van het tankstation middels een dwangsom verplicht maatregelen te nemen. Die blijkt nu bereid mee te werken en gaat akkoord met sloop van de opstallen. “Dêr binne wy hiel bliid mei”, laat wethouder Marcel van Opzeeland weten.
Voor tot sloop kan worden overgegaan is wel onderzoek nodig. Zo moet gekeken worden of er asbest in het pand aanwezig is en of er door sloop sprake is van verstoring van de natuur. Sloop mag geen invloed hebben op de habitat van dieren, zoals bijvoorbeeld vleermuizen.
Het ecologisch onderzoek is inmiddels gestart. Als hieruit blijkt dat er geen aanwijzingen zijn op verstoring van de natuur, kan het volgens Van Opzeeland snel gaan. “Mar as der bygelyks flearmûzen oantroffen wurde, sil it in stik langer duorje.” De doorlooptijd van een volledig nader ecologisch onderzoek naar vleermuizen kan vanwege seizoensgebonden activiteiten tot een kalenderjaar duren.
Volgens de wethouder is vrij snel duidelijk met welk scenario rekening gehouden moet worden. Wat er na de sloop met de vrijgekomen grond gaat gebeuren is nog niet bekend. “Wy sille tegearre mei de eigener en de buertbewenners fan Klein Groningen sjen nei in moaie oplossing”, besluit Van Opzeeland.











