Algemeen

Face To Face met Ria Bakker: “Ik kan slecht tegen elitair denken”

Door: Redactie

“We hebben het hier zo goed, dat moeten we delen met de rest van de wereld”, zegt Ria Bakker uit Tijnje in ons Face to Face gesprek voor GrootSa! van deze maand. Ria groeide op in de zestiger jaren. Ze raakte volop betrokken bij allerlei acties tegen het onrecht in de wereld. Die motivatie is er nog steeds. Ze is een van de drijvende krachten achter Grannies2Grannies, die zich inzetten voor grootmoeders in Oeganda.

Afbeelding
Martijn van der Vaart

“Eigenlijk wilde ik heel graag ontwikkelingswerker worden, maar ik had geen specifieke kwaliteiten.” Het is een constatering, niet langer een frustratie. Daar is ook geen reden voor. Ria Bakker (76) vond in haar leven meer dan genoeg andere wegen voor haar diepe drive om iets te doen aan het onrecht in de wereld.

Sinds 2011 is dat Grannies2Grannies Friesland. Grannies helpen grannies, oma’s zetten zich in voor oma’s. Beppes ha noed foar beppes. Onvermoeibaar zijn Ria en haar mede-grannies al jaren te vinden op tal van markten, geven ze volop lezingen en zoeken ze publiciteit voor hun projecten. Allemaal om de ‘collega-grannies’ in Oeganda aan betere leefomstandigheden te helpen. “Ik ben inmiddels al meer dan 25 keer in het land geweest. Het blijft fascinerend.”

Enorm verschil

De eerste reizen naar Oeganda waren familiebezoeken. Zoon Arne, journalist, woonde er met zijn gezin. “Als oma wil je natuurlijk graag je kleinkinderen zien”, zegt Ria. Met haar nieuwsgierigheid keek Ria Baker ook vérder in het Afrikaanse land. Het viel haar al snel op dat sommige oma’s intensief voor hun kleinkinderen zorgden. “Het verschil tussen mij als oma en de oma’s daar was enorm.” Oeganda ondervindt nog altijd grote gevolgen van aids, maar ook door ongelukken en natuurrampen vallen ouders weg. De kinderen komen dan vaak bij de oma’s terecht. Ria: “Het komt ook voor dat ouders naar de stad trekken en dan hun kinderen bij oma achterlaten. Wij kunnen ons dat niet voorstellen, maar het gebeurt daar wel. Ik wilde iets doen voor de oma’s daar, maar wist niet wat.”

De steun van MAX

Ria ontdekte in Amsterdam een initiatief waarbij Nederlandse oma’s zich inzetten voor oma’s in Oeganda. “Na een gesprek raakte ik enthousiast, maar Amsterdam was ver. Bovendien was ik ervan overtuigd dat we dit in Friesland ook konden.” Zie daar de geboorte van Grannies2Grannies Friesland. Ria zocht en vond in Tijnje en omgeving medestanders. De kern van de organisatie bestaat uit elf oma’s, die hulp krijgen van andere vrijwilligers.

De ambities van de jonge organisatie waren beperkt. De Friese grannies wilden jaarlijks twee grannies in Oeganda helpen met de bouw van een stenen huisje. “Dat is wat uit de hand gelopen. De teller staat inmiddels op 466 huisjes.” Het project kreeg een enorme impuls door aandacht van Omroep MAX. De grannies kregen al vier keer een podium op de landelijke televisie. “Dat leverde iedere keer duizenden euro’s op. Niet alleen door eenmalige giften, maar ook nieuwe donateurs die jaarlijks steun geven.” Ria steekt zelf veel tijd in het onderhouden van het contact met de donateurs, onder andere door uitgebreide verslagen. “Iemand die een heel huisje doneert, ontvangt het levensverhaal van een oma. Zo houd je donateurs betrokken.”

De bouw van een huisje kost 3.750 euro. De grannies werken samen met een lokale organisatie, die de woningen door lokale partijen laat bouwen. Van het een komt het ander en inmiddels is er in het gebied ook een resthome, waar oma’s een aantal dagen kunnen bijkomen van al hun zorg en zorgen. “Dit resthome is dankzij een grote gift van één familie gerealiseerd.”

Het actiewezen

Ria groeide op in Aalsmeer. In een, zoals ze het zelf omschrijft, ‘conservatief middenstandsmilieu’. Ze volgde in Amsterdam de Schoeversopleiding. “Een redelijk snobistische school. Veel meiden gingen in de pauze naar het Americain hotel om bekende Nederlanders te spotten.” Dat was niets voor Ria. We spreken over eind jaren zestig. De tijd van de Maagdenhuisbezetting, de Provobeweging en de acties bij Het Lieverdje, waar ze veel liever naartoe ging. Via een vriendin kwam ze in contact met een activistische leefgemeenschap in Haarlem. “Het was de tijd van allerlei acties om het onrecht in de wereld aan te pakken.”

‘Opvanghart’

In die tijd ontmoette Ria ook Bert, met wie ze al bijna vijftig jaar getrouwd is. Bert wilde in Aalsmeer een Wereldwinkel opstarten, maar was als sportleraar ook betrokken bij zomerkampen in de VS. “Dat wilde hij ook in Nederland. Zo kwamen we in 1976 in Tijnje terecht, op een geweldige plek met veel ruimte.” Rond de inmiddels verbouwde boerderij werden inderdaad zomerkampen georganiseerd. Ook de plaatselijke jeugd vond er in het weekend onderdak. Bovendien vingen Bert en Ria er pleegkinderen op. Voordat ze naar Friesland verhuisden werkten ze allebei in de kinderbescherming, Ria als groepleidster en maatschappelijk werkster. Het ‘opvanghart’ klopt nog steeds, ook ver na hun pensionering. In het achterste deel van de boerderij wonen sinds een aantal jaren Oekraïense ontheemden.

Onderwijs

Het begon met de bouw van huisjes, maar Grannies2grannies kijkt inmiddels verder. Ze zorgen er ook voor dat de oma’s in Oeganda voor zichzelf een vorm van inkomen kunnen genereren. Meer dan tweehonderd kinderen krijgen van de Friese grannies bovendien steun om een opleiding te kunnen volgen. “Vooral in de praktische vakken, om later zelf geld te kunnen verdienen.” Een Nederlandse familiestichting sponsort jaarlijks aanzienlijk voor de exploitatie van twee bibliotheken.

Logisch om te delen

De Oegandese grannies krijgen op geen enkele manier steun van de overheid. “Pensioenvoorzieningen zijn daar niet. De grannies moeten voor zichzelf zorgen, ook op hoge leeftijd.” Ria verwacht niet dat deze situatie snel zal veranderen. Recent heeft Yoweri Museveni opnieuw de presidentsverkiezingen gewonnen, een functie die hij als sinds 1986 bekleedt. “Hij begon als vrijheidsstrijder, maar heeft zich ontwikkeld tot alleenheerser”, klinkt de bittere constatering.

Voor Ria Bakker is het ‘goed doen’ voor mensen een vanzelfsprekendheid. “Natuurlijk zijn er in Nederland ook mensen die het minder hebben, maar in vergelijking met veel ontwikkelingslanden hebben wij het natuurlijk heel goed. Zo goed, dat het voor mij logisch is dat we dat ook delen.”

Demonstraties toen en nu

Ria vond het mooi om te zien dat rond het Gaza-debat Nederlanders weer eens echt in actie kwamen. De ‘rode lijn’-demonstraties waren haar uit het hart gegrepen. “Vanwege rugproblemen konden we helaas niet gaan, dat vond ik heel jammer.” De wereld staat in brand of in iedere geval op zijn kop. Er is genoeg om actie voor te voeren. Toch ziet Ria dat de jeugd nu minder snel de barricaden opstapt dan zij zelf in haar jonge jaren. “Ik begrijp het ook wel. Het loopt tegenwoordig sneller uit de hand. In onze tijd stonden we minder tegenover elkaar, je werd bij een sterke mening niet direct bedreigd.”

De grootste trigger voor Ria is discriminatie. “Daar kan ik mij zo ongelofelijk kwaad over maken. Iemand niet voor vol aanzien vanwege kleur, geloof of wat voor reden dan ook. Dat elitaire denken dat jij beter bent dan een ander, verschrikkelijk.”

Inzet voor de wereld

Al op jonge leeftijd sprak het ontwikkelingswerk Ria aan. Jaloers keek ze naar haar broer die zes jaar ontwikkelingswerker in Afrika was. “Maar ik kon niks. Was geen verpleegkundige of deskundig op een ander terrein.” De verhuizing naar Friesland zorgde voor de doorbraak. “We spraken af dat Bert voor het inkomen zorgde en ik mij via vrijwilligerswerk inzette voor de wereld.” Ria was lang actief voor bijvoorbeeld Vluchtelingenwerk en de Wereldwinkel in Gorredijk.

Het werk voor Grannies2Grannies geeft Ria veel energie. Ze is gelukkig met het resultaat, maar vindt zichzelf een vrij nuchter persoon. “De eerste keer dat wij een oma met de nodige kleinkinderen in haar hutje opzochten had ik een brok in de keel. Maar ik barst daar niet iedere keer in snikken uit. Ik zie dan ook al snel weer onrecht, waar ik mij dan over opwind.”

Jaarlijks bezoek

Ria Bakker reist ieder jaar vier tot vijf weken met een aantal van de Friese grannies naar Oeganda om de projecten te bezoeken. Jaarlijks kunnen ook donateurs en de partners van de Friese grannies mee voor een beperkt programma van maximaal twee weken. Ria vindt het belangrijk om te melden dat de Friese grannies alle onkosten van de reizen en hun activiteiten voor eigen rekening nemen. “Iedere euro gaat naar de oma’s in Oeganda. We dragen alleen een beetje bij aan het salaris van de lokale organisatie die voor ons ter plekke al het werk doet.”

Grannies2Grannies

Grannies2Grannies ondersteunt het werk van PEFO Uganda, een organisatie die door de plaatselijke bevolking is opgericht. Het project is gevestigd in Jinja (Oeganda) en actief in een gebied van circa dertig bij veertig kilometer nabij het Victoriameer. De Grannies zamelen geld in voor de bouw van stenen huisjes voor de Oegandese oma’s en zorgen dat honderden kinderen onderwijs kunnen volgen. De organisatie draait volledig op vrijwilligers en giften. Meer informatie is te vinden op www.grannies2granniesfriesland.nl.

Beeld: Martijn van der Vaart
Tekst: Arend Waninge

Afbeelding